id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.071 Rolnummer: A. 142251/XIV-16958 Zaak: Arrest 136071 - - 14/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-19 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 11:33 Fiche Arrest nr 136.071 van 14 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 136.071 van 14 oktober 2004 in de zaak A. 142.251/XIV-16.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat J. VAN BRUSSEL, kantoor houdende te 2060 ANTWERPEN, Franklin Rooseveltplaats 12 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraanse nationaliteit, op 1 oktober 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 27 augustus 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 9 december 2002 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 1 september 2003; Gelet op de beschikking van 14 oktober 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij teneinde te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 25 mei 2004 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 15 september 2004; XIV-16.958-1/3 Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. VAN BRUSSEL, die verschijnt voor de verzoekende partij, van adjunct-adviseur D. HANOULLE, die verschijnt voor de eerste verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 5 november 2002 en zich vluchteling verklaart op 6 november 2002; dat op 9 december 2002 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat op 27 augustus 2003 de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing bevestigt; dat dit de thans bestreden beslissing is;
- Overwegende dat de verzoekende partij de echtgenote is van XXX, wiens asielaanvraag met een bevestigende beslissing van weigering van verblijf van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen van 27 augustus 2003 werd verworpen; dat dienaangaande in de bestreden beslissing wordt overwogen: “Uit uw verklaring blijkt dat u uw asielaanvraag in hoofdorde steunt op de motieven aangebracht door uw echtgenoot, XXX (gehoorverslag Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), p. 7 en gehoorverslag Commissariaat-generaal (CGVS) d.d. 14 mei 2003, pp. 1 en 3). Wat betreft het door hem ingestelde dringend beroep werd een bevestigende beslissing van weigering van verblijf genomen. derhalve dient ook voor u een bevestigende beslissing te worden genomen.”; Overwegende dat de verzoekende partij drie middelen aanvoert die gericht zijn tegen de motieven van de beslissing betreffende XXX en die naar de inhoud identiek zijn aan de middelen die deze laatste in de zaak met het rolnummer A. 142.249/XIV-16.956 heeft aangevoerd tegen de hem aanbelangende beslissing; dat die middelen met ‘s Raads arrest nr. 136.070 van 14 oktober 2004 ongegrond zijn bevonden; dat de verzoekende partij derhalve geen belang meer kan doen gelden om dezelfde middelen nog aan te voeren en dat zij geen andere middelen aanvoert,
- Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat derhalve het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, XIV-16.958-2/3 BESLUIT: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien oktober tweeduizend en vier, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-16.958-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.071 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.