← België

Arrest 135670 - - 04/10/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.670 Rolnummer: A. 77733/IX-1074 Zaak: Arrest 135670 - - 04/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-22 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 10:40 Fiche Arrest nr 135.670 van 4 oktober 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.670 van 4 oktober 2004 in de zaak A. 77.733/IX-

  1. In zake : Willy MERTENS, die woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 33 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat S. OSSIEUR, kantoor houdende te DESTELBERGEN, Zandrede
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Willy MERTENS op 3 maart 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de commissie voor de gerechtskosten in strafzaken van 15 januari 1998 houdende vaststelling van zijn memorie van 7 oktober 1997 op een lager bedrag dan door hem begroot; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van weder- antwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 21 augustus 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan verzoeker op 5 september 2002; IX-1074-1/3 Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het schrijven van verzoeker van 10 februari 2003, waarbij hij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 12 juli 2004, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 6 september 2004; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat Fl. SEBREGHTS, die loco advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor verzoeker, en van advocaat S. OSSIEUR, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan verzoeker melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat verzoeker de kopie voorlegt van een laatste memorie met begeleidende brief van 24 september 2002, alsmede het bewijs van afgifte ter post van een aangetekende zending eveneens op 24 september 2002; dat de ontvangst van de originele stukken echter niet werd vastgesteld op de griffie van de Raad van State; dat zulks mogelijk te wijten is aan het feit dat op dezelfde dag met een identieke begeleidingsbrief onder hetzelfde refertenummer van de verzoeker twee laatste memories werden ingediend in twee verschillende zaken, en dan wel met vermelding van een foutief rolnummer G/A. 77.733/IX-983 voor de beide zaken; dat IX-1074-2/3 de thans voorgelegde kopie van de laatste memorie in de onderhavige zaak identiek is met de laatste memorie in de andere zaak G/A. 77.442/IX-983; Overwegende dat verzoeker dan ook niet geacht kan worden binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, een verzoek tot voortzetting van de procedure te hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier oktober 2000 en vier, door : de H. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, Mevr. S. VAN AELST, griffier. De griffier, De voorzitter, S. VAN AELST. J. DE BRABANDERE. IX-1074-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.670 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.