id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.156 Rolnummer: A. 151340/XII-4139 Zaak: Arrest 136156 - - 15/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-09 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 11:44 Fiche Arrest nr 136.156 van 15 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 136.156 van 15 oktober 2004 in de zaak A. 151.340/XII-
- In zake : Dominique MARTENS, die woonplaats kiest bij advocaat H. Vermeire, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-72 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dominique Martens op 30 april 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 26 augustus 2003 van de minister van Binnenlandse Zaken om aan de BVBA Thico, Blaesstraat 208 te Brussel, de vergunning tot het organiseren van een interne bewakingsdienst toe te kennen, “voorzover deze vergunning verleend wordt onder de voorwaarde dat de b.v.b.a. Thico binnen de maand na ontvangst van de notificatie van het ministerieel besluit, aan de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid, het bewijs overmaakt dat de Heer Dominique Martens geen lid meer uitmaakt van de interne bewakingsdienst”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. De Wolf; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-4139-1/4 Gelet op de beschikking van 3 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 september 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. Vermeire, die verschijnt voor verzoeker, en van adjunct-adviseur D. Van Dam, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. Vermeire; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker sinds 5 april 1994 aan het hoofd staat van de portiersdienst/interne bewakingsdienst van de dancing Fuse te Brussel, uitgebaat door de BVBA Thico; dat de BVBA op 28 december 1999 een vergunning aanvraagt tot het organiseren van een interne bewakingsdienst voor de uitoefening van activiteiten bestaande uit toezicht op en controle van personen met het oog op het verzekeren van de veiligheid op voor het publiek toegankelijke plaatsen; dat de minister van Binnenlandse Zaken de vergunning verleent, in artikel 1 van zijn beslissing van 26 augustus 2003; dat hij in het artikel 2, § 3, stipuleert wat volgt : “Deze vergunning wordt verleend onder de voorwaarde dat de BVBA Thico binnen de maand na ontvangst van de notificatie van dit besluit, aan de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid, het bewijs overmaakt dat de Heer Dominique Martens geen lid meer uitmaakt van de interne bewakingsdienst. In het geval dat niet aan de voormelde voorwaarde wordt voldaan, zal deze vergunning van rechtswege vervallen, dit echter zonder terugwerkende kracht”; Overwegende dat met brief van 27 februari 2004 BVBA Thico aan verzoeker schrijft dat hij vanaf die dag “geen deel meer uitmaakt van onze interne bewakingsdienst”, om reden “dat u door de Minister van Binnenlandse zaken XII-4139-2/4 geweigerd werd als bewakingsagent”; dat verzoeker sindsdien in een andere functie bij de BVBA is tewerkgesteld; Overwegende dat verzoeker niet de schorsing van het gehele ministerieel besluit van 26 augustus 2003 vraagt, maar alleen van de voorwaarde in het artikel 2, § 3, van het besluit; dat die beperking qua voorwerp uitdrukkelijk gewild is en kennelijk moet beletten dat ook de tenuitvoerlegging van de vergunning aan BVBA Thico, nog altijd verzoekers werkgever, geschorst wordt; Overwegende, ambtshalve, dat normaliter de nietigverklaring, en dus ook de schorsing, van een gedeelte van een beslissing slechts ontvankelijk kan worden gevorderd indien het betreffende gedeelte van de rest van de beslissing afsplitsbaar is; dat zulks, naar verzoeker ter terechtzitting betoogt, te dezen het geval zou zijn; dat dit vooralsnog niet wordt bijgetreden; dat tenminste in de huidige stand van de procedure wordt vastgesteld dat de bestreden voorwaarde zodanig innig met de aan BVBA Thico verleende vergunning is verbonden dat, volgens de uitdrukkelijke bewoordingen van de ministeriële beslissing, de vergunning “van rechtswege [zal] vervallen” als niet binnen de maand na de betekening ervan is bewezen dat aan de voorwaarde werd voldaan; dat een gedeeltelijke vernietiging of schorsing in die omstandigheden op een wijziging van de bestreden beslissing lijkt neer te komen, waartoe de Raad van State niet bevoegd is; Overwegende dat er reden is om de vordering tot schorsing te verwerpen, XII-4139-3/4 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien oktober 2004, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4139-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.156 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.312 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.