id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.327 Rolnummer: A. 143045/X-11615 Zaak: Arrest 135327 - - 24/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-01 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 09:35 Fiche Arrest nr 135.327 van 24 september 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 135.327 van 24 september 2004 in de zaak A. 143.045/X-11.
- In zake :
- Hendrikus VERSLUIS,
- Theodora VOERMANS,
- Henri STASSEN,
- Anna KLEUSKENS, die woonplaats kiezen bij Advocaat P. MALLIEN, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Meir 24 tegen :
- de gemeente BRASSCHAAT, die woonplaats kiest bij Advocaat Y. LOIX, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 33,
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
- -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hendrikus VERSLUIS, Theodora VOERMANS, Henri STASSEN en Anna KLEUSKENS op 23 oktober 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 29 juli 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente BRASSCHAAT waarbij aan de n.v. SIPEDIC de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van vier appartementsgebouwen en het ombouwen van de bestaande woning tot dienstencentrum op een perceel gelegen te Brasschaat, Bredabaan 44, kadastraal bekend Sectie E, nr. 413F; Gelet op het arrest nr. 129.227 van 12 maart 2004 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de n.v. SIPEDIC in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd, de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld en de kosten van de X-11.615-1/3 tussenkomst in de schorsingsprocedure ten laste van de tussenkomende partij worden gelegd; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 19 maart 2004; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord, X-11.615-2/3 BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een vierde. Het recht van 700 euro dat door de verzoekende partijen ten onrechte is betaald voor het beroep tot nietigverklaring, dient hen te worden terugbetaald, elk voor een vierde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig september 2004, door : de HH. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. G. DEBERSAQUES. X-11.615-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.327 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.129.227 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.