id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.139 Rolnummer: A. 120670/XIV-9879 Zaak: Arrest 135139 - - 21/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-11 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 09:17 Fiche Arrest nr 135.139 van 21 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.139 van 21 september 2004 in de zaak A.120.670/XIV-9.879 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat J.-P. VIDICK, kantoor houdende te 1090 BRUSSEL, Augustijnernonnenstraat 67 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Sierraleoonse nationaliteit, op 15 april 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 25 maart 2002 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 5 november 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 25 maart 2002; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 12 maart 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 april 2004; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-9.879-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat E. CHAYA, die loco advocaat J.-P. VIDICK, verschijnt voor de verzoekende partij en van adjunct-adviseur L. VANDERVOORT, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 21 oktober 2001 en zich vluchteling verklaart op 22 oktober 2001; dat op 5 november 2001 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat op 25 maart 2002 de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing bevestigt; dat dit de thans bestreden beslissing is; 2.
- Overwegende dat de commissaris-generaal tot de conclusie komt dat de aanvraag bedrieglijk is, omdat de verzoekende partij, hoewel zij beweert een Sierraleoons staatsburger en afkomstig uit Freetown te zijn, een gebrek aan elementaire kennis heeft omtrent haar vermeende land van herkomst; dat de commissaris-generaal deze vaststelling als volgt motiveert: “(...) Er dient te worden opgemerkt dat, uit de verklaringen die u hebt afgelegd voor het commissariaat-generaal, blijkt dat er geen geloof kan worden gehecht aan uw bewering als zou u de Sierra Leoonse nationaliteit bezitten. Zo blijkt uit de verklaringen die u op 28 februari 2002 hebt afgelegd voor het commissariaat-generaal duidelijk dat u Freetown niet kent. U bleek slechts drie namen te kennen van straten die uitkomen op uw straat, met name ‘Kissy Road’, ‘Firo Bay Road’ (vermoedelijk Fourah Bay Road) en ‘Gall street’. Daarenboven bleek u Regent Road, Wilberforce Street en East Street niet te kunnen situeren in Freetown, terwijl deze straten uitkomen op de straat waar u beweerde uw hele leven te hebben gewoond (verslag commissariaat-generaal dd. 28 februari 2002, p. 3-4). U bleek slechts één school en één hotel bij naam te kunnen noemen (verslag CGVS, dd. 28 februari 2002, p. 3). Alsook kon u maar de naam geven van één ziekenhuis (‘Connat’) in de hoofdstad, waarvan u trouwens niet kon zeggen in welke straat het zich bevindt. De termen Susan’s Bay, Kroo Bay, Spur road, Mount Aureol, Lightfoot Boston Street, Congo town, Wilberforce, Aberdeen en Tengbeh town waren u volledig onbekend, hetgeen niet aannemelijk is voor iemand die beweert zijn ganse leven in Freetown te hebben gewoond (verslag CGVS, dd. 28 februari 2002, p. 2-3: zie gedetailleerd stadsplan van Freetown). In strijd met de werkelijkheid stelde u dat Madongo town een stad is in Sierra Leone (verslag CGVS, dd. 28 februari 2002, p. 2: zie gedetailleerd stadsplan van Freetown). Met uitzondering van de markt in ‘Gall’ street - waarvan u de naam niet kon geven - bleek u geen namen te kunnen geven van markten in Freetown (verslag CGVS, p. 5). U antwoordde bevestigend op de vraag of er een voetbalstadium is in Freetown doch u kon er de naam niet van geven en evenmin kon u het situeren in de hoofdstad (verslag CGVS, dd. 28 februari 2002, p. 6). Ook uit het gehoor op 22 januari 2002 blijkt dat uw kennis van Freetown bijzonder summier is. Zo stelde u niet te weten of de ‘cotton tree’ al dan niet een echte boom is (verslag CGVS, dd. 22 januari 2002, p. 2). Verder dient te worden opgemerkt dat het u ontbrak aan elementaire kennis die redelijkerwijze mag worden verwacht van een Sierra Leoonse staatsburger. Zo wist u voor het commissariaat-generaal geen enkele naam van een berg of rivier in Sierra Leone te kunnen XIV-9.879-2/5 geven. Ook het begrip ‘Wara Wara Mountains’ was u onbekend (verslag CGVS, dd. 28 februari 2002, p. 3). U bleek verder Johny Paul Koroma en Joseph Saidu Momoh niet te kennen (verslag CGVS, dd. 28 februari 2002, p. 4-6). U kon geen beschrijving geven van de Sierra Leoonse autonummerplaten (verslag CGVS, dd. 28 februari 2002, p. 5). U wist slechts zes van de in Sierra Leone talrijk voorkomende bevolkingsgroepen op te noemen (verslag CGVS, dd. 28 februari 2002, p. 2-5). U kon niet zeggen tot welke etnische groep president Tejan Kabbah behoort noch kon u de naam geven van diens politieke partij (verslag CGVS, dd. 28 februari 2002, p. 4). U slaagde er trouwens niet in om maar één in Sierra Leone actieve politieke partij te benoemen (verslag CGVS, dd. 28 februari 2002, p. 4). In strijd met de werkelijkheid stelde u dat Makeni zowel een taal als een stad is (zie GRIMES, F.B., Ethnologue, Languages of the World, USA) en opmerkelijk genoeg stelde u dat Bo de tweede naam is voor Lierra Leone (verslag CGVS, dd. 28 februari 2002, p. 5), terwijl dit een alombekende stad is in uw vermeende land van herkomst (zie geografische kaart van Sierra Leone). De betekenis van het letterwoord RUF wist u evenmin te geven (verslag CGVS, dd. 28 februari 2002?p. 4). U kon niet aangeven wie of wat de ‘Kamajors’ zijn (verslag CGVS, dd. 22 januari 2002, p. 6). Tijdens het interview voor het commissariaat-generaal op 28 februari 2002 bleek duidelijk dat u de Krio-taal slechts in zeer beperkte mate machtig bent. Op de vragen van het commissariaat-generaal, die vanuit het Engels naar het Krio werden vertaald door de tolk Krio van het commissariaat-generaal, antwoordde u in het ‘pidgin English’ en kon u slechts de betekenis in de Engelse taal geven van twee op een totaal van tien typische Krio-woorden die u werden gevraagd. Omgekeerd kon u op een totaal van 11 woorden of uitdrukkingen in de Engelse taal slechts de vertaling in het Krio geven van één woord (verslag CGVS, p. 6-7). Uit informatie waarover het commissariaat-generaal beschikt (zie GRIMES, F.B., Ethnologue, Langueages of the World, USA en RICHARDS P., Fighting for the Rain Forest 1996) blijkt nochtans dat de Krio-taal de (straat)taal (lingue franca) bij uitstek is in Sierra Leone, die door de leden van alle in Sierra Leone voorkomende etnische groepen wordt gesproken. Uit bovenstaande opmerkingen blijkt duidelijk dat u de Belgische autoriteiten hebt trachten te misleiden door uw ware identiteit en nationaliteit te verhullen. Bijgevolg kan er geen geloof meer gehecht worden aan de door u ingeroepen asielmotieven. (...).”; dat dit motief de kern van het asielrelaas van de verzoekende partij betreft en determinerend is in de zin dat het de bestreden beslissing kan dragen; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij een enig middel aanvoert, dat luidt als volgt: “Overwegende dat de aangevochten beslissing principaal gemotiveerd is op het feit dat de verzoekster niet van Sierra Leoonse origine zou zijn. Dat het principaal motief van deze bewering van het CGVS is dat de verzoekster de Krio taal noch het Engels spreekt. Dat om deze argumentatie te bewijzen het CGVS geen enkele referentie aanhaalt. Overwegende dat de redering van het CGVS te simpel is. Dat inderdaad het helemaal fout is te beschouwen dat een Sierra Leoonse verplicht de Krio taal en de Engelse taal spreekt. Dat de Krio taal alleen in Sierra Leone gesproken wordt maar niet door de ganse bevolking. Dat het inderdaad blijkt dat de Krio taal slechts door 10 % van de bevolking gesproken wordt maar door 95 % verstaan wordt (www.cia gov/cia/publications factbook). Dat sommige Sierra Leoners per etnie samenwonen in dorpen en er alleen hun taal spreken zoals bijvoorbeeld het Peuls of Soussou. Dat daaruit volgt dat de beschouwing van het CGVS relatief aan de afkomst van de verzoekster in verband met de door haar gesproken taal louter subjectief en utilitaristisch is en ook de onbevoegdheid van het CGVS aantoont en (of) haar ontbreken aan waardering. Overwegende dat het CGVS rekening zou moeten houden met het feit dat de verzoekster helemaal niet geschoold is. Dat ze vanaf dan niet als argument tegen de verzoekster het feit kon gebruiken dat ze geen namen van plaatsen kent of hun ligging in het land. Dat de verzoekster inderdaad in Freetown verbleef waar ze nooit buiten kwam. Overwegende dat de verzoekster helemaal geen data’s kent, zelfs niet haar geboortedatum. Dat wat betreft de datum waarop ze het land uitvluchtte, er moet opgemerkt worden dat de verzoekster in haar dringend beroep in opstand komt tegen de fout begaan door de dienst XIV-9.879-3/5 Vreemdelingenzaken over het feit dat ‘de verzoekster formeel het verslag van haar verhaal betwist die helemaal niet overeenstemt met wat ze verklaard heeft’ Overwegende dat de aangevochten beslissing geen referentie houd met de inhoud van haar dringend beroep door de verzoekster ingediend op 15.11.
- Dat daaruit volgt dat de aangevochten beslissing aan formele motivatie ontbreekt. Dat ze eveneens aan waardering ontbreekt door haar bewering te baseren op één gegeven namelijk het taalgebruik van de verzoekster die niet uit Sierra Leone afkomstig zou zijn en die op geen enkele referentie in deze materie steunt. Overwegende dat klaar en duidelijk uit de lezing van de aangevochten beslissing blijkt dat het CGVS geen rekening heeft gehouden met de persoonlijkheid van de verzoekster en al haar te kort schietingen aan haar afkomst te wijten, land waar ze vandaan komt die erg ten achter is. Overwegende dat de aangevochten beslissing erg subjectief is en dat de argumenten van het CGVS niet weerstaan aan een redelijke analyse van de asielaanvraag van de verzoekster, in elk geval in het stadium van de ontvankelijkheid. Overwegende dat het redelijk lijkt een asielaanvraag door een persoon afkomstig uit Sierra Leone te aanvaarden in het stadium van ontvankelijkheid. Dat het inderdaad gaat over een land waarvoor het IOM officieel aanduid dat het een land is uit dewelke de onderhorigen gekwalificeerd worden als ‘niet naar het vaderland kunnen teruggestuurd worden’. Dat dit betekend dat een onderzoek van een asielaanvraag door een persoon vandaar afkomstig moet kunnen uitgevoerd worden. Dat de aangevochten beslissing dus onvolledig is tegenover de origine van de verzoekster. Dat alle gebreken aan kennis door de verzoekster volledig uitlegbaar zijn gezien haar persoonlijkheid. Dat het CGVS de verplichting had zich te buigen over de problemen onafscheidelijk aan de persoonlijkheid van de verzoekster en die haar verhinderd hebben op de manier te antwoorden zoals het CGVS verwacht. Overwegende tenslotte dat na het principieel argument gebaseerd op de taal die niet aan een analyse weerstaat, de aangevochten beslissing een foute data gebruikt heeft die ze de verzoekster oplegt al heeft deze vanaf het begin in haar dringend beroep het feit onderlijnt dat de fout door de agent van de dienst Vreemdelingenzaken gemaakt werd. Dat de aangevochten beslissing de inhoud van het dringend beroep door de verzoekster ingediend niet aanhaalt en niet betwist, wat gelijkgesteld wordt met het ontbreken aan een formele en (of) juiste motivatie. Dat daaruit volgt dat de middelen niet ernstig zijn. Overwegende dat uit wat vooraf gaat de nietigverklaring van de aangevochten beslissing opgelegd moet worden.”; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij, door zich in haar kritiek te beperken tot de vaststelling van de commissaris-generaal dat ze de Krio-taal niet spreekt, voorbijgaat aan zijn vaststellingen dat het haar "aan elementaire kennis ontbreekt" wat betreft de geografische, etnische en politieke realiteit van Sierra Leone; dat de opmerkingen van de verzoekende partij dat ze “helemaal niet geschoold is” en dat “alle gebreken aan kennis (...) volledig uitlegbaar zijn gezien haar persoonlijkheid”, geen afbreuk doen aan de uitgebreide en gedetailleerde weergave in de bestreden beslissing van haar verklaringen waaruit blijkt dat geen geloof kan gehecht worden aan de bewering als zou zij de Sierraleoonse nationaliteit bezitten; dat de verzoekende partij er niet in slaagt aan te tonen dat die vaststellingen en de conclusie die de commissaris-generaal er uit afleidt kennelijk onredelijk zouden zijn; dat die vaststelling volstond om de asielaanvraag wegens het bedrieglijk karakter ervan af te wijzen; dat de overige grieven in het enige middel gericht zijn tegen overtollige motieven van de bestreden beslissing, derhalve niet tot nietigverklaring kunnen leiden en dus niet verder hoeven te worden onderzocht; dat het enige middel ongegrond is;
- Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van XIV-9.879-4/5 artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op éénentwintig september tweeduizend en vier, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-9.879-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.139 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div