← België

Arrest 135912 - - 12/10/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.912 Rolnummer: A. 151527/X-11869 Zaak: Arrest 135912 - - 12/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-15 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-07-04 11:13 Fiche Arrest nr 135.912 van 12 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 135.912 van 12 oktober 2004 in de zaak A. 151.527/X-11.869. In zake : Koenraad JESPERS, wonende te 3570 ALKEN, Doktoorstraat 49 tegen : 1. de gemeente ALKEN, 2. het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg 187. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Koenraad JESPERS op 6 mei 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 10 maart 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken waarbij aan August GROSSAR de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het verkavelen van een perceel gelegen te Alken, Langeveld- straat/Dieregaerdstraat/Doktoorstraat, kadastraal bekend Sectie F, nrs. 284/a/deel, 287/b/deel, 288/b, 290/d, 295/v/deel en 295/y/deel; Gezien de nota Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 13 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 september 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, van stedenbouwkundig ambtenaar A. JANSSEN, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van X-11.869-1/5 Advocaat E. TAMIGNON die, loco Advocaat L. DEHAESE verschijnt voor de tweede verwerende partij, Gehoord het andersluidend advies van Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de tweede verwerende partij de ontvankelijkheid van het beroep betwist; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen; dat een onderzoek van en uitspraak over deze exceptie alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaar- den voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; X-11.869-2/5 Overwegende dat, wat de tweede door voornoemd artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, verzoeker in de vordering tot schorsing doet gelden wat volgt : "Aangezien het bijzonder bestek, de plannen en de opmetingsstaat betreffende de aanleg riolering en wegenis voor de verkaveling zijn goedgekeurd (in zitting gemeenteraad van 29/11/2002)(,) de verkavelingsaanvraag (voorwaardelijk) gunstig is geadviseerd door de gemachtigde ambtenaar (op datum van 02/03/2004)(,) het college van burgemeester en schepenen op 10/03/2004 heeft beslist om hoger advies van de gemachtigde ambtenaar na te leven en een vergunning voor de verkaveling af te geven(,) kan de verkavelaar dus in een kort tijdsbestek overgaan tot de uitvoering van de wegeniswerken waardoor de kavels bouwrijp worden en oprichting van de woningen door o.m. bouwpromo- toren niet lang op zich zal laten wachten. Door de uitvoering van deze werken zal de verkeersdrukte sterk toenemen met nadelige gevolgen . De aanleg van het nieuwe wegentraject heeft tevens voor gevolg dat mijn privacy en rustig genot grondig verstoord zullen worden aangezien de inkijk in tuin en huis ongelimiteerd kan gebeuren, zeker indien niet voorafgaandelijk het voorziene groenscherm (buffer met hoogte van 2 m en breedte van minimum 3

  1. m)over de volledige lengte van mijn perceel rakend aan de verkaveling aangelegd wordt. Bovendien zal dit bufferende effect tijdens de winterperiode weinig afdoen bij aanwending van bladverliezende inheemse heesters en kan er, bij ophoging van het naastliggende perceel, wateroverlast ontstaan op mijn eigendom met alle gevolgen van dien (tijdens de winterperiode staat er steeds water op het naastliggende terrein waar nu de aanleg van het groenpleintje voorzien is). De aanleg van de nieuwe weg in T-vorm, het bouwrijp maken van de kavels waarvan de verkoop blijkens advertenties in dagbladen reeds midden maart ll. is opgestart, alsmede het oprichten van de woningen, dreigen mij voor voldongen feiten te stellen. Er ontstaat aldus een wanverhouding tussen het door mij nagestreefde doel en de middelen die voor het verkrijgen van genoegdoening daarvoor aangewend zouden dienen te worden. Ze hypothekeren de mogelijke oplossingen en ondermijnen de verstandhouding met mijn toekomstige buren bij voorbaat. Bovendien zal de vervreemding van de loten het aantal betrokkenen onnodig opdrijven waardoor het probleem kan uitdeinen. De eenvoud, het gemak en de onverschilligheid waarmee de gemeentelijke overheid de voor een gedeelte van de oppervlakte van de verkaveling in het gewestplan voorziene landbouwbestemming ongedaan of onmogelijk maakt, stelt bovendien de zin en het nut van mijn beroepsactiviteit (landbouwkundig ingenieur bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, administratie landbouwbeleid) in vraag en veroorzaakt aldus ernstige schade. Bovendien ondermijnt het mijn geloofwaardigheid ten aanzien van de actieve landbouwers"; Overwegende dat verzoekers zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet mogen beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar concrete en precieze gegevens dienen aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat zij ondergaan of dreigen te ondergaan, hetgeen inhoudt dat zij concrete en precieze aanduidingen moeten verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging X-11.869-3/5 van de aangevochten akte kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel blijkt; Overwegende dat, wat de toename aan verkeersdrukte betreft, verzoeker zich beperkt tot het in algemene bewoordingen stellen dat "door de uitvoering van deze werken (...) de verkeersdrukte sterk (zal) toenemen met nadelige gevolgen"; dat hij evenwel verzuimt in zijn verzoekschrift enig concreet gegeven ter zake bij te brengen; dat wat verzoekers bewering betreft dat "de aanleg van het nieuwe wegentraject (...) tevens voor gevolg (heeft) dat (zijn) privacy en rustig genot grondig verstoord zullen worden aangezien de inkijk in tuin en huis ongelimiteerd kan gebeuren", verzoeker ter zake evenmin voldoende concrete toelichtingen eigen aan de zaak in het verzoekschrift verschaft waaruit blijkt dat - zelfs aangenomen dat de tenuitvoerlegging van de bestreden verkavelingsvergunning mogelijks een inkijk kan inhouden - dit op zich in concreto zijn privacy en rustig genot ernstig schaadt derwijze dat zulks een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is; dat immers de loutere mogelijkheid dat door de tenuitvoerlegging van de thans bestreden verkavelingsver- gunning inkijk kan worden gecreëerd op zich geen ernstig nadeel is; dat verzoeker niet aannemelijk maakt aan de hand van afdoende concrete en precieze gegevens dat dit te dezen een ernstig nadeel is in de van artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat wat de vrees voor wateroverlast betreft, concrete elementen ontbreken die aannemelijk maken dat dit ernstig is; dat wat de ondermij- ning betreft van de professionele geloofwaardigheid van verzoeker ten aanzien van de actieve landbouwers, dit een moreel nadeel is waarvan in het verzoekschrift niet aannemelijk wordt gemaakt dat het eventueel later tussen te komen annulatiearrest aan verzoeker onvoldoende morele genoegdoening zal verschaffen; dat de uiteenzetting van verzoeker onvoldoende concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door arti- kel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, X-11.869-4/5 BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf oktober 2004, door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-11.869-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.912 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.097 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.