id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.865 Rolnummer: A. 150638/X-11834 Zaak: Arrest 135865 - - 11/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-15 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 11:08 Fiche Arrest nr 135.865 van 11 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.865 van 11 oktober 2004 in de zaak A. 150.638/X-11.
- In zake : Emma VANSCHOONLANDT, die woonplaats kiest bij Advocaten W. VAN BETSBRUGGE en E. VANDEBEMPT, kantoor houdende te 3300 TIENEN, IVe Lancierslaan 4 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat Ph. DECLERCQ, kantoor houdende te 3010 LEUVEN, Tiensesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Emma VANSCHOONLANDT op 13 april 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 15 januari 2004 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar houdende toekenning aan de n.v. AQUAFIN van de stedenbouwkundige vergunning voor het aanleggen van een "collector Bruelbeek 20.463 & Molenbeek 20.053" met als ligging "Bierbeek-Lovenjoel: Kerselaarlaan via Boutersem tot Bremt : Schoolstraat"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 13 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 september 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad C. ADAMS; X-11.834-1/5 Gehoord de o p mer k ingen van Advo caat W. VAN BETSBRUGGE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat G. HAVET die, loco Advocaat Ph. DECLERCQ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten Overwegende dat de verzoekende partij eigenaar is van een terrein met woning, gelegen aan de Kerselaarlaan 11 te Bierbeek; Overwegende dat de n.v. AQUAFIN op 15 september 2003 aan de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar een stedenbouwkundige vergunning vraagt voor de aanleg van "collector Bruelbeek 20.463 & Molenbeek 20.053" met als ligging "Bierbeek-Lovenjoel : Kerselaarlaan via Boutersem tot Bremt : Schoolstraat"; dat de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar met het bestreden besluit de gevraagde vergunning geeft;
- Ten gronde 2.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.2.
- Overwegende dat de verzoekende partij wat de tweede voorwaarde betreft het volgende aanvoert : "De beslissing aangaande de vergunning ten gronde zal worden geveld NADAT de werken reeds zijn uitgevoerd indien er geen procedure in kortgeding wordt gevoerd. Vermits de werken van Aquafin een heel traject volgen is al(s)dan het kwaad geschied en een verlegging quasi onmogelijk. X-11.834-2/5 De aard der werkzaamheden heeft immers alleszins en zulks onbetwistbaar tot gevolg dat eens deze zijn uitgevoerd een verlegging van het tracé quasi onmogelijk is zodat inderdaad een nadeel wordt gecreëerd dat onherstelbaar, minstens zeer moeilijk herstelbaar is; Er mag bij dergelijke werkzaamheden niet worden vergeten dat het gans buizensysteem in feite één geheel uitmaakt en steeds aan elkaar gekoppeld moet blijven. De toestand terugplaatsen in de huidige situatie of in de situatie zoals voorgesteld bij de twee alternatieven is onmogelijk. Bovendien heeft het gebrek aan strenge voorwaarden tot gevolg dat de bouwgrond wordt teniet gedaan zonder dat desbetreffend regelingen zijn voorzien maar bovendien, en wat voor de onherstelbaarheid betreft nog veel erger is, is het reële gevaar voor verzakking van de woonst. Hieromtrent werd geen enkele studie verricht. Ook alle ander hinder zoals de geurhinder voor verzoekster is dan niet meer omkeerbaar"; 2.2.
- Overwegende dat de verwerende partij in de nota het volgende antwoordt : "M.b.t. het moeilijk te herstellen ernstig nadeel stelt de verzoekende partij dat vooreerst de vernietigingsprocedure te lang zou duren en de uitvoering van de werken reeds de nadelen zouden hebben veroorzaakt. M.b.t. de nadelen in kwestie beperkt verzoekende partij zich tot de stelling dat de bouwgrond teniet zou worden gedaan zonder dat desbetreffend regelingen zijn voorzien, en dat er een reëel gevaar voor verzakking van de woonst is. Tenslotte haalt verzoekende partij nog de geurhinder aan. Het eerste nadeel moet volgens verwerende partij gelezen worden als een financieel nadeel, dat noch bewezen is, noch in aanmerking komt voor een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Het tweede aspect van het nadeel, nl. de verzakking van de woonst, moet worden begrepen als een louter hypothetisch nadeel. Verzoekende partij stelt zelf dat er geen enkele studie naar verricht is en haar stelling is dan ook op geen enkele wijze gesteund. M.b.t. de geurhinder wordt geen uitleg verschaft. Het bewijs van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel ligt nochtans bij de partij die het nadeel inroept. Volledigheidshalve wijst verzoekende partij er op dat blijkbaar onder de rubriek m.b.t. het belang van de verzoekende partij, deze de nadelen nogmaals beschrijft. Ook de in die rubriek van het verzoekschrift beschreven nadelen komen op dezelfde nadelen voor, nl. : 1) een financieel nadeel 2) een reukhinder nadeel 3) een verzakkingsnadeel Aan de tweede voorwaarde is aldus evenmin voldaan"; 2.2.
- Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van X-11.834-3/5 de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat de verzoekende partij zich in het verzoekschrift beperkt tot enkele algemene stellingen, zonder deze ook maar in het minst op concrete wijze te staven of uit te werken; dat niet duidelijk is wat zij bedoeld met de passus "dat de bouwgrond wordt tenietgedaan"; dat zij niet aantoont dat er een concrete dreiging voor verzakking van haar woning bestaat bij de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit; dat zij evenmin aannemelijk maakt dat er geurhinder zou ontstaan, laat staan geurhinder die als een ernstig nadeel zou moeten worden beschouwd; dat met niet in het verzoekschrift opgenomen elementen geen rekening kan worden gehouden; dat de verzoekende partij aldus het bestaan of de dreiging van het vermeende moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet staaft met concrete gegevens en overtuigende argumenten; dat uit haar uiteenzetting derhalve niet blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-11.834-4/5 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf oktober 2004, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. C. ADAMS. X-11.834-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.865 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.808 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.