id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.079 Rolnummer: A. 125916/IX-3467 Zaak: Arrest 135079 - - 20/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-05 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 09:05 Fiche Arrest nr 135.079 van 20 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.079 van 20 september 2004 in de zaak A. 125.916/IX-
- In zake : de VZW FLANDERS RECORDER QUARTET "Vier op 'n Rij", die woonplaats kiest bij advocaat D. SOCQUET, kantoor houdende te TERVUREN-DUISBURG, Merenstraat 28 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaat W. MULS, kantoor houdende te BRUSSEL, A. Dansaertstraat
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VZW FLANDERS RECORDER QUARTET “Vier op ‘n Rij” op 23 augustus 2002 heeft ingediend om de nietig- verklaring te vorderen van “het besluit van 28 juni 2002 van de Vlaamse regering waarbij de aanvraag van ‘Vier op 'n Rij’ tot erkenning en tot structurele subsidiëring in de periode 2003-2006 wordt afgewezen”; Gelet op het arrest nr. 118.184, van 9 april 2003, waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt bevolen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 30 april 2003 door de verwerende partij; Gezien de toelichtende memorie; IX-3467-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de beschikking van 21 januari 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 1 juni 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 juni 2004; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. SOCQUET, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. LARDENOIT, die loco advocaat W. MULS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. VERMEIRE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de gegevens van de zaak zijn samengevat in het voormelde arrest nr. 118.184, van 9 april 2003; dat in dat arrest het enig aangevoerde middel ernstig werd bevonden in de mate dat daarin de schending van het vertrou- wensbeginsel was aangevoerd, doordat niet gebleken was dat de Vlaamse Regering de zaak had onderzocht vooraleer het voornemen tot afwijzing te bevestigen en zij de verzoekende partij in de waan had gelaten dat tegen de motieven waarop het voornemen tot weigering steunde geen bezwaar mogelijk was en/of dat zij nog opnieuw beoordeeld zouden worden in de eindbeslissing; IX-3467-2/4 Overwegende dat de partijen het erover eens zijn dat, na de uitspraak van het meergenoemde schorsingsarrest, de verzoekende partij met een brief van 28 november 2003 de gelegenheid werd geboden bezwaar in te dienen tegen het voornemen van de Vlaamse Regering om de aangevraagde erkenning te weigeren; dat de verzoekende partij op die uitnodiging is ingegaan en op 17 februari 2004 werd gehoord door de adviserende beroepscommissie voor culturele aangelegenheden; dat die commissie op dezelfde datum het bezwaar niet gegrond heeft verklaard, doch de verwerende partij erkent dat, aangezien zij binnen de voorgeschreven termijn aan de verzoekende partij geen nieuwe beslissing heeft meegedeeld, met toepassing van artikel 12, § 2, van het besluit van 17 november 1998 het bezwaar geacht wordt ingewilligd te zijn en de verzoekende partij daardoor als erkend beschouwd wordt voor de periode 2003-2006; dat de verzoekende partij weliswaar niet structureel gesubsidieerd wordt voor die periode; Overwegende dat uit wat voorafgaat blijkt dat het bestreden besluit impliciet ingetrokken is en dat de administratieve procedure werd hervat vanaf het punt waarop de onregelmatigheid zich heeft voorgedaan; dat het de verzoekende partij nu staat te oordelen of zij een belang heeft om de -eveneens impliciete- beslissing waardoor zij nu wel erkend werd te bestrijden; dat in zoverre nog geen uitspraak werd gedaan aangaande de subsidiëring, de verzoekende partij desgevallend opnieuw de gelegenheid zal krijgen om daartegen op te komen, hetzij een subjectief recht op subsidie zal kunnen laten gelden in geval van toepassing van artikel 14, § 6, van het muziekdecreet; dat het beroep niet langer ontvankelijk is; dat aangezien zulks aan de verwerende partij toe te schrijven is, het past de kosten van het geding ten laste van die partij te brengen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. IX-3467-3/4 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de Vlaamse Gemeen- schap. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig september 2000 en vier, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. S. VAN AELST, griffier. De griffier, De voorzitter, S. VAN AELST. J. DE BRABANDERE. IX-3467-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.079 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.118.184 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.