id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.664 Rolnummer: A. 126161/IX-3475 Zaak: Arrest 135664 - - 04/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-28 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 10:38 Fiche Arrest nr 135.664 van 4 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.664 van 4 oktober 2004 in de zaak A. 126.161/IX-
- In zake : het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van ANTWERPEN tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaten B. STEEGEN, E. SCHELLINGEN en A. GERKENS, kantoor houdende te BILZEN, Demerlaan 21, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Antwerpen op 30 augustus 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit genomen op 3 juli 2002 door de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Buitenlands Beleid waarbij het besluit van 25 januari 2002 van de raad voor maatschappelijk welzijn van Antwerpen houdende de vaststelling, met ingang van 1 januari 2002, van het reglement betreffende de toekenning van maaltijdcheques aan het personeel, wordt vernietigd; Gelet op het arrest nr. 114.279 van 6 januari 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 17 februari 2003 ingediend door de verzoekende partij; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 21 maart 2003; IX-3475-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 10 juli 2003, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 12 juli 2004, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 6 september 2004; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. CLOOSEN, die loco advocaat M. STOLK verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat E. SCHELLINGEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, vastgesteld dient te worden dat het vereiste belang ontbreekt om de gevorderde nietigverklaring te verkrijgen; IX-3475-2/3 Overwegende dat de verzoekende partij, die gevraagd had te worden gehoord, ter terechtzitting niet ontkent dat de memorie van wederantwoord buiten de voornoemde termijn werd ingediend; dat zij geen overmacht inroept; dat er dus geen reden is om artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet toe te passen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier oktober 2000 en vier, door : de H. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, Mevr. S. VAN AELST, griffier. De griffier, De voorzitter, S. VAN AELST. J. DE BRABANDERE. IX-3475-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.664 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.114.279 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.