← België

Arrest 135507 - - 29/09/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.507 Rolnummer: A. 141105/VII-30614 Zaak: Arrest 135507 - - 29/09/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-15 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 10:14 Fiche Arrest nr 135.507 van 29 september 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 135.507 van 29 september 2004 in de zaak A. 141.105/VII-30.614 In zake : XXX, verblijvende te 3920 LOMMEL, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Oekraïense nationaliteit, op 20 augustus 2003 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 23 juli 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 11 oktober 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 24 juli 2003; Gelet op de beschikking van 8 september 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 7 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op het administratief dossier; Gezien het voorlopig advies opgemaakt door eerste auditeur- afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 7, §2 van het hoger genoemde koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit voorlopig advies aan de partijen; Gelet op de beschikking van 13 juli 2004 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 22 september 2004; VII-30.614-1/3 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij, die verschijnt in persoon en van adjunct-adviseur M. HUYGHE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat artikel 17, §3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing wordt ingesteld bij een afzonderlijke akte die geen deel uitmaakt van het verzoekschrift tot nietigverklaring en uiterlijk samen met dat verzoekschrift; dat een vordering tot schorsing slechts ontvankelijk is voor zover zij gekoppeld is aan een ontvankelijk ingediend annulatieberoep; dat de verzoekende partij heeft nagelaten een verzoek tot nietigverklaring in te dienen binnen de gestelde termijn; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bijgevolg niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig september tweeduizend en vier, door VII-30.614-2/3 de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. L. SCHWEIGER, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, L. SCHWEIGER. E. BREWAEYS. VII-30.614-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.507 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.