← België

Arrest 135442 - - 27/09/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.442 Rolnummer: A. 135663/IX-3770 Zaak: Arrest 135442 - - 27/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-13 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 10:05 Fiche Arrest nr 135.442 van 27 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.442 van 27 september 2004 in de zaak A. 135.663/IX-

  1. In zake : Mark VAN DE VREKEN, die woonplaats kiest bij advocaten V. en O. VAN OBBERGHEN, kantoor houdende te VILVOORDE, Riddersstraat 2, bus 2 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Buiten- landse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten A. VERRIEST en P. DE MAEYER, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan
  2. ------------------------------------------------------------------------------------------------ DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat MarkVAN DE VREKEN op 18 april 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 17 januari 2003 van de minister van Buitenlandse Zaken, waarbij Mathias BO- GAERT, Delphine COLARD, Jan DE PRETER, Wouter DETAVERNIER, Gommaar DUBOIS, Michel GEREBTZOFF, Johan JACOBS, Stijn MOLS, Gianmarco RIZZO, Jean-Louis SERVAIS, Filip VANDEN BULCKE, Peter VAN KEMSEKE, Laurent VAN STEIRTEGEM, Karen VAN VLIERBERGE en Brigitte WAIGNEIN, geslaagden voor de selectie van stagiairs van de carrière Buitenlandse Dienst, toegelaten worden tot de proeftijd; Gelet op het arrest nr. 125.103 van 5 november 2003 waarbij de afstand van de vordering tot schorsing wordt toegewezen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 24 december 2003, ingediend door verzoeker; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan verzoeker op 10 maart 2004; IX-3770-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het schrijven van verzoeker van 14 juni 2004, waarbij hij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 12 juli 2004, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 6 september 2004; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat O. VAN OBBERGHEN, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat E. JACUBOWITZ, die loco advocaten A. VERRIEST en P. DE MAEYER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan verzoeker de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat verzoeker binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat namelijk die memorie van wederantwoord één dag te laat is verzonden, in aanmerking genomen dat de memorie van antwoord, zoals blijkt uit het poststempel, op 10 maart 2004 aan de gekozen woonplaats werd betekend; IX-3770-2/3 Overwegende dat de raadsman van verzoeker, die gevraagd had te worden gehoord, ter terechtzitting verklaart dat naar zijn weten hij de memorie van antwoord niet op 10 maar op 12 maart 2004 voor ontvangst heeft ondertekend, maar zulks niet kan bewijzen omdat hij de datum niet heeft vermeld naast zijn handtekening; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, van de gecoör- dineerde wetten op de Raad van State vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang ontbreekt om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig september 2000 en vier, door : de H. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, Mevr. S. VAN AELST, griffier. De griffier, De voorzitter, S. VAN AELST. J. DE BRABANDERE. IX-3770-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.442 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.125.103 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.