id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.658 Rolnummer: A. 149154/IX-4185 Zaak: Arrest 135658 - - 04/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-15 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-07-04 10:35 Fiche Arrest nr 135.658 van 4 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.658 van 4 oktober 2004 in de zaak A. 149.154/IX-4185. In zake : het Vlaams Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 33 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Economie, die woonplaats kiest bij advocaat J.-F. DE BOCK, kantoor houdende te BRUSSEL, Tasson-Snelstraat 38. tussenkomende partij : 1. de CVA TAXI'S AUTOLUX, 2. de BVBA F.T.R., die woonplaats kiezen bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op 19 maart 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het ministerieel besluit van 16 januari 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 11 januari 2002 houdende vaststelling van de maximumprijzen voor het vervoer met taxi's; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. STEVENS; IX-4185-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 9 september 2004 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 27 september 2004; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaten H.C. SEBREGHTS en N. ANSOMS, die verschijnen voor de verzoekende partij, van advocaat J.F. DE BOCK, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat D. LINDEMANS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de CVA Taxi's Autolux en de BVBA F.T.R. met een verzoekschrift van 20 april 2004 vragen om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; 1. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.1. Bij ministerieel besluit van 11 januari 2002 houdende vaststelling van de maximumprijzen voor het vervoer met taxi’s worden de maximumprijzen voor het vervoer met taxi*s vastgesteld. Dit besluit heft in zijn artikel 4 ook het ministerieel besluit van 28 juni 1999 houdende vaststelling van de maximumprijzen voor het vervoer met taxi’s op. Tegen dat besluit was een annulatieberoep ingesteld. Het voornoemd ministerieel besluit van 11 januari 2002 is het voorwerp van een annulatieberoep ingediend door het Waals Gewest. Artikel 2 van dat ministerieel besluit van 11 januari 2002 luidt als volgt : IX-4185-2/7 "Art. 2. De maximumprijzen, fooi en belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen, voor het vervoer van personen met taxi*s, worden als volgt vastgesteld: "1/ In de lokaliteiten waar het perimeterstelsel niet moet worden toegepast:
- a)Kilometerprijs: 1. kleine rijtuigen: 0,89 EUR per afgelegde kilometer; 2. grote rijtuigen: 0,99 EUR per afgelegde kilometer:
- b)Wachtgeld: 21,86 EUR per uur;
- c)Opnemingsbedrag: 2,35 EUR;
- d)Forfaitaire toeslag voor nachtritten: 1.86 EUR;
- e)Afstand: de afstand mag worden berekend vanaf het vertrek van de garage of de standplaats tot de terugkeer op dezelfde plaats. De afstand zonder passagier dient langs de kortste weg te worden afgelegd. 2/ In de lokaliteiten waar het perimeterstelsel wordt toegepast:
- a)Kilometerprijs: 1. kleine rijtuigen: 1,10 EUR per kilometer met passagier; 2. grote rijtuigen: 1,20 EUR per kilometer met passagier;
- b)Wachtgeld: 21,86 EUR per uur;
- c)Opnemingsbedrag: 2,20 EUR; Het opnemingsbedrag geeft recht op het thuis afhalen binnen een straal van 2000 meter, gerekend vanaf de dichtst bijgelegen standplaats van de exploitant.
- d)Forfaitaire toeslag voor nachtritten: 1,86 EUR;
- e)Afstand: de afstand mag worden berekend vanaf het instappen van de klant tot het uitstappen van de klant binnen de perimeter. Indien de klant buiten de perimeter uitstapt, mag de terugrit tot de perimeter worden aangerekend, met dien verstande dat de terugrit langs de kortste weg moet geschieden." Bij artikel 77, 7/, van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder wordt het ministerieel besluit van 11 januari 2002 in het Vlaams Gewest opgeheven. Tegen dit besluit is door de Belgische Staat een annulatieberoep ingediend. Het in de onderhavige vordering bestreden ministerieel besluit van 16 januari 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 11 januari 2002 houdende vaststelling van de maximumprijzen voor het vervoer met taxi’s wijzigt artikel 2 van het voormeld ministerieel besluit van 11 januari 2002. Het luidt als volgt : "Artikel 1. ' In artikel 2 van het ministerieel besluit van 11 januari 2002 houdende vaststelling van de maximumprijzen voor het vervoer met taxi's worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in 1° worden de woorden « 0,89 EUR », « 0,99 EUR », «21,86 EUR », « 2,35 EUR » en « 1,86 EUR » respectievelijk vervangen door de woorden « 0,94 euro », « 1,04 euro », « 24,55 euro », « 2,42 euro » en « 2,00 euro »; 2° in 2° worden de woorden « 1,10 EUR », « 1,20 EUR », «21,86 EUR », « 2,20 EUR » en « 1,86 EUR » respectievelijk vervangen door de IX-4185-3/7 woorden « 1,15 euro », « 1,25 euro », « 24,55 euro », «2,27 euro » en « 2,00 euro ». Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt;" 2. Over de gegrondheid van de vordering tot schorsing. Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.1. Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot de tweede voorwaarde in haar verzoekschrift aanvoert dat de federale overheid de bevoegdheden van het Vlaams Gewest miskent en dat het nadeel dat daaruit voortvloeit “evident” is; dat, doordat korte tijd voordien het ministerieel besluit van 11 januari 2002 voor het Vlaams Gewest werd opgeheven, er “opnieuw een gelijkaardig Besluit (wordt) uitgevaardigd zonder op enige wijze rekening te houden met de draagwijdte van de beslissingsbevoegdheid van het Vlaamse Gewest”; dat het ”verzoekster (...) de facto onmogelijk (wordt) gemaakt een beleid te voeren in een haar grondwettelijk toebedeelde materie”; dat “de aard van de inbreuk zo fundamen- teel (is),(...) dat het herstel ervan geen uitstel duldt precies omwille van de ernst van het nadeel en de moeilijke herstelbaarheid.”; dat ook voor de taxi-ondernemingen die in het Vlaams Gewest opereren een rechtsonzekere situatie ontstaat; dat er op “geen enkele wijze (wordt) verduidelijkt of en in welke mate het bestreden besluit impliceert dat het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 buiten werking gesteld zou worden, dan wel of het, voor het Vlaams Gewest, zijn volledige rechtskracht behoudt”; dat die rechtsonzekerheid verzoekster belet een beleid te ontwikkelen “in een haar grondwettelijk toegewezen materie”; 2.2. Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat het door de verzoekende partij aangevoerde nadeel niet rechtstreeks voortvloeit uit de bestreden beslissing; dat de verwerende partij wel degelijk op grond van de bevoegdheidsverdelende regels het bestreden besluit kon nemen; dat indien enig nadeel voor verzoekster zou ontstaan, dit dan enkel maar kan voortvloeien uit de eventuele onduidelijkheid van de bevoegdheidsverdelende regels zoals die neergelegd IX-4185-4/7 zijn in de Grondwet en in de Bijzondere Wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; dat ook het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State, gegeven naar aanleiding van de goedkeuring van de bestreden beslissing de principiële bevoegdheid van de verwerende partij heeft erkend; dat de verzoekende partij bij het aannemen van een besluit hiermee rekening moet houden; dat de verzoekende partij zelf in haar besluit van 18 juli 2003 het ministerieel besluit van 11 januari 2002 tot vaststelling van de maximumprijzen voor het vervoer met taxi*s heeft opgeheven zodat zij zelf het probleem van twee naast elkaar bestaande besluiten heeft gecreëerd; dat dit probleem of nadeel evenwel niet rechtstreeks voortvloeit uit de bestreden beslissing; dat de verzoekende partij zelf dergelijk nadeel zou kunnen vermijden door de inwerkingtreding van haar besluit uit te stellen totdat “klaarheid komt over de bevoegdheid van de verschillende overheden”; dat zij niet kan verwijzen naar de situatie van de taxiondernemingen, die in een “rechtsonzekere toestand zouden moeten opereren” omdat dit mogelijk nadeel de taxi-ondernemingen toebehoort en niet de verzoekende partij; 2.3. Overwegende dat de tussenkomende partijen in essentie laten gelden dat de door de verzoekende partij aangevoerde rechtsonzekerheid helemaal niet is ontstaan door het bestreden besluit, maar wel door het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder en mogelijk ook, maar dan veel minder rechtstreeks en duidelijk, het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van de mobiliteitsraad van Vlaanderen; dat “de Vlaamse* verplichtingen opgelegd aan taxiuitbaters die in Vlaanderen een exploitatiezetel hebben, juridisch en ook feitelijk onverenigbaar zijn met de federale eisen, waarbij de Vlaamse eisen blijken te zijn opgelegd in strijd met de bevoegdheidsverdelende regels”; dat het nadeel waarop het Vlaams Gewest zich in essentie beroept geen eigen nadeel, maar een beweerd nadeel van de taxisector is; dat de taxisector het bestaan van enig nadeel ontkent door het bestreden besluit; dat het enige aspect van het nadeel waarop de verzoekster zich beroept en een eigen nadeel zou kunnen zijn, haar “bewering (
- is)dat het haar de facto onmogelijk (wordt) gemaakt een beleid te voeren in een haar grondwettelijk toebedeelde materie”, doch dat dit nadeel “precies (voortvloeit) uit de bevoegdheidsverdelende regels die aan het Vlaams Gewest niet de bevoegdheid geven die het zich aanmatigt” en dat dit nadeel geen nadeel is dat voortvloeit uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit; IX-4185-5/7 2.4. Overwegende dat het ministerieel besluit van 11 januari 2002 houdende vaststelling van de maximumprijzen voor het vervoer met taxi*s bij artikel 77, 7/, van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder voor het Vlaams Gewest is opgeheven met ingang van 1 juni 2004; dat een wijziging van een voor het Vlaams Gewest opgeheven ministerieel besluit van 11 januari 2002 vanaf die datum in het Vlaams Gewest dan ook geen gelding heeft gehad; dat der- halve niet ingezien wordt op welke wijze het bestreden besluit dat precies een wijziging aanbrengt in het voor het Vlaams Gewest opgeheven besluit vanaf voornoemde datum voor verzoekster nog enig nadeel zou kunnen opleveren in de uitoefening van toegekende bevoegdheden; dat verzoekster zich ook niet in de plaats kan stellen van “taxi-ondernemingen die in het Vlaamse Gewest opereren”; dat een gebeurlijke schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor de periode waarin dat besluit voor het Vlaams Gewest nog kon gelden, namelijk vanaf 23 januari 2004, zijnde de datum van de publicatie in het Belgisch Staatsblad, tot 31 mei 2004, niet de schorsing van het ministerieel besluit van 11 januari 2002 tot gevolg kan hebben, zodat artikel 2 van dat ministerieel besluit in zijn oorspronkelijke versie in het voorkomende geval opnieuw zou gelden; dat verzoekster evenwel die versie niet heeft aangevochten zodat moet aangenomen worden dat zij haar instemming heeft betuigd met het optreden van de verwerende partij bij het vaststellen van de maximumprijzen voor het vervoer met taxi’s; dat het bestreden besluit bovendien slechts een wijziging aanbrengt in een aantal bedragen doch niets wijzigt aan de daarin aangenomen bevoegdheidsregeling; dat haar aangevoerde nadeel met betrekking tot haar beweerde onmogelijkheid om - vanaf 23 januari 2004 tot 31 mei 2004 - “een beleid te voeren in een haar grondwettelijk toebedeelde materie” bijgevolg niet als ernstig kan worden beschouwd; 2.5. Overwegende dat aldus niet is voldaan aan één van de voor- waarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het ministerieel besluit van 16 januari 2004 tot wijziging van het ministerieel besluit van 11 januari 2002 houdende vaststelling van de maximumprijzen voor het vervoer met taxi*s, moet worden verworpen, IX-4185-6/7 BESLUIT: Artikel 1. Het verzoek tot tussenkomst van de CVA Taxi's Autolux en de BVBA F.T.R. in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel 2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier oktober 2000 en vier, door : de H. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. L. HELLIN. IX-4185-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.658 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.696 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div