id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.402 Rolnummer: A. 151109/XII-4136 Zaak: Arrest 135402 - - 24/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-04 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 09:50 Fiche Arrest nr 135.402 van 24 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.402 van 24 september 2004 in de zaak A. 151.109/XII-
- In zake : de HOGESCHOOL GENT, die woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-72 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat V. Van Obberghen, kantoor houdende te Vilvoorde, Riddersstraat 2, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de Hogeschool Gent op 26 april 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 13 februari 2004 “tot vaststelling van de lijst van de bachelors- en de master[s]opleidingen in het hoger onderwijs in Vlaanderen met inbegrip van de technische aanpassingen zoals die aan de Vlaamse regering op 20 februari 2004 werden medegedeeld in zoverre, wat de Hogeschool Gent betreft, in deze lijst niet voorkomen de omgevormde opleidingen leidend tot het diploma van 'bachelor in bouw' (komende van de opleiding 'gegradueerde bouw') en tot 'bachelor in toegepaste psychologie' (komende van de opleiding 'gegradueerde sociaal werk').”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-4136-1/6 Gezien het verslag opgesteld door auditeur D. Mareen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 30 juni 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 september 2004; Gehoord het verslag van staatsraad E. Brewaeys; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Devers, die verschijnt voor verzoekende partij, en van advocaat V. Van Obberghen, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekende partij ter terechtzitting afstand doet van haar vordering tot schorsing voor wat de opleiding “bachelor in bouw” betreft;
- De feiten. Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden weergegeven : Ter gelegenheid van de omvorming van de hoger onderwijs- opleidingen op grond van artikel 123, § 1 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen (hierna : het structuurdecreet) naar de bachelor-masterstructuur dient verzoekende partij een voorstel in tot omvorming van de opleidingen die zij mag organiseren. Zij vraagt hierin - de omzetting van haar opleiding “bouw”, optie vastgoed XII-4136-2/6 / in een bachelor in vastgoed / in een bachelor bouw - de omzetting van haar opleiding “sociaal werk” / in een bachelor in sociaal werk / in een bachelor in toegepaste psychologie. De Erkenningscommissie Hoger Onderwijs verleent op 9 januari 2004 een negatief advies voor wat betreft de omvorming van de opleiding en graad / van “bouw (gegradueerde)” naar “bachelor in bouw” / van “sociaal werk (gegradueerde)” naar “bachelor in toegepaste psychologie” onder de overweging : “Dit omvormingsvoorstel vormt een voorheen niet in de instelling aangeboden optie (bouw) van een opleiding om tot een opleiding. Dit stemt wel overeen met de indeling in opleidingen zoals voorgesteld door de VLHORA, maar houdt voor de instelling in dat zij de facto een nieuwe opleiding creëert. De instelling kon deze optie in 2001-2002 niet organiseren omdat ze niet voorkwam in bijlage 2 van het hogescholendecreet en ze deze ook niet had aangemeld bij de Vlaamse regering. De erkenningscommissie acht dit voorstel strijdig met de bepalingen van het decreet”. Gunstig advies wordt verleend voor de omzetting naar een bachelor in vastgoed en voor de omzetting naar een bachelor in sociaal werk. Op 25 februari 2004 ontvangt verzoekende partij het bestreden besluit waarin de opleiding “bachelor in bouw en in toegepaste psychologie” niet meer voorkomt.
- Beoordeling. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en XII-4136-3/6 dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat alleen rekening kan worden gehouden met hetgeen terzake in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd; dat de Raad van State geen acht kan slaan op hetgeen in later ingediende geschriften of ter terechtzitting nog door de verzoekende partij wordt bijgebracht; dat het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State immers niet voorziet in de mogelijkheid om bijkomende stukken neer te leggen; Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel aanvoert dat het onduidelijk is wat het lot is vanaf het volgende academiejaar van de thans bij haar georganiseerde opleiding sociaal werk, optie assistent in de psychologie” daar de afbouw niet gepaard kan gaan met een parallelle opbouw van de overeenstemmende bacheloropleiding, zodat er een vacuüm ontstaat voor de hogeschool en voor de studenten die in deze opleiding zijn ingeschre- ven, het overgrote deel in het eerste jaar van de driejarige opleiding; dat zij betoogt dat indien zij deze opleiding verder zou mogen organiseren, zulks slechts maximaal gedurende twee academiejaren kan zodat er geen maatregel van overgang of begeleiding kan worden genomen ten aanzien van studenten die thans of gedurende de twee volgende academiejaren niet slagen; dat zij stelt dat de normale voortzetting van het onderwijs wordt verstoord, wat te dezen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt; dat zij eveneens verwijst naar andere hogescholen die wel kwestieuze omvorming hebben verkregen terwijl alle hogescholen reeds vanaf volgend academie- jaar alle nieuwe bacheloropleidingen zullen aanbieden zodat er een ernstige concurren- tieverstoring en ongelijkheid optreedt tussen de hogescholen, waardoor de goede naam en faam van verzoekende partij terzake het door haar georganiseerde onderwijs op ernstige wijze wordt aangetast; Overwegende dat uit het administratief dossier op het eerste gezicht alleen blijkt dat verzoekende partij bij sociaal werk geen optie assistent in de psychologie aanbiedt, wel vier andere opties, met 178 studenten; dat indien verzoeken- de partij de optie assistent in de psychologie niet heeft aangeboden gedurende het vorige academiejaar, zij bezwaarlijk kan aanvoeren dat hun afbouw niet gepaard kan XII-4136-4/6 gaan met een parallelle opbouw van de overeenstemmende bacheloropleidingen en er een vacuüm voor de hogeschool ontstaat; Overwegende dat verzoekende partij terzake bovendien initiatieven kon nemen en dat op relatief korte termijn; dat immers luidens artikel 123, § 5 in fine van het structuurdecreet, zij nogmaals een nieuwe omvormingsaanvraag kan indienen; dat de vaststelling door de Vlaamse regering van de lijst van wat zij als opleiding mag aanbieden geschiedt voor 1 januari 2005; dat bovendien de mogelijkheid tot het aanvragen van de door haar geambieerde onderwijsbevoegdheid na 1 september 2004 blijft bestaan op grond van art. 61 van het structuurdecreet; dat de nadelige concurrentiepositie dan ook, los van de huidige beslissing, blijvend kan omgevormd worden op basis van een wettelijke mogelijkheid, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-4136-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig september 2004, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. E. BREWAEYS. XII-4136-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.402 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.989 ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.726 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.