id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.612 Rolnummer: A. 149054/X-11812 Zaak: Arrest 135612 - - 01/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-07 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 10:28 Fiche Arrest nr 135.612 van 1 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.612 van 1 oktober 2004 in de zaak A. 149.054/X-11.
- In zake : Rudy JANSSENS, die woonplaats kiest bij Advocaten E. VAN DER MUSSELE en Y. VANDEN BOSCH, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Justitiestraat 18 A tegen :
- de gemeente BRECHT, die woonplaats kiest bij Advocaat A. MEEUSEN, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Kapucinessenstraat 19,
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
- -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Rudy JANSSENS op 19 maart 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 19 januari 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente BRECHT waarbij aan b.v.b.a. RENO-keukens de stedenbouwkun- dige vergunning wordt verleend voor het verbouwen en uitbreiden van een bestaand appartementsgebouw en het bouwen van zes garages gelegen Eikenlei 54 te Brecht, op een perceel kadastraal bekend Sectie A, nr. 4K3; Gezien de nota Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 23 juni 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 september 2004; X-11.812-1/4 Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Geho o rd de o p mer k ing en van Advo caat E. VAN DER MUSSELE, die verschijnt voor verzoeker, van Advocaat C. SERVAIS die, loco Advocaat A. MEEUSEN verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat V. VAN DE KEERE die, loco Advocaat J. CLAES verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker ter terechtzitting aanvullende stukken neerlegt; dat in het overleggen van bijkomende stukken niet is voorzien door het in de schorsingprocedure toepasselijke procedurereglement; dat derhalve de voornoemde stukken ambtshalve uit de debatten worden geweerd; dat om dezelfde reden ook verzoekers aan de griffie gerichte brief dd. 7 mei 2004, met de bijlagen, uit de debatten wordt geweerd; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan X-11.812-2/4 te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat, wat de tweede door voornoemd artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, verzoeker uiteenzet wat volgt : "- Het nadeel dat verzoeker lijdt is ernstig en moeilijk te herstellen, als hij jaren dient te wachten op een vernietiging, en intussen moet dulden dat de opbouw en de garages worden gerealiseerd; het ernstig nadeel bestaat uit : . op en af rijdende auto's van bewoners en bezoekers, slaan van portieren, kuisen en onderhouden van wagens achter in de tuin van aanvrager aanpalend aan de tuin van verzoeker; . Inkijk vanaf het tweede verdiep in de tuin van verzoeker, waar nu ook aanvrager toegaf dat boven de 3 meter geen lichten of zichten moeten worden gecreëerd binnen de verkaveling; (...) - Na opbouw en eventuele vernietiging zal het zeer moeilijk zijn later de herstelling te vorderen en te realiseren door afbraak voornamelijk van een woonlaag (...) en van de garages in een bewoond gebouw dat voor wat de 2 onderste niveau's betreft geldig zou vergund zijn en alleen niet voor het derde niveau"; Overwegende dat verzoeker zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet mag beperken tot vaagheden en algemeen- heden, maar concrete en precieze gegevens dient aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat hij ondergaat of dreigt te ondergaan, hetgeen inhoudt dat hij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel blijkt; Overwegende dat verzoeker zich beperkt tot het in algemene bewoordingen te stellen dat hij een ernstig nadeel lijdt door het af en aan rijden van auto’s en de daarmee gepaard gaande hinder en door inkijk vanaf de tweede verdieping; dat hij evenwel verzuimt in zijn verzoekschrift enig concreet gegeven ter zake bij te brengen; dat de in de vordering gegeven uiteenzetting van het nadeel loutere affirmaties zijn die niet op een overtuigende wijze worden gestaafd door enig concreet gegeven of argument; dat ook het stuk waarnaar verzoeker in zijn uiteenzetting verwijst ter zake geen uitsluitsel geeft over de vermeende inkijk; dat met ter terechtzitting gegeven "nieuwe" feitelijke gegevens geen rekening kan worden gehouden; dat verzoeker niet aannemelijk maakt dat het in algemene X-11.812-3/4 bewoordingen uiteengezette nadeel, mocht dit al zijn aangetoond, zodanig is dat het als een ernstig nadeel in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan worden beschouwd; dat voorts het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zijn rechtstreekse oorzaak dient te vinden in de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit; dat de duurtijd die een annulatieproce- dure in beslag neemt hieraan vreemd is en niet in aanmerking kan worden genomen; dat de uiteenzetting van verzoeker geen afdoende concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door arti- kel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een oktober 2004, door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-11.812-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.612 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.826 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.