← België

Arrest 136374 - - 21/10/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.374 Rolnummer: A. 152455/VII-32281 Zaak: Arrest 136374 - - 21/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-28 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-04 12:00 Fiche Arrest nr 136.374 van 21 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 136.374 van 21 oktober 2004 in de zaak A. 152.455/VII-32.

  1. In zake : de n.v. MOERWEGEL MINK, die woonplaats kiest bij Advocaat K. HELSEN, kantoor houdende te LEUVEN, Diestsevest 113 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Bevrijdingslaan 4, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. MOERWEGEL MINK op 4 juni 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking van 7 april 2004 waarbij de beroepen, aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost- Vlaanderen van 31 juli 2003, houdende het verlenen van de vergunning aan de n.v. MOERWEGEL MINK, om een nertsenfokkerij gelegen te 9180 Moerbeke-Waas, Moerwegel 8 verder te exploiteren en te veranderen, gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, het beroepen besluit wordt gewijzigd en de milieuvergunning wordt verleend voor een termijn van vijf jaar; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 9 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 september 2004; VII-32.281-1/8 Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. HELSEN, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat I. VANDEN BON die, loco Advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  4. Verzoekende partij baat op het adres Moerwegel 8 te Moerbeke- Waas een nertsenfokkerij uit met 1.900 moederdieren en een maximale bezetting van 11.400 dieren, gelegen volgens het vigerend gewestplan in agrarisch gebied. Verzoekende partij beschikt daartoe over een vergunning die verstreek op 25 oktober
  5. Eind 2002 wordt een milieuvergunningsaanvraag tot hernieuwing ingediend en van de gelegenheid wordt tevens gebruikt gemaakt om een aantal rubrieken (mazoutopslag, verdeelslang, mestopslag) mee in de vergunning op te nemen. Op 31 juli 2003 beslist de bestendige deputatie van de provincie- raad van Oost-Vlaanderen de gevraagde vergunning te verlenen voor een termijn van twintig jaar. 1.
  6. Tegen deze beslissing wordt beroep aangetekend door de heer DAELMAN en door de v.z.w. GAIA . N.a.v. deze beroepen worden de vereiste adviezen ingewonnen. Deze adviezen zijn alle gunstig voor het verlenen van de gevraagde vergunning. 1.
  7. Op 30 januari 2004 beslist de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking de termijn voor de behandeling van het beroep met één maand te verlengen tot 10 maart 2004 omdat de raadsman van de VII-32.281-2/8 v.z.w. GAIA in het kader van de openbaarheid van bestuur inzage gevraagd heeft in de adviezen. 1.
  8. Op 7 april 2004 beslist de minister de beslissing van de bestendige deputatie te bevestigen behoudens wat betreft de vergunningstermijn : de milieuver- gunning wordt verleend voor een termijn van vijf jaar, verstrijkend op 31 juli 2008 i.p.v. op 31 juli
  9. Dit is de bestreden beslissing. Zij is, wat betreft het herleiden van de vergunningstermijn tot vijf jaar, als volgt gemotiveerd : "Overwegende dat ten aanzien van de adviezen, het volgende moet gesteld worden met betrekking tot de vergunningstermijn van 20 jaar: gelet op de maatschappelijke ethische discussies en het beperkte maatschap- pelijke draagvlak met betrekking tot de pelsdierhouderijen, gelet op het feit dat de huidige federale minister bevoegd voor het dierenwel- zijn initiatieven met betrekking tot een eventueel moratorium heeft bekendge- maakt aan de vertegenwoordigers van de sector, en gelet op te (sic) mogelijke regelgevende initiatieven op nationaal of internationaal vlak op het vlak van dierenwelzijn, teneinde tegemoet te komen aan het maatschappelijke bezwaar, namelijk dat deze dieren onvoldoende mogelijkheden hebben voor hun belangrijkste essentiële natuurlijke gedragingen, is het aangewezen de evoluties in deze sector niet te hypothekeren door het verlenen van langlopende vergunningen; om deze reden dient de vergunningstermijn te worden beperkt tot 5 jaar, vanaf de datum van het bestreden besluit;"
  10. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
  11. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij in essentie aanvoert wat volgt : S De onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing berokkent een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in de mate dat de verkorte vergunningstermijn haar ertoe zal nopen reeds binnen 3,5 jaar de nieuwe aanvraagprocedure voor de hernieuwing van de milieuvergunning op te starten, met inbegrip van de verplichte opmaak van een nieuw MER waartoe de opdracht reeds begin 2006 zal moeten gegeven worden. Uit de bijgevoegde stukken blijkt dat de kosten van het MER voor de huidige vergunning ruim 9.000 euro bedragen. Dit is een zeer zware kostprijs, zeker wanneer dit om de VII-32.281-3/8 vijf jaar dient te gebeuren, en het klemt des te meer omdat er in de praktijk hoogstwaarschijnlijk geen wijziging aan de bedrijfsvoering zal gebeurd zijn, zodat een quasi identiek MER zal afgeleverd worden. S Deze toestand impliceert niet alleen een financieel nadeel, maar voornamelijk ook een ernstig psychologisch nadeel omdat aan de verzoekende partij geen enkele rechtszekerheid wordt geboden op langere termijn, niettegenstaande er geen enkel milieukundig bezwaar bestaat tegen een vergunningstermijn van twintig jaar. De termijn werd ingekort omwille van (ethische) bezwaren inzake dierenwelzijn en omwille van mogelijke toekomstige reglementering die pelsdierhouderijen onmogelijk zou maken. S Het klemt des te meer dat de termijn beperkt werd om redenen van dierenwelzijn nu de verzoekende partij juist investeringen gedaan heeft met het oog op het conform maken van haar inrichting aan de Europese reglementering. Zij heeft investeringen gedaan ten bedrage van ruim 80.000 euro (aanpassen kooiruimte) en ten bedrage van 40.000 euro (milieukundige investeringen). Deze investeringen zijn niet afschrijfbaar binnen de beperkte looptijd van de vergunning en blijken bedrijfseconomisch niet verantwoord binnen die beperkte looptijd. S Gedelegeerd bestuurder Theo MISSEGHERS ondergaat een onmiddellijk en rechtstreeks persoonlijk nadeel, vermits het inkomen als bedrijfsleider van de pelshouderij zijn enig inkomen is. Zijn vrouw heeft weliswaar een beroepsin- komen, maar dit is niet voldoende om een gezin bestaande uit vier personen te onderhouden. De bestreden beslissing heeft bijgevolg ook consequenties naar de gezinssituatie op langere termijn. S Wanneer de bestreden beslissing niet zou worden geschorst ondergaat de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aangezien zij genoodzaakt zal zijn reeds begin 2006 opdracht te geven om een MER op te maken, daar reeds in 2007 een aanvraag tot hernieuwing moet worden gedaan. Op dat ogenblik zal nog geen uitspraak gedaan zijn over het annulatieverzoek. Zo zal elk belang en inhoudelijke betekenis verloren gaan om de huidige bestreden beslissing nog verder aan te vechten, vermits het voorwerp ervan juist de verkorte vergunningstermijn is; VII-32.281-4/8 dat verzoekende partij hieraan toevoegt: "Verzoekster benadrukt dat het hier aangevoerde nadeel wel degelijk rechtstreeks en onmiddellijk voortvloeit uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, zodat niet kan worden beweerd dat dit nadeel als zodanig voortvloeit uit de lange duur die de annulatieprocedure desgevallend in beslag zou nemen"; 2.
  12. Overwegende dat de repliek van de verwerende partij als volgt kan worden samengevat : S De noodzaak om binnen een korte termijn terug een MER te moeten laten opmaken tegen een hoge kostprijs, betreft een louter financieel nadeel waarvan verzoekende partij op geen enkele wijze aantoont dat het niet of onvoldoende herstelbaar is. Het is vaste rechtspraak van de Raad van State dat een louter financieel nadeel principieel niet als moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt aangemerkt. Er wordt ook niet aangetoond - hetgeen trouwens onmogelijk zou zijn - dat die kostprijs binnen vijf jaar het voortbestaan van de verzoekende partij in het gedrang zou brengen. S Het ontbreken van enige rechtszekerheid op langere termijn, is geen nadeel dat rechtstreeks voortvloeit uit de bestreden beslissing, zodat een schorsing die onzekerheid niet ongedaan kan maken. Weliswaar zou een schorsing de beslissing in eerste aanleg doen herleven, maar de vergunning wordt daardoor niet verleend. Verwezen wordt naar de rechtspraak van de Raad van State dat het loutere morele nadeel voldoende wordt hersteld door de morele voldoening na een vernietiging van de bestreden beslissing, zodat de schorsing van de tenuitvoerlegging zich niet opdringt. Bovendien is het onzekerheidselement gedurende een aantal jaren op zich niet als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te beschouwen, vermits ondernemen nu eenmaal gepaard gaat met onzekerheid. De onzekerheid wordt eerder veroorzaakt door de maatschappelijke discussies die tot een gewijzigde reglementering zouden kunnen leiden, zodat een schorsing deze onzekerheid niet uit de wereld zou helpen. S Het bedrijfseconomisch niet verantwoord zijn en de onmogelijkheid om de investeringen af te schrijven binnen een zo korte termijn, houdt een financieel nadeel in dat niet in aanmerking komt als moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Bovendien betreft het reeds uitgevoerde investeringen, zodat het door de VII-32.281-5/8 verzoekende partij aangemerkte nadeel niet rechtstreeks voortvloeit uit de bestreden beslissing. Er wordt tevens op gewezen dat het verkrijgen van een vergunning niet inhoudt dat de investeringen moeten gebeuren binnen de nu verleende vergunningstermijn van vijf jaar. Het nadeel is onbestaand/irreëel en is allerminst onherstelbaar. S Het gezinsinkomen dat de gedelegeerd bestuurder als bedrijfsleider dreigt te verliezen, betreft geen nadeel in hoofde van de verzoekende partij, waardoor dit nadeel het vereiste persoonlijk karakter ontbeert. Bovendien betreft het een louter hypothetisch nadeel, vermits geen concrete gegevens aangereikt worden die het aannemelijk maken dat de gedelegeerd bestuurder zijn inkomen geheel zal verliezen. Tenslotte betreft het ook een nadeel dat niet rechtstreeks voortvloeit uit de bestreden beslissing, doch uit eventuele toekomstige reglementering inzake dierenwelzijn; 2.
  13. Overwegende dat de verwerende partij terecht opwerpt dat de noodzaak om binnen een korte termijn opnieuw een MER te moeten laten opmaken, een louter financieel nadeel uitmaakt, waarvan niet wordt aangetoond dat daardoor het voortbestaan van de verzoekende partij in het gedrang wordt gebracht; Overwegende dat een schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit aan de verzoekende partij niet de rechtszekerheid kan bieden dat zij voortaan haar inrichting voor een termijn van twintig jaar zou kunnen exploiteren; dat een ondernemer er rekening moet mee houden dat hij niet steeds een vergunning voor de decretaal vastgelegde maximumtermijn van twintig jaar zal verkrijgen en dat dergelijke rechtsonzekerheid dan ook eigen is aan het ondernemen zelf; dat dit in casu des te meer klemt gelet op de reeds sedert geruime tijd aan de gang zijnde maatschappelijke commotie omtrent de exploitatie van pelsdierhouderijen; Overwegende dat niet wordt ingezien hoe het verkrijgen van de vergunning voor een termijn van vijf jaar de verzoekende partij verplicht haar investeringen binnen de vijf jaar af te schrijven; dat vooralsnog er niet kan worden van uitgegaan dat de verzoekende partij binnen vijf jaar geen hernieuwing van haar vergunning zou kunnen bekomen; dat indien intussen toch een reglementering inzake dierenwelzijn tot stand zou zijn gekomen die de exploitatie van pelsdierenhouderijen zou verbieden, alsdan de onmogelijkheid tot afschrijving van de gedane investeringen op twintig jaar, zou voortvloeien uit dat verbod; VII-32.281-6/8 Overwegende dat het nadeel van de gedelegeerd bestuurder geen persoonlijk nadeel van de verzoekende partij uitmaakt; dat daarenboven het bestreden besluit niet tot gevolg heeft dat evengenoemde zijn inkomen zal verliezen; Overwegende dat het betoog van de verzoekende partij inzake het nadeel gelegen in het verlies aan belang niet overtuigt om volgende redenen : S ofwel is er wél reeds een arrest ten gronde tussengekomen op het ogenblik dat de hernieuwingsprocedure opgestart zou moeten worden : in dat geval doet het nadeel zoals verzoekende partij het omschrijft zich niet voor, ongeacht of de bestreden beslissing vernietigd wordt of niet; S ofwel is er nog geen arrest ten gronde op het ogenblik dat verzoekende partij de hernieuwingsprocedure opstart : in dat geval behoudt de verzoekende partij haar belang bij de vordering tot nietigverklaring van de bestreden beslissing en heeft die nog degelijk zin, zolang er geen beslissing genomen is over de aanvraag tot hernieuwing; vanaf het ogenblik dat die beslissing dan genomen is zal blijken of de verzoekende partij nog belang heeft bij de vordering tot nietigverklaring van de bestreden beslissing : indien over de hernieuwingsaanvraag een weigeringsbeslissing genomen wordt, dan behoudt verzoekende partij haar belang bij het aanvechten van de huidige bestreden beslissing; wordt de hernieuwingsaanvraag ingewilligd, dan verliest verzoekende partij inderdaad haar belang bij het aanvechten van de huidige bestreden beslissing, maar dit kan bezwaarlijk als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel beschouwd worden; hooguit is dit een financieel nadeel dat principieel herstelbaar is, en dat bovendien niet rechtstreeks voortvloeit uit de huidige bestreden beslissing; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede voorwaarde gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, VII-32.281-7/8 BESLUIT: Artikel
  14. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  15. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig oktober tweeduizend en vier, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-32.281-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.374 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.177.450 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.