← België

Arrest 135430 - - 27/09/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.430 Rolnummer: A. 151643/IX-4525 Zaak: Arrest 135430 - - 27/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-13 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 10:01 Fiche Arrest nr 135.430 van 27 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.430 van 27 september 2004 in de zaak A. 151.643/IX-

  1. In zake : Johan RENDERS, die woonplaats kiest bij advocaten W. VAN BETSBRUGGE en E. VANDEBEMPT, kantoor houdende te TIENEN, IVe Lansierslaan 4 tegen :
  2. de korpschef van de Politiezone LUBBEEK,
  3. het Politiecollege van de Politiezone LUBBEEK, die woonplaats kiezen bij advocaat B. WELKENHUYSEN, kantoor houdende te LUBBEEK, Staatsbaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johan RENDERS op 10 mei 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de hem op 12 maart 2004 ter kennis gebrachte beslissing van de korpschef van de politiezone BIERBEEK/BOUTERSEM/HOLSBEEK/LUBBEEK waarbij hij vanaf 11 maart 2004 gepermuteerd wordt naar de interventieploeg te Lubbeek, evenals van de bevestiging van dat besluit, op 24 maart 2004, door het politiecollege; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 6 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 september 2004; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-4525-1/9 Gehoord de opmerkingen van advocaat W. VAN BETSBRUGGE, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat B. WELKENHUYSEN, die verschijnt voor de verwerende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  5. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  6. Verzoeker is inspecteur van politie bij de lokale politie van de politiezone Bierbeek/Boutersem/Holsbeek/Lubbeek (hierna : de politiezone Lubbeek). Hij was op het ogenblik van het bestreden besluit als "wijkinspecteur" tewerkgesteld in Boutersem. Volgens de verklaring van de verwerende partij zag het organigram te Boutersem eruit als volgt : één wijkoverste (hoofdinspecteur Karel SENTE), drie wijkinspecteurs (verzoeker, Johan VAN VLASSELAER en Kim BUVÉ) en één administratieve kracht (Heidi VRANCKX). 1.
  7. Met een brief van 7 november 2003 deelt de waarnemend korpschef van de politiezone Lubbeek aan de wijkcoördinator mee dat het parket van de procureur des Konings te Leuven hem gewezen heeft op de schromelijke overschrijding van de behandelingstermijn van twee kantschriften en dat om een bijsturing van de kantschriftenbehandeling wordt gevraagd. De wijkcoördinator wordt ermee belast verzoeker over dat probleem te spreken, een stappenplan op te stellen om zijn attitudes positief te oriënteren en een functioneringsgesprek met verzoeker te houden. Op 19 november 2003 brengt de wijkcoördinator schriftelijk verslag uit. In dat verslag wordt onder meer gesteld dat verzoeker blijkbaar een ernstig probleem heeft betreffende de organisatie van zijn taken, dat hij niet echt in staat is prioriteiten te stellen, dat het probleem zich momenteel zeer acuut stelt daar de normale afwerkingstermijnen in ernstige mate overschreden werden, dat er stukken zijn die tussen drie en twaalf maanden over tijd zijn met alle gevolgen van dien, dat er een functioneringsgesprek zal plaatsvinden met verzoeker en met hoofdinspecteur SENTE betreffende het uitvoeren en het controleren van taken, en IX-4525-2/9 dat hijzelf te Boutersem wekelijks een stand van zaken zal opnemen en indien nodig de gepaste maatregelen zal treffen. In een verslag delen de wijkcoördinator en wijkoverste SENTE aan de procureur des Konings mee dat verzoeker reeds geruime tijd problemen geeft in verband met late uitvoering van kantschriften en aanvankelijke processen-verbaal, hetgeen niet belet dat hij voor het overige een rechtschapen en plichtbewust politieman is. Zij stellen voort dat zij, gelet op het personeelsbestand, qua toewijzing van een andere functie uiterst beperkt zijn in hun mogelijkheden, maar dat deze maatregelen echter niet geschuwd zullen worden mochten de zachte en overredende middelen geen of onvoldoende uitwerking ressorteren. 1.
  8. Met een dienstnota van 11 maart 2004 deelt de korpschef mee wat volgt : "Onderwerp : permutaties per 01.04.2004 Volgende permutaties worden in overleg met betrokken medewerkers doorgevoerd per 01.04.2004
  9. Hinp Marc ARLAY muteert van de funct. recherche naar de funct. wijk- werking waar hij de functie van wijkoverste in de wijk Boutersem zal waarnemen.
  10. Hinp Karel SENTE blijft binnen de funct. wijkwerking en wordt adj.-wijkoverste te Boutersem. Bovendien krijgt hij een wijk toegewezen. Inp Johan RENDERS muteert van de funct. wijkwerking te Boutersem naar de funct. interventie. Open te stellen vacatures i.f.v. permutatie tegen 01.04.
  11. Nog deze week zullen in totaal twee vacatures opengesteld worden respectievelijk voor de funct. recherche en de funct. SOM. De selectie zal in de loop van de maand maart plaatsvinden zodat ook deze permutaties per 01.04.04 kunnen doorgevoerd worden". De beslissing van de korpschef om verzoeker per 1 april 2004 te muteren van de functie wijkwerking te Boutersem naar de functie interventie, maakt het eerste voorwerp uit van de onderhavige vordering tot schorsing. 1.
  12. Met een nota van 12 maart 2004 wordt aan de personeelsleden van de politiezone meegedeeld dat volgende vacatures worden opengesteld, te begeven bij interne mobiliteit : - SOM : 1 voltijdse inspecteur of hoofdinspecteur - lokale recherche : 1 voltijdse inspecteur of hoofdinspecteur. IX-4525-3/9 Drie personeelsleden, onder wie Kim BUVÉ, stellen zich kandidaat voor de functie van inspecteur bij de lokale recherche. 1.
  13. Met een aangetekende brief van 15 maart 2004 deelt verzoeker aan de korpschef mee wat volgt : "Geachte Heer Hoofdcommissaris, Met dit schrijven wil ik U meedelen dat ik onmogelijk akkoord kan gaan met mijn gedwongen permutatie van functie wijk Boutersem naar de functie interventie, omwille van verschillende redenen : 1) Mijn gezondheidstoestand laat mij niet toe om het werk in de interventie- dienst naar behoren uit te voeren zonder mijzelf in gevaar te brengen. Sinds enkele jaren ben ik in die mate rugpatiënt dat ik, hoewel ik volledig geschikt ben voor de dienst, onmiddellijk moet reageren op de signalen die mijn lichaam mij geeft, om zware, mogelijk blijvende, letsels (verlamming) uit te sluiten. De controlegeneesheer, die de diagnose van de door mij geconsulteerde arts volledig bevestigde, legde zodoende alle verantwoordelijkheid bij mij. Ik kan dan ook niet akkoord gaan om te werk gesteld te worden in een dienst waar ik door de eigenheid van deze dienst zelf onmogelijk kan zorgen voor mijn eigen welzijn. Anderzijds kan en wil ik ook niet verwachten dat de hele interventiedienst zich permanent moet aanpassen aan mijn mogelijke problemen. 2) Door de verplichte verandering van werkplaats, van Boutersem naar Lubbeek, moet ik elke werkdag 1 uur langer presteren, zonder daarvoor vergoed te worden. Wanneer wij momenteel als wijkagenten van de 'buitenwijken' steun leveren aan andere afdelingen of diensten (interventie, andere zones, wijk Lubbeek, bewaking ambassades, enz.) als enige dienst van die dag, vangt onze dienst aan in Boutersem (een half uur voor de aanvraag van de dienst in Lubbeek), en eindigt onze dienst in Boutersem (een half uur na beëindiging van de dienst in Lubbeek). Bovendien zal ik elke werkdag 16 kilometer bijkomend moeten rijden met persoonlijk vervoer, zonder hiervoor vergoed te worden. 3) Het feit dat ikzelf, als enige, verplaatst word zonder vraag van mijnentwege of zonder openstelling van een functie waarvoor ik zou gesolliciteerd hebben, maakt duidelijk dat ik op een verdoken wijze gestraft word. Door deze straf wordt mijn gezinsleven danig door elkaar geschud. 4) Op zaterdag 13/03/2004 kwam Burgemeester LANGENDRIES Guido mij op het werk opzoeken met de vraag of ik overplaatsing had aangevraagd. Hij verzekerde mij dat hij in geen geval iets te maken had met deze 'nieuwe straf'. Hij vroeg mij om als wijkagent in Boutersem te blijven om zoals in het verleden ingezet te kunnen worden wanneer er zich 'speciale' zaken voordoen aangaande bestuurlijke politie. De Burgemeester vond dat mijn gedwongen vertrek, nu er reeds enkele jaren tot ieders tevredenheid goed kan samen- gewerkt worden, een zoveelste verlies voor de politie en de bevolking van Boutersem zou betekenen. Ik hoop dan ook dat U, geachte Heer Korpschef, mij toelaat om mijn werk als wijkagent in Boutersem verder te laten zetten". 1.
  14. Op 24 maart 2004 beslist het politiecollege van de politiezone Lubbeek, na kennisname van de aangetekende brief van 15 maart 2004 en op voorstel IX-4525-4/9 van de korpschef, "om voet bij stuk te houden en inspecteur Johan RENDERS vanaf 01.04.2004 intern mutatie te laten maken naar de dienst interventie". Die beslissing maakt het tweede voorwerp uit van de onderhavige vordering tot schorsing. 1.
  15. Met een brief van 26 maart 2004 deelt de korpschef aan verzoeker mee wat volgt : "Ik heb uw aangetekend schrijven d.d. 15 maart 2004 goed ontvangen. Uw permutatie van wijk Boutersem naar de dienst interventie is niet alleen met u overlegd door wijkcoördinator commissaris Maurice LERCLERCQ maar ook nadien doorgepraat tussen u en mijzelf, meer bepaald op 11 maart
  16. In mijn met u overlegde motivatie wat betreft uw gepaster functioneren in een interventiedienst zijn de punten 1 en 3 uit uw aangetekend schrijven reeds doorgepraat. Wat punt 2 betreft is er een beslissing van het politiecollege d.d. 19 december 2001 die bepaalt dat alle commissariaten binnen de zone één en dezelfde gewone plaats van het werk zijn. In die zin geldt hiervoor geen bijkomende vergoeding. Daarnaast kan u uiteraard wel, zoals ieder ander korpslid, aanspraak maken op de statutair voorziene vergoedingen. Tot slot nog uw punt
  17. Op het politiecollege van 3 maart 2004 werden de permutaties binnen de politiezone reeds doorgepraat. Het college steunde mijn voorstellen inclusief uw permutatie om functioneringsredenen. De permutaties zijn gelet op uw aangetekend schrijven i.c. uw verwijzing naar uitspraken door burgemeester LANGENDRIES d.d. 13 maart 2004, terug op de agenda van het college van 24 maart 2004 geplaatst. Eensgezind is beslist om uw permutatie per 01 april 2004 vanuit de wijk Boutersem naar de dienst interventie te behouden". 1.
  18. Blijkens een door de verwerende partij neergelegd "formulier voor de gezondheidsbeoordeling", wordt verzoeker op 7 april 2004 door de preventie- adviseur-arbeidsgeneesheer onderzocht; de arbeidsgeneesheer verklaart dat verzoeker voldoende geschikt is, maar formuleert de hiernavolgende aanbevelingen en voorstellen in verband met de tewerkstellingsvoorwaarden, de aanpassingen en de preventiemaatregelen met betrekking tot de werkpost of activiteit : "Werk is in principe mogelijk maar langdurig in de wagen zitten stelt problemen : niet constant gedurende meerdere dagen na elkaar, max 1 werkdag na mekaar of verschillende dagen parttime". 1.
  19. Op 9 april 2004 verzendt de waarnemend korpschef het hiernavolgend bericht met betrekking tot het werkregime van verzoeker : "Ingevolge de gezondheidsbeoordeling van INP Johan RENDERS door preventie-adviseur-arbeidsgeneesheer Dr. Dries VAN HERZELE (Premed) en het terzake afgeleverde formulier dd. 07.04.2004 dient een bijzonder werk- IX-4525-5/9 regime gehanteerd te worden voor betrokkene, gelet op zijn medisch profiel en de terzake verstrekte aanbevelingen. Gelieve daarom rekening te houden met de volgende praktische schikkingen qua dienstregeling : betrokkene kan alle normale dienstactiviteiten presteren met dit voorbehoud : hij dient na elke dag of nacht waarin hij mobiele permanentie heeft gehad (het weze P1, P2 of P3) een dag 'recuperatie' (niet in de politioneel-statutaire betekenis) gepland te krijgen, met andere woorden niet opnieuw een P-dienst maar wel een andere binnen interventie voorziene dienst (snelheidscontrole, piekploeg, administratie, verkeersactie etc.). Het trapsysteem P1-P2-P3 moet wat hem betreft dus op permanente basis doorgeknipt worden bij de dienstplanning, zodanig dat er minstens één dag vrije ruimte zit tussen de voor hem uitgeschre- ven P-diensten. Dit aangepast werkregime zal in de beginfase regelmatig geëvalueerd worden door de korpschef en ondergetekende, samen met betrokkene en de functionali- teitsverantwoordelijke. Deze materie werd reeds mondeling overlegd tussen INP Johan RENDERS, CP Pieter LAENENS en ondergetekende op donderdag 08.04.2004". 2.
  20. Overwegende dat de verwerende partij aanvoert dat de bestreden beslissingen betrekking hebben op een ordemaatregel waarbij voor de wijk Boutersem een nieuwe wijkverantwoordelijke is aangesteld en waarbij verzoeker naar een andere dienst is overgeheveld; dat volgens haar dergelijke maatregel van inwendige orde niet voor vernietiging vatbaar is; 2.
  21. Overwegende dat de Raad van State in de huidige stand van de rechtspleging geen uitspraak doet over deze exceptie; dat immers, zoals hierna zal blijken, de vordering wordt verworpen omdat een van de grondvoorwaarden voor het bevelen van de schorsing niet vervuld is;
  22. Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.
  23. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeker aanvoert wat volgt : "De beslissing tot mutatie is genomen zonder rekening te houden met de medische bezwaren welke zijn aangekaart door verzoeker en welke zijn gestaafd door ernstige medische attesten. IX-4525-6/9 De negatieve invloed van de aard der werkzaamheden in de interventiedienst op de gezondheid kan niet worden gecompenseerd met een latere geldelijke vergoeding. Het nadeel, zijnde invloed op de gezondheid, is derhalve een quasi onherstelbaar nadeel. Anderzijds zorgt de vacantverklaring van de plaats van verzoeker naar de mogelijke invulling door een andere kandidaat zodat een mogelijke terugkeer ook quasi onmogelijk wordt gemaakt en ook hierdoor het nadeel dat ontstaat moeilijk te herstellen wordt". 4.
  24. Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat de medische argumenten, die naar voren zijn gebracht, door de arbeidsgeneesheer weerlegd zijn en dat de aanbevelingen van de arbeidsgeneesheer ook gevolgd zijn; dat zij daaraan toevoegt dat verzoeker de wijkwerking blokkeerde en niet optimaal functioneerde, dat zij er geen belang bij heeft dat verzoeker “spoedig zou terugkeren” en dat het bestreden besluit gedragen wordt door voldoende feitelijke en wettelijke motieven; dat laatstvermeld betoog eerder thuishoort bij de uiteenzetting van een vraag tot belangenafweging, die in dit geval evenwel niet wordt gesteld; 4.
  25. Overwegende dat, aangenomen dat een verslechtering van de gezondheidstoestand een nadeel is dat de schorsing van een mutatiebesluit kan verantwoorden, het in ieder geval aan de betrokken verzoeker toekomt om precies te bewijzen op welk vlak hij een verslechtering van zijn gezondheidstoestand, die rechtstreeks verbonden is met de hem opgelegde functiewijziging, verwacht; dat verzoeker evenwel in gebreke blijft aan te duiden welke werkzaamheden in de functie bij de interventiedienst dergelijk negatief effect op zijn gezondheidstoestand zullen hebben en de nuttige bewijsstukken dienaangaande over te leggen; dat verzoeker gewis in de sub 1.
  26. geciteerde brief de korpschef heeft ingelicht van gezondheidspro- blemen die hij bij een normale inschakeling in de interventiedienst zou ondervinden en dat verzoeker op 7 april 2004 ook daadwerkelijk van de preventieadviseur- arbeidsgeneesheer een verslag heeft gekregen waarin zijn gezondheidsproblemen werden onderkend; dat evenwel daar tegenover staat dat verzoeker niet ontkent dat bij zijn nieuwe tewerkstelling terdege rekening gehouden is met de opmerkingen van de preventieadviseur -ten bewijze waarvan de sub 1.
  27. geciteerde instructie van de korpschef- en dat hij in zijn verzoekschrift op geen enkele wijze uiteenzet waarom de door de korpschef opgestelde werkindeling niet zal kunnen verhinderen dat de uitoefening van de functie hem nieuwe gezondheidsproblemen bezorgt; dat rekening houdend met die feitelijke gegevens, in de beweerde negatieve gevolgen van het bestreden besluit op de gezondheidstoestand van verzoeker, geen moeilijk te IX-4525-7/9 herstellen ernstig nadeel wordt onderkend dat de schorsing van het bestreden besluit rechtvaardigt; Overwegende, waar verzoeker een nadeel ontwaart in het feit dat zijn betrekking te Boutersem vacant verklaard is en dat zij ingevuld zal worden door een andere politieambtenaar zodat zijn terugkeer quasi onmogelijk is, vooreerst opgemerkt wordt dat uit de gegevens van het dossier blijkt dat de betrekking van wijkverantwoordelijke te Boutersem, die verzoeker begaf, tegelijk met zijn mutatie opgevuld is door de toewijzing van de wijk aan hoofdinspecteur SENTE en dat de vacantverklaring op 5 april 2004 van een betrekking INP voor de wijk Boutersem niet het gevolg is van de mutatie van verzoeker, maar van de mutatie van K. BUVÉ naar de lokale recherche; dat daaruit volgt dat het nadeel, dat verzoeker eventueel zou kunnen lijden doordat zijn vroegere functie te Boutersem door een ander politieambtenaar wordt ingevuld, niet rechtstreeks voortvloeit uit de hier bestreden mutatie maar uit de desbetreffende aanwijzing van HINP SENTE; dat, meer nog, verzoeker in ieder geval niet aantoont waarom het voor de verwerende partij onmogelijk zou zijn om, na de vernietiging van de bestreden beslissing, hem daadwerkelijk terug in de wijkwerking te Boutersem tewerk te stellen en ook niet waarom dat rechtsherstel niet zal volstaan om het nadeel dat hij ondergaat goed te maken; Overwegende dat verzoeker het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet aannemelijk maakt; dat de vordering om die reden verworpen wordt, BESLUIT: Artikel
  28. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  29. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-4525-8/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig september 2000 en vier, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4525-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.430 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.971 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.