id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.272 Rolnummer: A. 116894/VII-25810 Zaak: Arrest 135272 - - 23/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-30 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 09:32 Fiche Arrest nr 135.272 van 23 september 2004 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.272 van 23 september 2004 in de zaak A. 116.894/VII-25.
- In zake : Frank VAN DESSEL, wonende te HEIST-OP-DEN-BERG, Buntstraat 1 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat I. LAUREYS, kantoor houdende te BUGGENHOUT, Provincialebaan
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Frank VAN DESSEL op 17 februari 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 8 november 2001 van de Vlaamse minister van leefmilieu en landbouw waarbij de vraag tot herziening van de beslissing van de Mestbank van 17 mei 2001 tot vaststelling van de nutriëntenhalte voor het Mestbanknummer 12002011373 op de inrichting nr. 107198740, Ezenhoek 35 te Berlaar, ongegrond wordt verklaard; Gelet op het arrest nr. 124.056 van 9 oktober 2003, verbeterd bij arrest nr. 124.553 van 23 oktober 2003, waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van eerstgenoemd arrest aan de verzoeker op 21 oktober 2003; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoeker een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; VII-25.810-1/3 Overwegende dat verzoeker niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van verzoeker een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer hij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 124.056 van 9 oktober 2003 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; Overwegende dat verzoeker geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; Overwegende dat het, gelet op de omstandigheden van de zaak, gepast voorkomt de kosten van het beroep ten laste te leggen van de verwerende partij, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. VII-25.810-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig september tweeduizend en vier, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-25.810-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.272 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.124.056 ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.124.553 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.