id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.630 Rolnummer: A. 155886/X-12063 Zaak: Arrest 135630 - - 01/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-06 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-04 10:34 Fiche Arrest nr 135.630 van 1 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.630 van 1 oktober 2004 in de zaak A. 155.886/X-12.063. In zake : 1. Anita DEDOBBELEER, 2. Johan KESTEMONT, beiden wonende te 1540 HERNE, Druimerenstraat 27 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14, bus 3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Anita DEDOBBELEER en Johan KESTEMONT op 23 september 2004 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 14 september 2004 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen het besluit van 18 september 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, waarbij hen de vergunning wordt verleend voor het regulariseren van dakkapellen met afbraak van trapgevels betreffende een gebouw gelegen te Heerne, Druimerenstraat, op een perceel kadastraal gekend Sectie D, nr. 206k; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 24 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 september 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partijen Ani- ta DEDOBBELEER en Johan KESTEMONT, die verschijnen in persoon, en van Advocaat M. van DIEVOET, die verschijnt voor de verwerende partij; X-12.063-1/6 Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partijen in fine van hun verzoekschrift vragen een plaatsbezoek te doen; dat daargelaten de vraag of dit verzoek wel verzoenbaar is met de vraag om deze vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te doen, de verzoekende partijen niet uiteenzetten waarom dit plaatsbezoek noodzakelijk is; dat de Raad evenmin redenen ziet om dit ambtshalve te bevelen; dat het verzoek wordt afgewezen; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat, wat de derde voorwaarde betreft, de verzoeken- de partijen in de vordering tot schorsing uiteenzetten wat volgt : X-12.063-2/6 "(...) Vooreerst dient gezegd te worden dat het ontvangstbewijs van deze bouwaanvraag voor de bestendiging van de dakkapellen dateert van 28 januari 2003. Artikel 195 quinquies DRO heeft de regularisatieperiode beperkt tot 1 februari 2003. Verzoekers hebben dus thans geen mogelijkheid meer de dakkapellen te regulariseren in toepassing van het decreet van 21 november 2003 waarbij artikel 145 bis DRO werd gewijzigd. Volgens het ministerieel besluit van 14 september 2004 over het beroep van de gemachtigde ambtenaar zijn er nog veranderingen doorgevoerd in de wetgeving betreffende de ruimtelijke ordening . Deze veranderingen konden niet worden toegepast op deze bouwaanvraag voor de regularisatie van de dakkapellen. Deze veranderingen in de wetgeving (decreet van 21 november 2003) kunnen evenwel nog een gewijzigde houding doen aannemen over de standpunten dewelke thans werden ingenomen in de ministeriële beslissingen van 2 juli 2002 en 14 september 2004. In casu zou dit betekenen dat de dakkapellen worden afgebroken om ze dan eventueel later op basis van het wijzigingsdecreet van 21 november 2003 opnieuw op te bouwen. Het ministerieel besluit stelt verder in de 7 de alinea het volgende : 'Overwegende dat uit het stedenbouwkundig - technisch onderzoek blijkt dat er nog niet tot uitvoering van de in de stedenbouwkundige vergunning van 5 november 2002 opgelegde werken werd gestart; dat er dient op gewezen te worden op het feit dat een stedenbouwkundige vergunning vervalt van rechtswege indien de vergunninghouder niet daadwerkelijk met de verwezenlij- king van de vergunning van start is gegaan, binnen twee jaar na afgifte van de vergunning, dat de termijn aanvangt op de dag dat de vergunning definitief werd verkregen; dat de aanvrager niet in beroep is gegaan tegen de voorwaarden, namelijk de afbraak van de trapgevels, de aanwezige dakkapellen en het verwijderen van het dakterras, vervat in deze stedenbouwkundïge vergunning, maar ineens de regularisatie ervan vraagt' De werken van de afbraak dienen dus volgens deze bepalingen van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.