id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.275 Rolnummer: A. 106047/VII-32140 Zaak: Arrest 135275 - - 23/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-09-30 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 09:34 Fiche Arrest nr 135.275 van 23 september 2004 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.275 van 23 september 2004 in de zaak A. 106.047/VII-32.
- In zake : de n.v. NOVACHEM STORAGE, die woonplaats kiest bij advocaat J. STEVENS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Justitiestraat 31 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, advocaten D. D'HOOGHE en J. BOUCKAERT, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. NOVACHEM STORAGE op 15 juni 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken dd. 22 mei 2001 waarbij het administratief beroep dat verzoekster bij aangetekend schrijven dd. 26 maart 2001 aantekende tegen de heffing voor het ‘Fonds voor risico's van zware ongevallen’ voor 2001 (Seveso-fonds), haar opgelegd door de Algemene Directie van de Civiele Bescher- ming van het Ministerie van Binnenlandse zaken bij schrijven van 14 maart 2001 als ongegrond afgewezen wordt”; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgesteld door Eerste Auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 4 maart 2003, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; VII-32.140-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 27 maart 2003; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij aan de Raad van State heeft meegedeeld geen verzoek tot voortzetting te zullen indienen; dat krachtens voornoemd artikel 21, zesde lid, te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-32.140-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig september tweeduizend en vier, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-32.140-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.275 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.