← België

Arrest 135095 - - 21/09/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.095 Rolnummer: A. 141159/XIV-16614 Zaak: Arrest 135095 - - 21/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-06 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 09:08 Fiche Arrest nr 135.095 van 21 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.095 van 21 september 2004 in de zaak A. 141.159/XIV-16.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat R. QUINTELIER, kantoor houdende te 2140 ANTWERPEN, Plantin & Moretuslei 141 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 22 oktober 1978 en van Oekraïense nationaliteit, op 3 september 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 6 augustus 2003 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 25 september 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op 7 augustus 2003; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 10 september 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelin- gen; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; XIV-16.614-1/3 Gelet op de beschikking van 8 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 8 september 2004 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat R. QUINTELIER verschijnt voor de verzoekende partij en van Adjunct-Adviseur F. VEREEKEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  3. De verzoekende partij komt België binnen op 1 december 1999 en verklaart zich vluchteling op 2 december
  4. 1.
  5. Op 25 september 2000 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
  6. Op 16 januari 2001 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing. Er werd geen beroep bij de Raad van State ingediend tegen deze beslissing. 1.
  7. Op 6 augustus 2003 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen opnieuw de voornoemde beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken. Dit is de thans bestreden beslissing.
  8. Overwegende dat uit een schrijven van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, gericht tot de Raad van State op 6 oktober 2003, blijkt dat de bevestigende beslissing van 6 augustus 2003 “het gevolg is van een administratieve vergissing”; dat er in deze zaak reeds een bevestigende beslissing werd verleend door de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 16 januari 2001, waartegen geen beroep bij de Raad van State werd ingediend; dat deze bevestigende beslissing definitief is; dat bijgevolg de verzoekende partij niet meer getuigt van het rechtens vereiste actueel belang om een schorsings- en annulatieberoep in te dienen tegen de bevestigende XIV-16.614-2/3 beslissing van de Commissaris-generaal van 6 augustus 2003; dat in het belang van de rechtszekerheid het toekomt aan de verwerende partij om de thans bestreden beslissing in te trekken; Overwegende dat de Advocaat van de verzoekende partij ter terechtzitting van 8 september 2004 geen opmerkingen heeft geformuleerd over de exceptie die in het Auditoraatsverslag wordt geanalyseerd; dat de exceptie gegrond is; dat om dit motief de ingestelde beroepen onontvankelijk zijn, BESLUIT: Artikel
  9. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op éénentwintig september tweeduizend en vier, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. R. VAN DEN EECKHOUT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, R. VAN DEN EECKHOUT. D. MOONS. XIV-16.614-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.095 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.