id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.078 Rolnummer: A. 151699/X-11883 Zaak: Arrest 136078 - - 14/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-21 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-04 11:34 Fiche Arrest nr 136.078 van 14 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 136.078 van 14 oktober 2004 in de zaak A. 151.699/X-11.
- In zake :
- Lutgart BAELE,
- Piet FLACHET,
- Eric VAN CAMPENHOUT,
- Isabelle BEGUELIN,
- Dominique BAUDOUX,
- Nicole BOULANGER,
- Jacques de MEVIUS, die woonplaats kiezen bij Advocaat F. TULKENS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 177/6 tegen : de gemeente LINKEBEEK, die woonplaats kiest bij Advocaat T. VANDENPUT, kantoor houdende te 1160 BRUSSEL, Tedescolaan
- tussenkomende partij : de v.z.w. LINKEBEEK HOCKEYCLUB, die woonplaats kiest bij Advocaten T. VANDENPUT en P. DE MAEYER, kantoor houdende te 1160 BRUSSEL, Tedescolaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Lutgart BAELE, Piet FLACHET, Eric VAN CAMPENHOUT, Isabelle BEGUELIN, Dominique BAUDOUX, Nicole BOULANGER en Jacques de MEVIUS op 11 mei 2004 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 29 augustus 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Linkebeek waarbij aan de v.z.w. LINKEBEEK HOCKEYBLUB de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een kantine met kleedkamers op een perceel gelegen te Linkebeek, Schaveistraat, kadastraal bekend Sectie B, nr. 152m; Gezien de nota van de verwerende partij; X-11.883-1/5 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 31 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 september 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat C. WIJNANTS die, loco Advocaat F. TULKENS verschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat P. DE MAEYER die, loco Advocaat T. VANDENPUT verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat P. DE MAEYER, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de v.z.w. LINKEBEEK HOCKEYCLUB met een verzoekschrift van 28 mei 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
- De feiten Overwegende dat de tussenkomende partij op 1 juni 2002 een stedenbouwkundige vergunning vraagt voor het bouwen van een kantine met kleedkamers op een terrein gelegen te Linkebeek, Schaveistraat, kadastraal bekend Sectie B, nr. 152m; dat de gevraagde vergunning met het bestreden besluit wordt gegeven;
- Beoordeling 2.
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden X-11.883-2/5 aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.2.
- Overwegende dat de verzoekende partijen wat de tweede voorwaarde betreft in essentie aanvoeren dat zij aan het rustige Bospad in Linkebeek wonen, dat het vergunde project een einde aan de rust zal maken, dat een hockeyclub en een voetbalclub met samen 450 leden er op dit ogenblik 27 wedstrijden per week spelen, dat er geen infrastructuur is om spelers en supporters van de hockeyclub te ontvangen, dat de bouw van een clubhuis voor de hockeyclub de geluidshinder zal vergroten doordat spelers en hun vrienden na de wedstrijd zullen blijven "hangen" in dat clubhuis, doordat een cafetaria met een terras veel meer mensen zal aantrekken en doordat het lawaai van een terras op vier meter hoogte duidelijk hoorbaar zal zijn, dat er visuele hinder zal zijn van een gebouw van zes meter hoogte op een sokkel van één meter hoogte en dat de bestreden vergunning een gevaarlijk precedent vormt omdat in de zone "stgr" van het bijzonder plan van aanleg "Den Bocht" goedgekeurd bij besluit van 2 juli 1999 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening (hierna : B.P.A. "Den Bocht") nog plaats is voor een gebouw voor de voetbalclub; 2.2.
- Overwegende dat de verwerende partij in de nota in essentie antwoordt dat de geluidshinder niet door het kwestieuze gebouw maar door het spelen van wedstrijden wordt veroorzaakt, dat er geen extra volk zal komen nu dat enkel van de spelende ploegen afhangt, dat er reeds een kantine is en dat die dichter bij de verzoekende partijen ligt dan het nieuwe gebouw, dat het om een kantine van een sportclub en niet om een polyvalente feestzaal gaat, dat er geen visuele hinder is nu het vergunde gebouw in een bos ligt met een golvend terrein en zonder rechtstreeks zicht en dat de voorgehouden precedentwaarde geen gevolg is van de bestreden beslissing maar van het B.P.A. "Den Bocht"; 2.2.
- Overwegende dat de tussenkomende partij in haar verzoekschrift in essentie het standpunt van de verwerende partij herneemt; 2.2.
- Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit X-11.883-3/5 van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende, wat betreft de voorgehouden geluidshinder, dat de verzoekende partijen zelf stellen dat ter plaatse twee sportclubs met samen ongeveer 450 leden actief zijn, dat er wekelijks ongeveer 27 wedstrijden worden gespeeld en dat er reeds een kantine is; dat de verzoekende partijen niet aannemelijk maken dat het aantal bezoekers van de nieuwe cafetaria zal toenemen of dat deze bezoekers meer geluidshinder zullen veroorzaken ingevolge de nieuwe accommodatie; dat, met betrekking tot de voorgehouden visuele hinder, de verzoekende partijen slechts voorhouden dat zij aan het Bospad wonen doch geen enkel concreet gegeven betreffende hun uitzicht op de vergunde constructie bijbrengen, terwijl de verwerende en de tussenkomende partij opmerken dat er geen rechtstreeks uitzicht is ingevolge de golving van het terrein en de bebossing; dat dit alles des te meer klemt nu de mogelijkheid van het bouwen van "een kleine kantine met kleedkamers en douches" in de zone "stgr" "binnen een zone van 50 x 15m" uitdrukkelijk is voorzien in de voorschriften van het B.P.A. "Den Bocht" en derhalve op zichzelf een gevolg is van de ter plaatse geldende stedenbouwkundige voorschriften; dat, wat betreft de voorgehouden precedentwaarde, dient te worden opgemerkt dat de mogelijkheid van bijkomende bebouwing vooralsnog louter hypothetisch is en bovendien geen gevolg van de bestreden beslissing, doch wel van de ter plaatse geldende stedenbouwkundige voorschriften zou zijn; dat de verzoekende partijen aldus het voorgehouden moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet met concrete gegevens en overtuigende argumenten aantonen; 2.
- Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, X-11.883-4/5 BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de v.z.w. LINKEBEEK HOCKEYCLUB in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien oktober 2004, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. C. ADAMS. X-11.883-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.078 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.547 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.