id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.078 Rolnummer: A. 155720/VII-32769 Zaak: Arrest 135078 - - 20/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-22 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 09:05 Fiche Arrest nr 135.078 van 20 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing 1 RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 135.078 van 20 september 2004 in de zaak A. 155.720/VII-32.769 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat I. JANSSEN, kantoor houdende te 1030 BRUSSEL, Lacomblélaan 59-61, bus 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Sierra Leoonse nationaliteit, op 20 september 2004 per fax heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 10 september 2004 tot weigering van in overwegingname van een vluchtelingenverklaring, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 10 september 2004; Gelet op de beschikking van 20 september 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de beschikking van 20 september 2004 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 20 september 2004 om 10u.20; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-32.769-1/4 2 Gehoord de opmerkingen van advocaat I. JANSSEN, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat G. COOLSAET, die, loco advocaat C. DECORDIER, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verzoekende partij kwam België binnen op 9 januari 2004 en verklaarde zich een eerste maal vluchteling. 1.
- Op 12 mei 2004 bevestigde de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen de beslissing tot weigering van toegang. Deze beslissing werd aan verzoekster betekend op 14 mei
- 1.
- Op 27 juli 2004 wordt een tweede asielaanvraag van verzoekster afgewezen met een beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken tot weigering tot in overwegingname van een vluchtelingenverklaring. 1.
- Op 10 september 2004 diende verzoekster een derde asielaanvraag in, waaromtrent op dezelfde dag een beslissing houdende een weigering van in overwegingname van een vluchtelingenverklaring, werd genomen. Dit is de bestreden beslissing. 2.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat er een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; VII-32.769-2/4 3 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot de uiterst dringende noodzakelijkheid uiteenzet dat de repatriëring is voorzien op maandag 20 september 2004 om 11.35 uur; Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat de bestreden beslissing op 10 september 2004 aan de verzoekende partij werd betekend, met de vermelding dat: “In uitvoering van artikel 71/5 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, (...) wordt genoemde teruggedreven”; dat de verzoekende partij op 13 september 2004 werd opgesloten in het Centrum voor illegalen te Brugge; dat de vordering pas op 20 september 2004 om 7.53 uur is ingediend; dat de verzoekende partij derhalve 10 dagen heeft gewacht om, op de ochtend zelf van de repatriëring, het verzoekschrift in te dienen; dat het gedrag van de verzoekende partij niet getuigt van een diligente en alerte houding, temeer nu voornoemd koninklijk besluit de termijn voor het indienen van een beroep of een schorsing van zestig dagen heeft ingekort tot dertig dagen; dat hieruit volgt dat de uiterst dringende noodzakelijkheid niet is aangetoond, zodat de vordering als onontvankelijk wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig september tweeduizend en vier, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, VII-32.769-3/4 4 Mevr. V. VERTONGEN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, V. VERTONGEN. E. BREWAEYS. VII-32.769-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.078 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div