← België

Arrest 135349 - - 24/09/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.349 Rolnummer: A. 143224/X-11620 Zaak: Arrest 135349 - - 24/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-01 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 09:44 Fiche Arrest nr 135.349 van 24 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.349 van 24 september 2004 in de zaak A. 143.224/X-11.

  1. In zake :
  2. Antony VAN ESSER,
  3. Rita LEEN, die woonplaats kiezen bij Advocaat M.-J. DEUSS, kantoor houdende te 3740 BILZEN, Rode Kruislaan 142 A tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van LIMBURG. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Antony VAN ESSER en Rita LEEN op 28 oktober 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 25 september 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij aan verzoekers de vergunning wordt geweigerd voor de regularisa- tie van een woning en schapenstalling op een perceel gelegen te Maaseik, Raamweg 9, kadastraal bekend Sectie A, nrs. 160B, 161A en 165B; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen op 3 februari 2004; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partijen een "vordering tot voortzetting" indienen; dat een dergelijke stuk niet is voorzien in het toepasselijke procedurereglement; dat het stuk uit de debatten wordt geweerd; X-11.620-1/3 Overwegende dat bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van zestig dagen, bepaald in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie hebben toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, ontbreekt; dat, op grond van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. X-11.620-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig september 2004, door : de HH. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. G. DEBERSAQUES. X-11.620-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.349 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.