id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.376 Rolnummer: A. 153389/VII-32403 Zaak: Arrest 136376 - - 21/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-28 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 12:01 Fiche Arrest nr 136.376 van 21 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 136.376 van 21 oktober 2004 in de zaak A. 153.389/VII-32.
- In zake : de n.v. DE GRAEVE TRANSPORT, die woonplaats kiest bij Advocaat J. CANSSE, kantoor houdende te GENT, H. Frère Orbanlaan 151 tegen : de burgemeester van de stad GENT, die woonplaats kiest bij Advocaat H. VAN BURM, kantoor houdende te GENT, Cyriel Buyssestraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. DE GRAEVE TRANSPORT op 2 juli 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 7 april 2004 van de burgemeester van de stad GENT houdende de stopzetting van alle vergunningsplichtige activiteiten in de exploitatie gelegen in de Merendreesesteenweg 51 te 9031 Gent-Drongen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 9 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 september 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; VII-32.403-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat R. BERNARD die, loco Advocaat J. CANSSE, verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat B. VANLEE die, loco Advocaat H. VAN BURM, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : Verzoekende partij baat te Drongen, aan de Merendreese- steenweg nr. 51, een transportbedrijf uit voor nationaal en internationaal vervoer van koel- en diepvrieswaren. Op 12 juli 1990 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen een exploitatievergunning voor deze inrichting. De vergunning wordt evenwel slechts verleend voor een termijn van achttien maanden en onder de uitdrukkelijke bepaling dat tegen de eindvervaldag het bedrijf geherlokaliseerd wordt. Na het verstrijken van de voormelde vergunning wordt de exploitatie evenwel verdergezet, en op 28 februari 1992 wordt de autoherstelwerkplaats door de burgemeester van de stad Gent gesloten en wordt de verzegeling bevolen van alle toegangen tot deze werkplaats alsook van alle toestellen dienstig tot de exploitatie. Een verzoek tot ontzegeling wordt niet ingewilligd. In december 2002 stelt de dienst Leefmilieu en Natuurontwikkeling van de stad Gent vast dat er een mazoutverontreiniging is die afkomstig is van het bedrijf van de verzoekende partij. Naar aanleiding van dit schadegeval wordt vastgesteld dat verzoekende partij haar inrichting nog steeds uitbaat. Naar aanleiding van een plaatsbezoek van 30 maart 2004 maakt de dienst Leefmilieu en Natuurontwikkeling van de stad Gent een technisch verslag van vaststellingen op waarin wordt geconcludeerd dat de inrichting klasse 1 milieuver- gunningsplichtig is vanwege de aanwezigheid van drie verdeelslangen. Er wordt proces-verbaal opgemaakt voor de exploitatie zonder milieuvergunning. VII-32.403-2/4 Op 7 april 2004 wordt de thans bestreden beslissing genomen. Bevolen wordt alle vergunningsplichtige activiteiten in de exploitatie stop te zetten; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar nota onder meer opwerpt dat de verzoekende partij met haar vordering de verderzetting beoogt van een niet-vergunde exploitatie, en dat zij aldus een onwettig belang nastreeft; 2.
- Overwegende dat niet wordt betwist dat de inrichting van de verzoekende partij een vergunningsplichtige inrichting is en dat zij niet over de vereiste exploitatie- of milieuvergunning beschikt om de inrichting uit te baten; dat artikel 4, § 1, van het milieuvergunningsdecreet bepaalt dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning een als hinderlijk ingedeelde inrichting die behoort tot de eerste of tweede klasse mag exploiteren of veranderen; dat aldus de verzoekende partij met haar vordering beoogt een onwettige exploitatie verder te zetten; dat dienvolgens, zoals de verwerende partij terecht opwerpt, de verzoekende partij niet over het wettig vereiste belang beschikt bij haar vordering tot schorsing; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen zonder dat de door de verwerende partij bijkomende opgeworpen exceptie van onontvankelijkheid moet worden onderzocht, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. VII-32.403-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig oktober tweeduizend en vier, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-32.403-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.376 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.851 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.