← België

Arrest 135713 - - 05/10/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.713 Rolnummer: A. 155853/VII-32790 Zaak: Arrest 135713 - - 05/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-07 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-04 10:49 Fiche Arrest nr 135.713 van 5 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.713 van 5 oktober 2004 in de zaak A. 155.853/VII-32.

  1. In zake : Bruno SCHOENAERTS, in de hoedanigheid van curator over het faillissement van de b.v.b.a. CHANVAL, die woonplaats kiest bij Advocaat E. PRINGUET, kantoor houdende te DRONGEN, Kroonprinsstraat 1 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Bevrijdingslaan 4, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Bruno SCHOENAERTS, in de hoedanigheid van curator over het faillissement van de b.v.b.a. CHANVAL, op 22 september 2004 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 3 augustus 2004 van de Vlaamse minister van openbare werken, leefmilieu en natuur, houdende ongegrondverklaring van het beroep van de b.v.b.a. CHANVAL tegen de beslissing van 15 april 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende opheffing van de milieuvergunningen voor het exploiteren van een tankstation en de opslag van minerale oliën, gelegen te Lille, Achterstenhoek 36; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 23 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 september 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; VII-32.790-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat N. BRYS die, loco Advocaat E. PRINGUET verschijnt voor verzoeker, en van Advocaat I. VANDEN BON die, loco Advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : De b.v.b.a. CHANVAL baatte een tankstation uit en sloeg minerale oliën op te Lille. Het ging om de opslag van diesel, bezine, petroleum, huisbrandolie, e.d.m. Hiertoe werden diverse milieuvergunningen verleend. In het verleden werden verscheidene processen-verbaal opgesteld lastens het bedrijf. Op 18 december 2003 wordt andermaal een proces-verbaal opgesteld lastens het bedrijf, onder meer omdat een afvalstof (Pyrocondensate Hydrostabilized) zou worden opgeslagen in de tanks en het bedrijf hiertoe niet over de vereiste vergunningen beschikt. Op 15 april 2004 beslist de bestendige deputatie van de provincie- raad van Antwerpen om de milieuvergunningen van de b.v.b.a. CHANVAL op te heffen. Deze beslissing wordt aan de b.v.b.a. CHANVAL betekend met een aangetekend schrijven van 30 april
  4. Het wordt betekend op het adres van de maatschappelijke zetel, met name de Noorderlaan 98, bus 25 te Antwerpen. Eric Pringuet, advocaat van de b.v.b.a. CHANVAL, stelt op 10 mei 2004 beroep in bij de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu. In het beroepschrift wordt de maatschappelijke zetel van de b.v.b.a. CHANVAL vermeld, en er is geen woonplaatskeuze bij de advocaat. Ondertussen gaat de b.v.b.a. CHANVAL in faling en bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van 10 juni 2004 wordt meester Bruno SCHOENAERTS, thans verzoeker, aangesteld als curator over het faillissement. Op 3 augustus 2004 wordt de thans bestreden beslissing genomen: het beroep wordt ongegrond verklaard, de beslissing van 15 april 2004 van de VII-32.790-2/5 bestendige deputatie van Antwerpen wordt bevestigd, en de milieuvergunningen van de b.v.b.a. CHANVAL blijven dus opgeheven. De bestreden beslissing wordt betekend op de maatschappelijke zetel van de b.v.b.a. CHANVAL met een aangetekend schrijven van 4 augustus 2004;
  5. Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat de eerste voorwaarde onder meer inhoudt dat de verzoekende partij voldoende concrete feiten en gegevens moet aanbrengen die direct aannemelijk maken dat de gevraagde schorsing, in geval de vordering onderzocht wordt volgens de gewone procedurere- geling inzake het administratief kort geding, onmiskenbaar te laat zou komen omdat het aangevoerde nadeel dat ernstig wordt genoemd, gerealiseerd zou zijn en niet meer, of althans heel moeilijk nog, hersteld zou kunnen worden, met name zo moeilijk als in het geval dat de tenuitvoerlegging niet wordt geschorst; dat verzoeker in zijn verzoekschrift drie argumenten aanhaalt ter adstructie van de dringende noodzakelijkheid; 2.
  6. Overwegende dat verzoeker vooreerst stelt dat de vennootschap CHANVAL een bouwvergunning had bekomen voor de uitbreiding van het tankstation, en dat de bouwwerken dringend moeten worden aangevat, zoniet vervalt de bouwvergunning; dat evenwel dit argument niet overtuigt, al was het maar omdat verzoeker niet aangeeft om welke bouwvergunning het gaat en wanneer zij vervalt; dat het dus absoluut niet duidelijk is of de bouwvergunning waarover verzoeker het heeft niet verlengbaar is met één jaar, en of zij zo snel zal vervallen dat een gewone schorsingsprocedure onherroepelijk te laat zal komen; 2.
  7. Overwegende dat verzoeker als tweede argument aanvoert dat hij zich niet in de mogelijkheid bevindt om het faillissement open te houden tot na afloop van de vernietigingsprocedure voor de Raad van State, met als gevolg dat de verkoop van een onroerend goed dat niet over de nodige vergunningen beschikt, VII-32.790-3/5 tegen dumpingprijzen zal moeten gebeuren; dat ook dit argument niet overtuigt; dat daargelaten de vraag waarop verzoeker zich steunt om te stellen dat een faillissement niet kan worden open gehouden tot na afloop van een vernietigingsprocedure voor de Raad van State, hier kan worden volstaan met de vaststelling dat verzoeker met dit argument geenszins aantoont waarom een gewone schorsingsprocedure niet kon volstaan om een verkoop van het goed tegen dumpingprijzen te voorkomen; dat overigens niet zomaar kan worden aangenomen dat de opheffing van de vergunnin- gen meteen meebrengt dat de verkoop tegen dumpingprijzen zal moeten geschieden, vermits de infrastructuur een intrinsieke waarde heeft, een nieuwe vergunning gemakkelijk kan worden aangevraagd en uit niets blijkt dat het bekomen van een vergunning problematisch zou zijn; 2.
  8. Overwegende dat verzoeker tenslotte als derde argument aanvoert dat hij een overeenkomst sloot met de n.v. Fuel Services teneinde inkomsten te genereren voor het faillissement, dit in afwachting van de verkoop van het onroerend goed en dat deze overeenkomst is aangegaan onder de ontbindende voorwaarde dat de overeenkomst van rechtswege beëindigd zal worden indien de vergunningen ingetrokken blijven; dat ook dit argument niet overtuigt; dat als bewijsstuk verzoeker een niet ondertekende overeenkomst neerlegt die hij sloot met de n.v. Fuel services; dat een niet getekende overeenkomst juridisch waardeloos is; dat bovendien in de overeenkomst, die werd opgemaakt op 1 juli 2004, onder meer staat vermeld : “Deze nieuwe overeenkomst wordt verder aangegaan onder de uitdrukkelijke ontbindende voorwaarde dat als vast komt te staan dat de milieuvergunningen, waaromtrent er zich thans een probleem stelt, definitief ingetrokken blijken, deze tijdelijke overeen- komst eveneens onmiddellijk en van rechtswege als beëindigd zal worden beschouwd tussen partijen.”; dat ingevolge de bestreden beslissing de milieuvergunningen definitief zijn opgeheven, vermits de beslissing werd genomen in laatste bestuurlijke aanleg, zodat de beëindiging van rechtswege al plaatsvond en het nadeel zich dus al voltrokken heeft; dat indien de partijen in die overeenkomst met de term “definitief” toch zouden bedoeld hebben dat ingevolge het instellen van een annulatieberoep bij de Raad van State de opheffing van de vergunningen niet definitief is, ook dan dat argument niet opgaat, daar alsdan het instellen van een beroep op zich volstaat, en geen schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid vereist is; dat hoe dan ook het niet zo is dat enkel een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid de enige weg zou zijn om de beëindiging van de overeenkomst tussen verzoeker en de n.v. Fuel Services te voorkomen; VII-32.790-4/5 2.
  9. Overwegende dat om voornoemde redenen alleen reeds niet is voldaan aan de eerste krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State gestelde voorwaarde; dat de vordering dienvolgens moet worden verworpen, BESLUIT: Artikel
  10. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  11. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf oktober tweeduizend en vier, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-32.790-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.713 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.858 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.