← België

Arrest 135864 - - 11/10/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.864 Rolnummer: A. 141835/X-11580 Zaak: Arrest 135864 - - 11/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-15 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 11:07 Fiche Arrest nr 135.864 van 11 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Verwerping dwangsom Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.864 van 11 oktober 2004 in de zaak A. 141.835/X-11.

  1. In zake : Joseph VAN MELLE, die woonplaats kiest bij Advocaat G. VERMEIRE, kantoor houdende te 9000 GENT, Voskenslaan 301 tegen :
  2. de gemeente WIELSBEKE, die woonplaats kiest bij Advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14,
  3. het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  4. tussenkomende partij : de c.v. D'HOOIE, die woonplaats kiest bij Advocaat A. COPPENS, kantoor houdende te 8800 ROESELARE, Westlaan
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Joseph VAN MELLE op 22 september 2003 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 16 juli 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wielsbeke waarbij aan de c.v. D'HOOIE de steden- bouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een loods op een perceel gelegen te Wielsbeke, Hooiestraat, kadastraal bekend Sectie C, nr. 135F, onder verbeurte van een dwangsom "van minimum 15.000 euro (...) per dag dat er zou ingegaan worden tegen het arrest over de vordering tot schorsing van de bouwvergunning"; Gezien de nota's van de verwerende partijen; X-11.580-1/5 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 18 december 2003 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 januari 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. VERMEIRE, die verschijnt voor verzoeker, van Advocaat J. GOETHALS, die loco Advocaat A. LUST verschijnt voor de eerste verwerende partij en loco Advocaat B. BRONDERS voor de tweede verwerende partij, en van Advocaat A. COPPENS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de c.v. D'HOOIE met een verzoekschrift van 15 oktober 2003 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
  6. De feiten Overwegende dat de tussenkomende partij op 28 januari 2003 aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wielsbeke een steden- bouwkundige vergunning vraagt voor het bouwen van een loods en een woning op een terrein, gelegen te Wielsbeke, Hooiestraat 14, kadastraal bekend Sectie C, nr. 135f; dat dit perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan "Roeselare-Tielt" is gelegen in agrarisch gebied; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wielsbeke op 16 juli 2003 met het thans bestreden besluit een stedenbouwkundige vergunning aan de tussenkomende partij geeft voor het bouwen van een loods; X-11.580-2/5
  7. De ontvankelijkheid Overwegende dat de tussenkomende partij in een exceptie het belang van de verzoekende partij betwist; dat in de huidige stand van het geding geen uitspraak over deze exceptie dient te worden gedaan nu, zoals hierna zal blijken, niet aan de schorsingsvoorwaarden is voldaan;
  8. Beoordeling 3.
  9. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
  10. Overwegende dat de verzoekende partij wat de tweede voorwaar- de betreft in essentie aanvoert dat "de nieuwbouwloods en annexen" grote visuele schade zullen veroorzaken doordat "een wat vervallen doch mooie hofstede" zal verdwijnen en op 12 meter van de perceelgrens zal worden vervangen door een 40 meter lange en 25 à 35 meter brede constructie in beton en golfplaten, dat dit een "schaalbreuk" vormt met de woning van de verzoekende partij, dat een mestopslag- plaats aan de rand van de perceelgrens met de verzoekende partij wordt voorzien terwijl het perceel van de tussenkomende partij groot genoeg is, dat een groenscherm de loods wat camoufleert maar het verloren licht en het zicht op het agrarisch landschap niet kan goedmaken, dat een groenscherm ook nadelen heeft zoals vallende bladeren, dat de woning van de verzoekende partij vermoedelijk de helft van haar waarde zal verliezen en dat de verzoekende partij als gepensioneerd landbouwer wordt verontrust door mistoestanden, zoals met het bestreden besluit worden vergund; 3.
  11. Overwegende, wat betreft het voorgehouden financieel nadeel, dat het waardeverlies van een woning in principe geen moeilijk te herstellen nadeel vormt daar het achteraf kan worden rechtgezet met een veroordeling tot vergoeding van de geleden schade; dat degene die dergelijk nadeel inroept het bestaan ervan aannemelijk dient te maken; dat de verzoekende partij zich beperkt tot de algemene bewering dat het om een verlies van de helft van de waarde van haar woning kan gaan, zonder dit X-11.580-3/5 met concrete elementen te staven en zonder aannemelijk te maken dat die schade niet achteraf zou kunnen worden vergoed; Overwegende dat de verzoekende partij tal van nadelen aanvoert betreffende visuele schade, verlies aan uitzicht, hinder door mestopslag nabij de perceelgrens en hinder door een groenscherm; dat uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat de verzoekende partij een gepensioneerd landbouwer is, die zelf een varkenskwekerij heeft uitgebaat; dat deze varkenskwekerij thans door de echtgenote van de verzoekende partij wordt uitgebaat en uit verschillende stallen en een grote loods bestaat, die zich op het terrein bevinden waar de verzoekende partij zelf nog steeds woont; dat, rekening gehouden met deze bestaande toestand bij de verzoeken- de partij zelf, deze laatste niet op ernstige wijze kan voorhouden dat het oprichten van een "nieuwbouwloods en annexen" op zichzelf een moeilijk te herstellen ernstig nadeel voor haar vormt, a fortiori niet nu de vergunde loods in de plaats van enkele bestaande constructies komt; dat bij de beoordeling van het voorgehouden nadeel ook rekening moet worden gehouden met het feit dat het perceel waarop de kwestieuze constructies worden vergund, zich in agrarisch gebied bevindt en dat die constructies volledig in overeenstemming zijn met de gewestplanbestemming, zodat dergelijke bebouwing in het vooruitzicht kon worden gesteld; dat de aangevoerde nadelen veeleer hun oorzaak vinden in de gewestplanbestemming dan in de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit; dat de verzoekende partij weinig blijk geeft van een ernstige houding door enerzijds de lof van de natuur te bezingen en anderzijds zich te beklagen over mogelijke hinder door vallend gebladerte van het voorziene groenscherm; Overwegende dat uit de uiteenzetting van de verzoekende partij niet blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; 3.
  12. Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door voornoemd artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; dat de vordering tot het horen opleggen van een dwangsom als accessorium eveneens dient te worden verworpen, X-11.580-4/5 BESLUIT: Artikel
  13. Het verzoek tot tussenkomst van de c.v. D'HOOIE in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  14. De vordering tot schorsing alsmede de vordering tot het opleggen van een dwangsom wordt verworpen. Artikel
  15. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf oktober 2004, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. C. ADAMS. X-11.580-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.864 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.768 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.