id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.537 Rolnummer: A. 148521/XII-4081 Zaak: Arrest 136537 - - 21/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-02 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-04 12:11 Fiche Arrest nr 136.537 van 21 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 136.537 van 21 oktober 2004 in de zaak A. 148.521/XII-
- In zake : VZW 77, die woonplaats kiest bij advocaat D. Matthys, kantoor houdende te Gent, Sint-Annaplein 34 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Canadesen Hof, Bevrijdingslaan 4, bus
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de vzw 77 op 8 maart 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het Vlaams ministerieel besluit van 19 december 2003 houdende erkenning als lokale radio- omroep van vzw Radio Solymar voor de lokaliteit Sint-Niklaas met frequentie 107.9 MHz; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur S. De Taeye; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 6 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 september 2004; XII-4081-1/12 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Matthys, die verschijnt voor verzoekende partij, en van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur E. Haesbrouck; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het Vlaams Commissariaat voor de Media met een bericht in het Belgisch Staatsblad van 12 augustus 2003 verklaart “dat voor de frequenties, bepaald bij en omschreven in het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 houdende bepaling van het aantal particuliere landelijke, regionale en lokale radio-omroepen dat kan worden erkend en houdende de opstelling van het frequentieplan en de vaststelling van de frequentiepakketten en de frequenties die ter beschikking worden gesteld van de particuliere landelijke, regionale en lokale radio-omroepen, met bijlagen (Belgisch Staatsblad van 25 juli 2003) en betrekking hebbende op het grondgebied van de provincies Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen, een aanvraag tot erkenning als lokale radio-omroep kan worden ingediend”; Overwegende dat verzoekende partij is opgericht in 1982 en sedert meer dan twintig jaar uitzendingen verzorgt, eerst als onafhankelijke radio voor Sint-Niklaas, later in samenwerking met Topradio; dat zij zich kandidaat stelt voor erkenning als lokale radio-omroep voor elk van de drie beschikbare frequenties in de lokaliteit Sint-Niklaas; dat de Vlaamse minister van wonen, media en sport bij ministerieel besluit van 17 oktober 2003 zeven kandidaturen waaronder die van verzoekende partij en de vzw Radio Solymar ontvankelijk verklaart en uiteindelijk, bij het bestreden besluit van 19 december 2003, vzw Radio Solymar voor de duur van negen jaar erkent als lokale radio-omroep, voor de frequentie 107.9 MHz in de lokaliteit Sint-Niklaas; dat hij motiveert : “Overwegende dat de kandidatuur van VZW Radio Solymar met maatschappelijke zetel Plezantstraat 264 te 9100 Sint-Niklaas, de kandidatuur van VZW Vrije Private Omroepvereniging Land Van Waas met maatschappelijke zetel Lange Rekstraat 38 te 9100 Sint-Niklaas, de kandidatuur XII-4081-2/12 van VZW Stichting Communicatie Waasland met maatschappelijke zetel Europark-Noord 39 te 9100 Sint-Niklaas, de kandidatuur van VZW 77 met maatschappelijke zetel Heidebloemstraat é te 9100 Sint-Niklaas, VZW Radio Progres met maatschappelijke zetel Driekoningenstraat 48 te 9100 Sint-Niklaas, VZW Stadsradio Sint-Niklaas met maatschappelijke zetel Prins Boudewijnlaan 107 te 9100 Sint-Niklaas en de kandidatuur van VZW Waasland Broadcasting Company met maatschappelijke zetel Lodewijk Dosfelstraat 1 B3 te 9100 Sint-Niklaas ontvankelijk werden bevonden voor de lokaliteit Sint-Niklaas, zoals blijkt uit het ministerieel besluit van 17 oktober 2003 houdende de lijst van alle ontvankelijk bevonden kandidaturen ter erkenning als lokale radio-omroep; Overwegende dat na onderzoek van de aanvragen blijkt dat elk van de kandidaten voldoet aan de decretale voorwaarden om te worden erkend als lokale radio-omroep; Overwegende dat uit de dossiers na grondig onderzoek enerzijds blijkt dat de kandidaturen vanwege VZW Radio Solymar, VZW Vrije Private Omroepvereniging Land Van Waas, VZW Radio 77 en VZW Stichting Communicatie Waasland op het gebied van de aantoonbare en beschreven band die is opgebouwd met de lokale gemeenschap, in het bijzonder de band die is ontstaan door gedurende een langere periode een continuïteit in de radio-uitzendingen te hebben verzorgd, -door het verzorgen van uitzendingen gedurende 20 jaar en langer, door de contacten en samenwerking met plaatselijke verenigingen, door het contact met de luisteraar en door de band van de eigen medewerkers rnet het verzorgingsgebied zelf- op gelijkwaardige wijze als de meest degelijke van de betrokken kandidaturen dienen te worden beschouwd terwijl de concrete invulling door VZW Radio Solymar van het programma-aanbod en zendschema, in het bijzonder het aanbod aan eigen programma's en het programma-aanbod met informatie over het eigen verzorgingsgebied -door het verzorgen van een volledig eigen en gevarieerd programma-aanbod met veel aandacht voor lokale informatie, live presentatie en interactie met de luisteraar- als de meest degelijke van de betrokken kandidaatstellingen dient te worden beschouwd; Overwegende dat uit de dossiers na grondig onderzoek daarnaast blijkt dat de kandidaturen vanwege VZW Radio Solymar, VZW Radio 77 en VZW Stichting Communicatie Waasland inzake de degelijkheid van het opgegeven financiële plan en de financiële structuur op een gelijkwaardige wijze als de meest degelijke van de betrokken kandidaturen dienen te worden beschouwd terwijl de kandidaturen vanwege VZW Radio Solymar, VZW Vrije Private Omroepvereniging Land Van Waas, VZW Radio 77, VZW Stadsradio Sint-Niklaas en VZW Stichting Communicatie Waasland inzake de aantoonbare en beschreven kennis en radio-ervaring op het vlak van de productie en exploitatie van een radioprogramma voor het verzorgingsgebied in kwestie, -door het verzorgen van uitzendingen gedurende 20 jaar en langer en door de jarenlange radio-ervaring van de lokale medewerkers- op gelijkwaardige wijze als de meest degelijke van de betrokken kandidaatstellingen dienen te worden beschouwd; Overwegende dat niettegenstaande uit de dossiers na grondig onderzoek blijkt dat de kandidaturen vanwege VZW Stichting Communicatie Waasland, VZW Radio Progres en VZW Waasland Broadcasting Company inzake de infrastructuur, met name de materiële en technische uitzendmogelijkheden waarover de kandidaat zal beschikken, op gelijkwaardige wijze als de meest degelijke van de betrokken kandidaatstellingen dient te worden beschouwd, VZW Radio Solymar door het overwicht ten opzichte van de andere kandidaten op basis van de invulling van de voorgeschreven criteria, omwille van de hierboven vermelde redenen in aanmerking komt voor de toekenning van de bij voorkeur aangevraagde frequentie107.9 MHz in de lokaliteit Sint-Niklaas”; XII-4081-3/12 Overwegende dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat verzoekende partij als eerste middel de schending aanvoert van “inzonderheid de artikelen 28, 31, 35 en 36” van de op 25 januari 1995 gecoördineerde decreten betreffende de radio-omroep en de televisie (hierna: de mediadecreten), van artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de procedure en de aanvullende kwalificatiecriteria en voorwaarden voor de erkenning van particuliere landelijke, regionale en lokale radio- omroepen (hierna: het erkenningsbesluit), van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna: de motiveringswet) en van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet; dat zij toelicht dat de in het ministerieel besluit gegeven motivering uitermate vaag en in geen enkel opzicht onderbouwd is, dat zij “afgezien van de vraag of de conclusies [...] wel in overeenstemming zijn met de gegevens van de ingediende dossiers, en los van de vraag of de wijze waarop met deze gegevens werd omgegaan correct en aanvaardbaar is [...] a priori vast[stelt] dat verwerende partij zonder opgave van eender welke legitimatie de voorkeur geeft aan een mathematisch resultaat van scores voor alle criteria”, dat over “de te hanteren methode” in de mediadecreten “niets [is] terug te vinden” en ook het erkenningsbesluit “nergens [stelt] dat de criteria, opgesomd in artikel 1 ervan, tegenover mekaar een afgewogen waarde zouden vertonen”; dat volgens verzoekende partij de conclusie van haar vaststellingen is “dat de methode, zoals gehanteerd in de aangevochten beslissing, geen steun vindt in voormelde decretale en reglementaire principes en bepalingen”, dat “ten onrechte [wordt] gewerkt met een optelsom van de resultaten, behaald voor de verschillende criteria, zonder te motiveren waarom dit de correcte en adequate methode zou zijn en waarom ieder van deze criteria een gelijk gewicht zou mogen worden gegeven” XII-4081-4/12 en dat zelfs indien dit de juiste of meest aangewezen methode zou zijn, in ieder geval in de aangevochten beslissing de motivering ontbreekt waarom de verwerende partij deze mening is toegedaan; Overwegende dat uit het betoog blijkt dat verzoekende partij met het eerste middel niet de concrete beoordeling van haar aanvraagdossier op de korrel neemt -dat doet zij in het tweede onderdeel van het tweede middel- maar wel de “methode” die het bestuur in abstracto heeft gehanteerd bij de beoordeling van de aanvragen; Overwegende dat de gevolgde “methode”, zoals zij naar voren komt uit de neergelegde stukken van het administratief dossier, vooreerst een ambtelijk onderzoek lijkt te behelzen van de wijze waarop de aanvragers voldoen aan de algemene en bijzondere erkenningsvoorwaarden waaraan de lokale radio- omroepen krachtens de mediadecreten moeten voldoen: het ambtelijk onderzoeksrapport gaat na of de omroep al dan niet voldoet aan, eensdeels, “de algemene erkenningsvoorwaarden zoals bepaald in artikel 31 gecoördineerde decreten 25 januari 1995” en, anderdeels, aan “de specifieke erkenningsvoorwaarden zoals bepaald in artikel 38octies en 38nonies van de gecoördineerde decreten 25 januari 1995”; dat het ministerieel erkenningsbesluit te dezen -in overeenstemming met de onderzoeksrapporten- overweegt “dat na onderzoek van de aanvragen blijkt dat elk van de kandidaten voldoet aan de decretale voorwaarden om te worden erkend als lokale radio-omroep”; dat verzoekende partij niet aantoont op welke gronden dit aspect van de gevolgde methode in strijd zou zijn met de mediadecreten; Overwegende dat voorts de artikelen 36 en 38decies van de mediadecreten de Vlaamse regering opdragen de erkenningsprocedure te regelen en de erkenning te verlenen op basis van de in artikel 38decies opgesomde criteria en de mogelijk door de regering supplementair opgelegde voorwaarden; dat de kritiek van verzoekende partij wezenlijk de wijze betreft waarop verwerende partij is omgegaan met de criteria bedoeld in artikel 38decies van de mediadecreten -artikel dat zij vreemd genoeg nochtans niet in haar middel noemt; dat mét verzoekende partij op het eerste gezicht mag worden vastgesteld dat over een door het bestuur te hanteren methode voor de toetsing van een aanvraag aan de gestelde erkenningsvoorwaarden, en desgevallend een weging van die criteria, in de mediadecreten niets is terug te vinden; dat inderdaad ook het erkenningsbesluit geen weging oplegt; dat hetzelfde besluit overigens voor de landelijke en de regionale radio-omroepen wél wegingsfactoren bepaalt voor de toetsing aan de aanvullende XII-4081-5/12 kwalificatiecriteria; dat de Raad uit een en ander in de huidige stand van de procedure besluit dat de mediadecreten noch het erkenningsbesluit voor de lokale radio- omroepen aan het bestuur een welbepaalde wegingsmethode opleggen noch dat zij aan het bestuur een bepaalde weging van de criteria verbieden; Overwegende dat verwerende partij overeenkomstig artikel 1, vijfde lid, van het erkenningsbesluit de ontvankelijk bevonden kandidaturen op basis van vijf erkenningscriteria diende te beoordelen; dat deze criteria zijn : “1/ de concrete invulling van het programma-aanbod en zendschema, in het bijzonder het aanbod aan eigen programma's en het programma-aanbod met informatie over het eigen verzorgingsgebied; 2/ de aantoonbare en beschreven kennis en radio-ervaring van de kandidaat op het vlak van de productie en exploitatie van een radioprogramma voor het verzorgingsgebied in kwestie; 3/ de aantoonbare en beschreven band die is opgebouwd met de lokale gemeenschap in het bijzonder de band die is ontstaan door gedurende een langere periode een continuïteit in de radio-uitzendingen te hebben verzorgd; 4/ de infrastructuur, met name de materiële en technische uitzendmogelijkheden waarover de kandidaat zal beschikken; 5/ de degelijkheid van het opgegeven financiële plan en de financiële structuur”; Overwegende dat in de ambtelijke onderzoeksrapporten de wijze waarop de aanvraag overeenstemt met ieder criterium afzonderlijk wordt onderzocht, beschreven, beoordeeld en gewaardeerd, zonder tot een totaaloordeel te komen of een onderlinge afweging te maken; dat dit wordt overgelaten, zo lijkt, aan het uiteindelijke oordeel van de minister die over de erkenning moet beslissen; dat te dezen het ministerieel erkenningsbesluit de voorkeur geeft aan Radio Solymar “door het overwicht ten opzichte van de andere kandidaten op basis van de invulling van de voorgeschreven criteria”; dat dit motief refereert aan een “overwicht” : Radio Solymar is blijkens het besluit als enige kandidaat de “meest degelijke van de betrokken kandidaatstellingen” bij vier van de vijf criteria; dat het motief zodoende in het midden laat, zo lijkt, of de vijf criteria volstrekt gelijk of ongelijk wegen; dat evenwel, zelfs in de veronderstelling dat het ministerieel besluit inderdaad de criteria volstrekt gelijkwaardig acht, verzoeker niet aantoont waarom een eventuele gelijke weging niet deugdelijk is in het licht van de aangevoerde bepalingen of anderszins de beoordelingsruimte van het bestuur te buiten zou gaan; dat de motiveringswet het bestuur tenslotte ook niet lijkt te verplichten om de keuze van de in abstracto bij de beoordeling van al de erkenningsaanvragen gevolgde methode uitdrukkelijk te motiveren; dat verzoekende partij niet toelicht waarom het gelijkheids- en niet- discriminatiebeginsel niet is nageleefd; dat het middel niet ernstig is; XII-4081-6/12 Overwegende dat verzoekende partij in een tweede middel de schending aanvoert van de formele en de materiële motiveringsplicht, van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, van het redelijkheidsbeginsel en van “machtsoverschrijding”; dat zij vervolgens dit middel in twee onderdelen opsplitst; dat de toelichting bij de beide onderdelen op de formele, resp. de materiële motivering van het bestreden besluit betrekking heeft; dat de Raad in de huidige stand van het geding niet ziet wat verzoekende partij méér wenst aan te tonen met het aanvoeren van beide grondwetsbepalingen en beginselen; dat het middel in zoverre niet ernstig is; Overwegende dat verzoekende partij in een eerste onderdeel van het tweede middel andermaal de formele motiveringsplicht geschonden noemt, omdat de aangevochten beslissing in hoofdzaak verwijst naar de ambtelijke onderzoeksrapporten die haar niet ter kennis werden gebracht voor of samen met de eindbeslissing; Overwegende dat niet moet worden onderzocht of de in het ministerieel besluit veruitwendigde motieven niet reeds mogen volstaan ter naleving van de motiveringswet; dat immers verzoekende partij in het inleidend verzoekschrift erkent van de onderzoeksrapporten inzage te hebben gekregen, weze het nadat zij mededeling had ontvangen van de aangevochten beslissing; dat zij de gelegenheid had om tegen die rapporten grieven te ontwikkelen; dat zij die gelegenheid overigens blijkens het tweede onderdeel van dit middel ook daadwerkelijk te baat heeft genomen; dat de latere kennisneming van de rapporten zich op het eerste gezicht dan ook niet heeft voorgedaan in omstandigheden die haar recht om zich in rechte te verweren tegen de bestreden handeling in het gedrang brengt; dat in die omstandigheden het doel van de motiveringswet, namelijk de bestuurde een zodanig inzicht te verschaffen in de motieven van de beslissing dat hij in staat is om te oordelen of, ten aanzien van de motieven, het zin heeft zich tegen die beslissing te verweren met de middelen die het recht hem verschaft, op het eerste gezicht bereikt lijkt; dat het eerste onderdeel van het tweede middel alleen reeds om die reden niet ernstig is; Overwegende dat verzoekende partij in het tweede onderdeel van het tweede middel de materiële motiveringsplicht geschonden acht; dat zij betoogt dat in de onderzoeksrapporten is uitgegaan van feitelijke onjuistheden die de draagkracht van de motivering iedere geloofwaardigheid ontnemen; dat zij haar kritiek op de onderzoeksrapporten formuleert als volgt : XII-4081-7/12 “
(1)Wat het programma-aanbod betreft werden -terecht- drie facetten onderzocht, nl. (
- a)de concrete invulling, (
- b)het eigen programma-aanbod en (
- c)informatie over het eigen verzorgingsgebied. Verzoekster stelt evenwel vast dat een aantal commentaren van het beoordelingsrapport gratuit zijn en nergens op gesteund. (
- a)Concrete invulling - Op blz.5 van het rapport over verzoekster staat dat er non-stop programma's zijn van 24 uur tot 6 uur, maar dat deze programma's niet zijn gepresenteerd (woord). Welnu, deze affirmatie strijdt met de realiteit en met de gegevens van het door verzoekster ingediende dossier (zie bijlage 4 van dit dossier), vermits daarin duidelijk staat opgegeven dat op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag van 04.00 tot 06.00 uur het programma 'The night club' wordt uitgezonden, waarover men onder andere leest : 'Een gepresenteerd ochtendprogramma. Een muzikale programmatie gericht op een breed publiek met weerbericht, nieuws in de marge. Naar het einde van het programma : een overzicht van de krantenkoppen'. Op zaterdag is er inderdaad van 00 tot 06 uur een non stop nachtprogramma met nadruk op zeer veel muziek, maar op zondag loopt van 00 tot 05 uur een 'TOPradio live @ Bell's Café', met live uitzending (reeds vanaf 22.00 uur) vanop locatie : 'Deze animatievorm heeft groot succes en steunt op een perfecte samenwerking tussen de radio en een aantal lokale discotheken/café's of organisatoren van evenementen'. Het is evident dat deze foute vermelding in het verslag een vertekend beeld geeft van één der criteria dat, zoals uit de vergelijking der scores blijkt, een determinerend verschil in weging heeft opgeleverd t.o.v. tegenkandidaat vzw Radio Solymar. Bovendien leest men in het rapport dat de programmatie eerder gericht zou zijn op jong publiek : ook dit is manifest onjuist, vermits deze vermelding uitsluitend door verzoekster werd aangebracht bij de beschrijving van het programma TOPradio HOTline. - Op blz. 5 van het rapport over vzw Radio Solymar staat dat er 'dagelijks gepresenteerde programma's (met woord) vanaf 6u tot 24u' zouden zijn, ofschoon uit het dossier niet valt af te leiden dat deze programma's gepresenteerd. Verzoekster laat overigens opmerken dat Radio Solymar reeds sedert jaren slechts maximum 3 uren live programma's uitzendt ; dat zij deze koers ineens radicaal zal wijzigen in de toekomst is zeer betwijfelbaar, maar zeker niet bewezen. (
- b)Eigen programma's Alweer moet door verzoekster worden vastgesteld dat in het onderzoeksrapport m.b.t. haar dossier een aantal onjuistheden staan vermeld. Zo leest men dat onduidelijkheid zou bestaan over lokale uitzendingen op weekenddagen, met de bijkomende commentaar 'mogelijk slechts drie uur'. Dit blijkt niet uit het ingediende dossier, dat immers uiterst precieze gegevens bevat over alle programma's (bijlage 4) en dus ook over wat tijdens de weekends wordt uitgezonden. (
- c)Informatie verzorgingsgebied De vergelijking tussen de gegevens van beide kandidaten wijst zeker niet uit dat in redelijkheid een voorkeur zou moeten worden gegeven aan de vzw Radio Solymar. (
- d)Verzoekster leest in het onderzoeksrapport over haar dossier de vermelding dat dit bijna identiek is aan dat van kandidaat Radio ABC uit Lokeren. Wat die zin betekent, welke zijn relevantie is en waar hij XII-4081-8/12 mogelijks zou hebben moeten voor dienen is niet duidelijk. Het betreft in ieder geval een volstrekt irrelevante opmerking, die dus had moeten zijn weggelaten om te voorkomen dat hieraan enige connotatie zou kunnen worden gegeven. (
- e)Op grond van deze sub (
- a)t/m (
- d)besproken gegevens uitmonden in een minder positieve evaluatie voor verzoekster ten voordele van vzw Radio Solymar komt neer op een onredelijkheid die niet aanvaardbaar moet worden genoemd.
(2)Verzoekster stelt daarenboven vast dat ook over de andere gehanteerde criteria heel wat te zeggen valt. Zo is het bijvoorbeeld voor verzoekster een onopgeloste vraag waar op blz. 8 onder rubriek 'aantoonbare kennis en radio-ervaring' de stelling wordt vandaan gehaald 'voorbije jaren meer programma's aangeleverd door samenwerkingsverband'. Dit werd door verzoekster nooit beweerd, en al evenmin in het door haar ingediend dossier geaffirmeerd”. Overwegende dat de Raad van State niet in de plaats van de administratieve overheid mag oordelen over de erkenningsaanvragen; dat hij binnen het raam van de aangevoerde onwettigheid enkel mag nagaan of de bestreden beslissing steunt op rechtens aanvaardbare en op werkelijke feiten berustende motieven, die door het bestuur met de nodige zorgvuldigheid werden vastgesteld; dat het -niet in het minst in een schorsingsprocedure- aan de verzoekende partij toekomt om haar grieven op het vlak van de materiële motivering voor de Raad niet “gratuit” te laten zijn, maar ze op concrete, precieze en nauwkeurige wijze te ontwikkelen en aan te tonen hoe de beweerde onzorgvuldigheid op de bestreden beslissing kan inwerken; dat, als zij dat nalaat, niet van de Raad mag worden verwacht dat hij de aanvraagdossiers minutieus zou gaan ontleden; dat immers dan in werkelijkheid zou worden verwacht dat de Raad van State in de plaats van de verzoekende partij het verzoekschrift zou opstellen; dat bijgevolg enkel rekening wordt gehouden met de elementen die in het verzoekschrift met de nodige precisie worden aangebracht; Overwegende dat de vereiste concrete gegevens geheel ontbreken bij het aangehaalde betoog onder punt 1(c), wat in de huidige stand van de procedure dan ook als blote bewering voorkomt; dat verzoekende partij ook bij punt 1(b) niet concreet maakt wélke eigen programma’s dan wél op weekenddagen lokale uitzendingen zijn en hoe dit uit het dossier zou moeten blijken; dat zij niet aantoont welke voor haar negatieve weerslag de in punt 1(d) bekritiseerde zin -die zij ten gronde overigens niet tegenspreekt- heeft gehad op haar aanvraag; dat zij onder
(2)aankondigt heel wat te kunnen zeggen, vervolgens echter in concreto niets overtuigends zegt maar enkel een “onopgeloste vraag” formuleert; dat ook deze grieven neerkomen op loutere, op geen enkele wijze gestaafde beweringen; dat er bij de beoordeling van het middel geen rekening mee wordt gehouden; XII-4081-9/12 Overwegende dat wat rest -punt 1(a)- vier min of meer concreet geformuleerde grieven zijn, die alle te maken hebben met de beoordeling in het ambtelijk onderzoeksrapport van de concrete invulling van het programma-aanbod; Overwegende, wat de grief betreft over Radio Solymar, dat deze radio volgens het neergelegde zendschema in haar programma’s tussen 6u en 24u onder meer aan bod laat komen: overzicht van regionaal krantennieuws, verkeersinfo, “nieuwsfeiten van toen”, nieuwsfeiten uit eigen regio, zoekspel, studiogast met interview, sportuitslagen en dergelijke meer; dat de Raad in tegenstelling tot verzoekende partij niet inziet hoe dergelijke programma’s zónder een presentatie “met woord” uit te zenden zijn; dat voorts de verdenking als zou deze radio dit zendschema niet naleven bij erkenning op niets is gebaseerd; dat deze grief niet aangenomen wordt; Overwegende, wat de grief betreffende het weekendnacht- programma betreft, dat een programma dat volgens verzoekende partij op zondag om 00 uur start voor verwerende partij blijkbaar nog een programma is dat op zaterdagnacht wordt uitgezonden; dat het ambtelijk onderzoeksrapport over de erkenningsaanvraag van verzoekster, wat het programma-aanbod op zaterdag en zondag betreft, immers wel degelijk melding lijkt te maken van de live-uitzendingen met het programma “TOPradio live@Bell’s Café”, waar wordt gesteld : “Zaterdagavond (en nacht) live uitzendingen vanuit plaatselijke danszaak”; dat deze grief feitelijke grondslag mist; Overwegende, wat de jonge leeftijd van het publiek van verzoekende partij betreft, dat haar bewering deze vermelding énkel te hebben aangebracht bij de beschrijving van het programma “TOPradio HOTline” feitelijke grondslag mist; dat immers verwerende partij in de nota met opmerkingen niet zonder grond verwijst naar het in de aanvraag bijgevoegde zendschema van verzoekende partij, waar zij voor het programma “Circus Gorus” schrijft “Naar doelgroepen richt ‘Circus Gorus’ zich, net zoals TOPradio zelf, vooral naar de jongeren”; dat de aangehaalde woorden “net zoals TOPradio zelf” daarenboven tegenspreekt, zo lijkt, dat de vaststellingen in het onderzoeksrapport ten gronde ook “manifest onjuist” zouden zijn, tenzij verzoekende partij zou willen beweren aan het bestuur verkeerde informatie te hebben voorgelegd; Overwegende ten slotte, dat verwerende partij zich wél lijkt te hebben vergist wat het beweerde nonstop karakter van het programma “the night XII-4081-10/12 club” betreft dat door verzoekende partij op weekdagen tussen 04.00u en 06.00u wordt uitgezonden; dat het aanvraagdossier hierover vermeldt “gepresenteerd ochtendprogramma”; dat de kritiek van verzoekende partij op dit punt -doch alléén op dit punt- terecht is; dat evenwel de vraag rijst welke weerslag deze ene onzorgvuldigheid in het onderzoeksrapport gehad heeft op het uiteindelijk ministerieel besluit; Overwegende dat de eindwaardering voor elk van de vijf te toetsen criteria in het ambtelijk onderzoeksrapport telkens wordt uitgedrukt in, eensdeels, een score (-- / - / 0 / + / ++) en, anderdeels, een beknopte motivering; dat verzoekende partij voor het besproken eerste erkenningscriterium de neutrale score “0” krijgt op grond van de motieven : “uitzendingen in samenwerkingsverband - 6 uur eigen lokale programma’s (op weekdagen) - gericht op een eerder jeugdig publiek - lokaal/regionaal informatief”; dat de vzw Radio Solymar voor datzelfde erkenningscriterium de hoogste score “++” krijgt, op grond van de motieven : “enkel eigen programma’s - breed en gevarieerd programma-aanbod - lokale info tijdens live-programma’s - veel interactie met luisteraar”; dat het ministerieel besluit overweegt dat “de concrete invulling door VZW Radio Solymar van het programma- aanbod en zendschema, in het bijzonder het aanbod aan eigen programma’s en het programma-aanbod met informatie over het eigen verzorgingsgebied- door het verzorgen van een volledig eigen en gevarieerd programma-aanbod met veel aandacht voor lokale informatie, live presentatie en interactie met de luisteraar - als de meest degelijke van de betrokken kandidaatstellingen dient te worden beschouwd”; Overwegende, eensdeels, dat het op het eerste gezicht, gelet op de uitgeschreven motieven, niet geloofwaardig voorkomt dat de gewraakte foutieve vermelding ook een weerslag heeft gehad op de in het onderzoeksrapport toegekende score; Overwegende, anderdeels, dat hoe dan ook buiten betwisting staat dat verzoekende partij slechts een kwart van haar uitzenduren met eigen programma’s vult terwijl Radio Solymar enkel eigen programma’s heeft; dat uit de aangehaalde motivering van het bestreden ministerieel besluit, die steun vindt in de onderzoeksrapporten, vooralsnog wordt aangenomen dat het uitgesproken verschil in aanbod aan eigen programma’s finaal doorslaggevend was om niet verzoekende partij maar wel Radio Solymar als de meest degelijke te beschouwen; XII-4081-11/12 Overwegende dat de Raad op grond van wat voorafgaat, in de huidige stand van de procedure niet inziet hoe de enig prima facie aangetoonde onzorgvuldigheid in het onderzoeksrapport met betrekking tot het al dan niet presenteren van twee uur vroege-ochtendradio de uiteindelijke beoordeling in het ministerieel besluit zou kunnen aantasten; dat het middel niet ernstig is; Overwegende dat geen ernstige middelen worden aangevoerd; dat niet is voldaan aan een van de schorsingsvoorwaarden, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig oktober 2004, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4081-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.537 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.147.270 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div