← België

Arrest 136021 - - 14/10/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.021 Rolnummer: A. 63831/XII-2552 Zaak: Arrest 136021 - - 14/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-26 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 11:23 Fiche Arrest nr 136.021 van 14 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 136.021 van 14 oktober 2004 in de zaak A. 63.831/XII-

  1. In zake : Filip DEWINTER, die woonplaats kiest bij advocaat G. Van Steenberge, kantoor houdende te Erpe-Mere, Opaaigem 14 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Wetenschapsbeleid, die woonplaats kiest bij advocaten M. Uyttendaele, E. Maron en J.- F. De Bock, kantoor houdende te Brussel, Kapitein Crespelstraat 2-
  2. ------------------------------------------------------------------------------------------------ --- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Filip Dewinter op 26 mei 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen “van de beslissing van de Heer Daerden, minister van de federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden, wiens kabinet gelegen is te 1040 Brussel, Wetstraat 155, beslissing genomen op 27.03.95 waarbij aan de directeur van het Pal[ei]s voor Congressen de opdracht gegeven werd de reservatie van het Paleis voor Congressen op datum van 28.03.95 en 30.04.95, gedaan door verzoekende partij op respectievelijk 06.02.95 en 28.02.95, te annuleren”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur L. Vermeire; XII-2552-1/8 Gelet op de beschikking van 25 april 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 15 juni 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 september 2004; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Claessens, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. Vermeire; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  4. Op 6 februari 1995 ondertekent verzoeker namens het Vlaams Blok met de Nationale Dienst voor Congressen, Paleis voor Congressen, Brussel (hierna: Paleis voor Congressen) een contract -dossier 95/104- houdende verhuur van de in de overeenkomst omschreven lokalen en diensten voor een bijeenkomst die zal plaatsvinden op 28 maart
  5. Het contract wordt ondertekend “voor het Paleis voor Congressen” in opdracht van de directeur. Bij schrijven van 20 februari 1995 ontvangt verzoeker een ondertekend exemplaar van het contract evenals een factuur voor het huurgeld, de bezettings- en dossierkosten en een XII-2552-2/8 factuur betreffende de verzekeringspremie voor de bezette lokalen. Brief en facturen vermelden als referte “vergadering”. Door verwerende partij wordt niet betwist dat de facturen werden betaald. 1.
  6. Op 28 februari 1995 ondertekent verzoeker een tweede, gelijkaardig contract -dossier 95/138- waardoor het Vlaams Blok op 30 april 1995 mag beschikken over de in de overeenkomst beschreven lokalen en diensten. Dat contract wordt ondertekend door de directeur “voor het paleis voor congressen”. De verschuldigde huurgelden, bezettings- en dossierkosten alsook de verzekeringspremie worden op 8 maart 1995 gefactureerd. De facturen zijn ondertekend door “de directeur” van het Paleis voor Congressen en vermelden als referte “verkiezingscongres Vlaams Blok”. Ook deze facturen blijken betaald. 1.
  7. De reservaties lokken afwijzende reacties uit van bepaalde organisaties die de burgemeester van de stad Brussel, de minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de directeur van het Paleis voor Congressen verzoeken op te treden tegen deze bijeenkomst en die stellen dat actie zal worden gevoerd indien de bijeenkomst van 28 maart 1995 toch doorgaat. In een schrijven van 14 maart 1995, gericht aan de directeur van het Paleis voor Congressen, protesteert de burgemeester van de stad Brussel tegen de geplande bijeenkomst en uit hij de hoop dat in soortgelijke situaties in de toekomst het advies zal worden ingewonnen van de toezichthoudende overheid alsook dat van de burgemeester van de stad Brussel. 1.
  8. In een schrijven van 16 maart 1995 betreurt de vertegenwoordiger van de minister van Begroting bij het Paleis voor Congressen dat er een nieuwe meeting van het Vlaams Blok zal worden gehouden in zijn lokalen. Daarnaast stelt hij dat de directeur de beheerscommissie eerder heeft gewezen op het feit dat congressen van één dag financieel niet rendabel zijn en dat hij hoopt dat de toelating om dergelijke manifestaties te organiseren het imago van het Paleis voor Congressen niet zal aantasten. XII-2552-3/8 1.
  9. De kabinetschef van de minister van Wetenschapsbeleid ten slotte, wint bij schrijven van 21 maart 1995 inlichtingen in omtrent het verhuurd zijn van de lokalen, de identiteit van de aanvrager, het doel van de bijeenkomsten, hun publiek of privaat karakter, wie instaat voor de bewaking en het al dan niet ingelicht zijn van de stad Brussel. Het Paleis voor Congressen beantwoordt deze vragen nog diezelfde dag. 1.
  10. In een brief van 22 maart 1995 deelt de burgemeester van de stad Brussel aan de directeur van het Paleis voor Congressen mee dat de voogdijminister van plan is voor de verkiezingen geen zalen meer te verhuren aan politieke partijen en dit vanaf 7 april 1995 tot en met 22 mei
  11. Daarenboven wordt gevraagd het activiteitenprogramma in de toekomst mee te delen aan de hoofdcommissaris van politie. 1.
  12. De directeur van het Paleis voor Congressen deelt verzoeker in een brief van 27 maart 1995 mee dat hij diezelfde dag van de voogdijminister opdracht kreeg beide reservaties te annuleren wegens overmacht en dat de reeds betaalde bedragen zullen worden terugbetaald;
  13. Over de ontvankelijkheid van het beroep en de rechtsmacht van de Raad van State . 2.1.
  14. Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord onder meer opwerpt dat verzoekers beroep is gericht tegen een onbestaande beslissing, dat hoogstens kan worden aangenomen dat de directeur van het Paleis voor Congressen na diverse gesprekken met de voogdijminister heeft beslist om de gesloten contracten te verbreken, zodat alsdan de Raad van State zonder rechtsmacht is omdat het geschil in dat geval de uitvoering van overeenkomsten betreft, dat het voorliggende beroep, zelfs indien er een beslissing van de voogdijminister zou bestaan, niet ontvankelijk is aangezien “administratieve handelingen die een uitnodiging of een verbod inhouden hetzij om in een zekere zin te handelen, hetzij om zich te onthouden en die soms de bestemmeling XII-2552-4/8 bedreigen met bepaalde sancties indien het verbod niet wordt nageleefd” niet voor nietigverklaring vatbaar zijn; 2.1.
  15. Overwegende dat een beroep tot nietigverklaring slechts ontvankelijk is wanneer het een voorwerp heeft en dit voorwerp een eenzijdige administratieve rechtshandeling van een Belgische administratieve overheid is waartegen alle administratieve beroepen zijn uitgeput; dat het voorwerp een handeling moet zijn die beoogt een bestaande rechtstoestand te wijzigen of een dergelijke wijziging te beletten; Overwegende dat verzoeker de nietigverklaring vordert, niet van het annuleren van de reservaties, maar van de voorafgaande beslissing van de voogdijminister waarbij deze hiertoe opdracht geeft; dat de directeur in zijn brief van 27 maart 1995 uitdrukkelijk stelt dat hij opdracht kreeg van de minister om de reservaties te annuleren; dat het dossier echter geen dergelijke geschreven beslissing bevat; dat uit een voorgelegd communiqué van het persagentschap Belga evenwel blijkt dat de minister tijdens een persconferentie heeft meegedeeld dat hij de directeur opdracht heeft gegeven de huurovereenkomsten onmiddellijk te verbreken; dat hieruit en uit de hierboven vermelde feiten wel degelijk het bestaan blijkt van een mondelinge beslissing van de minister waarbij hij aan de directeur van het Paleis voor Congressen de opdracht geeft de reservaties ongedaan te maken; dat bijgevolg de vordering een voorwerp heeft zodat op dat punt de exceptie van de verwerende partij dient te worden verworpen; Overwegende evenwel dat aanmaningen en bevelen in principe niet voor nietigverklaring vatbaar zijn omdat zij geen rechtsgevolgen hebben; dat in voorliggend geval verzoekers rechtstoestand aldus niet zou worden gewijzigd door de opdracht van de voogdijminister maar wel door de beslissing van de directeur de reservaties te annuleren wegens overmacht, althans indien blijkt dat de directeur van het Paleis voor Congressen een eigen beslissingsbevoegdheid heeft; XII-2552-5/8 Overwegende dat het koninklijk besluit van 2 maart 1990 betreffende de Nationale Dienst voor Congressen en zijn nadere organisatie als Staatsdienst met afzonderlijk beheer, onder meer de samenstelling, werking en bevoegdheden regelt van de beheerscommissie die wordt voorgezeten door de directeur; dat de beheerscommissie volgens artikel 5, 13/, van voornoemd besluit belast is met de controle over het dagelijks beheer van de directeur; dat artikel 7 van hetzelfde koninklijk besluit de afgevaardigde van de minister van Begroting en de bestuursdirecteur die het Bestuur voor de gemeenschapsaangelegenheden en de wetenschappelijke inrichtingen van de staat leidt, toelaat gezamenlijk of afzonderlijk beroep in te stellen bij de voogdijminister tegen alle beslissingen van de beheerscommissie of van andere organen die een delegatie van die commissie hebben verkregen en die zij met de wetten, besluiten, reglementen of het algemeen belang strijdig achten; dat voorts de minister na een dergelijk beroep de bedoelde beslissingen kan vernietigen; Overwegende dat hieruit blijkt dat het dagelijks beheer, dat ongetwijfeld het regelen van het zaalgebruik omvat, toekomt aan de directeur en dit onder controle van de beheerscommissie; dat daarenboven de voogdijminister gebonden is door bovenvermelde beheersregels aangezien het betrokken koninklijk besluit enkel voorziet in een voogdij via de afgevaardigde van de minister van Begroting en de bestuursdirecteur, die in het voorliggende geval van deze mogelijkheid geen gebruik hebben gemaakt; dat de eigenlijke in het geding zijnde beslissing bijgevolg in rechte uitgaat van de directeur van het Paleis voor Congressen en niet van de voogdijminister; dat die beslissing van de directeur van het Paleis voor Congressen van 27 maart 1995, houdende annulatie wegens overmacht van de reservaties van lokalen voor 28 maart 1995 en 30 april 1995, zelfs al zou deze beslissing een eenzijdige uitvoerbare beslissing zijn van een Belgische administratieve overheid, reservaties betreft die een contractuele grondslag hebben; dat de beslissing om deze reservaties ongedaan te maken niet kan worden beschouwd als een handeling die van de betrokken overeenkomsten afsplitsbaar is; dat de Raad van State geen rechtsmacht heeft inzake geschillen met betrekking tot de uitvoering van overeenkomsten; dat de exceptie van de XII-2552-6/8 verwerende partij in die mate wordt aanvaard; dat uit hetgeen voorafgaat volgt dat het de Raad van State niet toekomt van het beroep kennis te nemen, BESLUIT: Artikel
  16. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  17. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-2552-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien oktober 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2552-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.021 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.