← België

Arrest 135202 - - 22/09/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.202 Rolnummer: A. 128231/VII-28143 Zaak: Arrest 135202 - - 22/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-11 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 09:21 Fiche Arrest nr 135.202 van 22 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 135.202 van 22 september 2004 in de zaak A. 128.231/VII-28.143 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat L. MA, kantoor houdende te 1180 BRUSSEL, Jacques Pasturlaan 6A tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door

  1. de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen,
  2. de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van XXX nationaliteit, op 4 oktober 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 19 september 2002; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. STERCK, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 24 juni 2004 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 8 september 2004; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. GOESEELS, die, loco advocaat L. MA, verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; VII-28.143-1/5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag de toepassing voorstelt van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat uit het dossier en de processtukken blijkt dat de zaak zonder verdere voorafgaande maatregelen, in een verkorte procedure, kan worden behandeld zoals voorzien door dit artikel;
  3. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  4. Op 28 januari 2000 heeft de verzoekende partij een regularisatieaanvraag ingediend op basis van artikel 2, 4/ van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk. 1.
  5. De eerste Kamer van de Commissie voor Regularisatie heeft op 5 december 2001 een ongunstig advies verleend betreffende de aanvraag van de verzoekende partij. Dit advies luidt als volgt: "Overwegende dat verzoeker zijn identiteit naar behoren aantoont; Overwegende dat verzoeker zijn aanvraag tot regularisatie baseert op art. 2.4 van de Wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk; Overwegende dat uit het dossier en het verhoor ter zitting blijkt dat verzoeker op 1 oktober 1999 in België verbleef; Overwegende dat verzoeker in 1993 in België kwam zoals blijkt uit de stempels uit zijn vorig paspoort; dat hij met een toeristenvisum zijn tante kwam bezoeken; dat uit de neergelegde stukken niet blijkt dat verzoeker tussen 1994 en 1995 in het land was: dat hij nochtans stelt altijd geld te hebben opgestuurd naar zijn land van herkomst zodat verzoeker over bewijsmiddelen beschikte; dat verzoeker bijgevolg niet aan de vereiste duur van zes jaar beantwoordt; Overwegende dat verzoeker geen blijk geeft van voldoende duurzame bindingen met België; dat verzoeker over geen kennis van de Nederlandse taal blijk geeft; dat verzoeker weliswaar actief is op de arbeidsmarkt; maar nergens enige sociale banden aantoont met België; dat er geen humanitaire redenen zijn om de toestand van verzoeker te regulariseren;". 1.
  6. Op 5 maart 2002 heeft de minister van Binnenlandse Zaken de aanvraag tot regularisatie verworpen door zich aan te sluiten bij de overwegingen van het advies van de Commissie voor regularisatie. Bij arrest nr. 113.510 van 11 december 2002 is het beroep tot nietigverklaring tegen deze beslissing verworpen. VII-28.143-2/5 1.
  7. Op 19 september 2002 werd aan de verzoekende partij een bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten ter kennis gebracht. "Op 14 juni 2001 heeft u een dringend beroep ingediend tegen de beslissing van weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten van de gemachtigde van de Minister inzake uw aanvraag tot het bekomen van het statuut van vluchteling. De beslissing van de gemachtigde van de Minister werd u op 29 mei 2001 ter kennis gebracht. Uw beroep werd niet binnen de drie werkdagen ingediend zoals voorgeschreven door artikel 63/2, 2/ van de Vreemdelingenwet van 15 december
  8. U brengt evenmin een geldige reden aan die de laattijdigheid kan verklaren. Bijgevolg wordt uw beroep niet in aanmerking genomen en blijft de termijn om het grondgebied te verlaten die desgevallend werd vermeld in de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken geldig."; Dit is de bestreden beslissing. 2.
  9. Overwegende dat de verzoekende partij in een eerste middel het volgende aanvoert: "Verzoeker laat in een eerste middel het volgende gelden :
  10. Eerste Middel: schending van de artikelen 62 van de wet van 15/12/1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, artikelen 2 en 3 van de wet van 29/07/1991 betreffende de formele motivering van daden van bestuur, de inadequate motivering Terwijl dat de bestreden beslissing zou genomen worden in uitvoering van een ministeriële beslissing van 04/01/2002 Overwegende dat de vereiste van een formele motivatie inhoudt dat deze motivatie adequaat is; dat dit betekent dat deze motivatie correct, volledig en overeen moet stemtmenmet de feiten; Dat in casu, het betreden bevel om het grondgebied te verlaten zou genomen zijn in uitvoering van de ministeriële beslissing van 04/04/2002 ; Dat geen enkele weigeringsbeslissing die zou genomen zijn in antwoord op de regularisatie aanvraag van verzoeker de datum van 04/01/2002 inhoudt; Dat de motivatie van de beslissing dus niet adequaat is; Dat de beslissing derhalve onwettelijk is; Dat het middel gegrond is."; Overwegende dat de minister van Binnenlandse Zaken op 5 maart 2002 de aanvraag tot regularisatie verworpen heeft; dat de verzoekende partij kennis heeft gekregen van deze beslissing gezien zij deze aangevochten heeft voor de Raad van State; dat bijgevolg de vermelding van de datum van 4 januari 2002 in de bestreden beslissing een materiële vergissing betreft, die de geldigheid van de beslissing niet aantast; dat het middel niet gegrond is; 2.
  11. Overwegende dat in een tweede middel de schending wordt ingeroepen van de artikelen 2, 4/ en 9, 9/ van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van artikel 62 van de wet van 15 december 1980 VII-28.143-3/5 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) en van het “algemeen beginsel van behoorlijk bestuur volgens hetwelk de overheid gehouden is te beslissen na kennisname van alle elementen van de zaak”; dat de verzoekende partij in wezen uiteenzet dat zij wel voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor regularisatie; Overwegende dat de weigeringsbeslissing van 5 maart 2002 niet het voorwerp uitmaakt van onderhavig beroep; dat het middel niet tot nietigverklaring kan leiden van de bestreden beslissing; 2.
  12. Overwegende dat de verzoekende partij in een derde middel betoogt hetgeen volgt: "Derde middel : schending door de bestreden beslissing artikel 8 van het E.V.R.M. Doordat de bestreden beslissing een ernstige en ongeoorloofde inmenging betekent in het recht op privé- en gezinsleven van verzoeker gewaarborgd door artikel 8 van het E. V. R. M. ;
  13. Terwijl artikel 8 van het E.V.R.M. het principe poneert van eenieders recht op eerbiediging van zijn privé- en zijn gezinsleven en aldus eenieder beschermt tegen willekeurige inmenging vanwege het openbaar gezag; Dat zowel het samenleven zelf als de plaats waar het gezin verblijft componenten zijn van eenzelfde gezinsleven; Dat paragraaf 2 van dit artikel geen inmenging duidt door de overheid behalve bij de vereniging van de volgende cumulatieve voorwaarden: ze moet conform zijn aan het wettelijk nagestreefde doel in die paragraaf en moet noodzakelijk zijn voor een democratische samenleving; Dat deze laatste voorwaarde betekent dat zij gerechtvaardigd dient te zijn door een imperatief sociaal belang en ondermeer evenredig dient te zijn met het nagestreefde wettelijk doel (EHRM, 13 juli 1995, R.D.E., 1995, nr. 84, p.277; RvS. Nr. 61.972, 25 september 1996, R.D.E., 1996, p.755);
  14. Dat de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens meermaals benadrukt heeft dat de verwijdering van een vreemdeling, wanneer deze geen familiale of andere banden van sociale integratie in het desbetreffend land vertoont, niet evenredig kan zijn behalve in buitengewone omstandigheden (E.H.R.M. Arrest Djeroud dd. 23 januari 1991, reeks A, nr. 191-B, p.35-36, §65);
  15. Terwijl verzoeker in België verblijft sinds 1993, dus meer dan 8 jaar en vader van een jonge kind is ( stukken 1924, 28-29) en er meerdere duurzame bindingen heeft ontwikkeld;
  16. Terwijl de weigering tot regularisatie met als gevolg een verwijdering van het grondgebied een inmenging uitmaakt in de privé-sfeer wanneer zij zoals in casu een scheiding van zijn levensnoodzakelijke omgeving en van zijn sociale en affectieve entourage veroorzaakt ; (Oordeel van rechter Morenilla, onder EHRM., 13 juli 1995, op cit., p. 281);
  17. Dat hieruit volgt dat de bestreden beslissing niet in verhouding is met het nagestreefde doel door tegenpartij en bijgevolg het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven van verzoeker, beschermd door voormeld artikel 8, schendt; Dat het middel dus gegrond is."; Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift aangeeft dat zijn echtgenote in 1998 "clandestien" in België aangekomen is; dat de echtgenote van verzoeker evenmin als hun kind een recht op verblijf in België kunnen doen gelden; dat het bestreden bevel verzoekers gezinsleven aldus niet schendt; dat andere sociale relaties niet onder de bescherming van artikel 8 E.V.R.M. vallen; dat het middel niet gegrond is; VII-28.143-4/5
  18. Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, als accessorium van het beroep tot nietigverklaring, samen met dit beroep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  19. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  20. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig september tweeduizend en vier, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. VERTONGEN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, V. VERTONGEN. E. BREWAEYS. VII-28.143-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.202 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.