← België

Arrest 136581 - - 25/10/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.581 Rolnummer: A. 134364/IX-3739 Zaak: Arrest 136581 - - 25/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-12 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 12:20 Fiche Arrest nr 136.581 van 25 oktober 2004 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 136.581 van 25 oktober 2004 in de zaak A. 134.364/IX-

  1. In zake : Jacques DUQUE, wonende te AS, Nijverheidsstraat 83 tegen : het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Rekem, dat woonplaats kiest bij advocaat K. GEELEN, kantoor houdende te HASSELT, Gouverneur Roppesingel
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jacques DUQUE op 20 maart 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 11 februari 2003 van de directieraad van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Rekem om hem de tuchtstraf van het ontslag van ambtswege op te leggen; Gelet op het arrest nr. 121.112 van 30 juni 2003 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt bevolen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 18 juli 2003 door de verwerende partij; Gezien de toelichtende memorie van verzoeker; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; IX-3739-1/5 Gelet op de beschikking van 21 januari 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 15 september 2004 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 18 oktober 2004; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. MARTENS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. GEELEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak samengevat zijn in het arrest nr. 121.112 van 30 juni 2003 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit bevolen is;
  4. Overwegende dat de verwerende partij regelmatig de voortzetting van de procedure gevraagd heeft; dat zij evenwel nagelaten heeft binnen de reglementaire termijn een memorie van antwoord neer te leggen; dat de memorie van antwoord die zij op 19 januari 2004 heeft ingediend wegens laattijdigheid uit de debatten moet worden geweerd; IX-3739-2/5
  5. Overwegende dat verzoeker in een enig middel de schending aanvoert van de materiële motiveringsplicht en van artikel 87 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel; dat in het arrest nr. 121.112 van 30 juni 2003 het middel ernstig bevonden is in de mate dat de tweede reeks feiten die aan verzoeker ten laste was gelegd -het bekendmaken, via de computerschijf die hem als syndicaal afgevaardigde ter beschikking stond, van een aantal documenten waarin het bestuur lasterlijke aantijgingen onderkende- geen aanleiding kon geven tot een tuchtrechtelijke bestraffing volgens het administratief statuut, maar dat die feiten overeenkomstig artikel 87 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 enkel “syndicaal gesanctioneerd” konden worden;
  6. Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie een aantal argumenten aanbrengt die volgens haar aantonen dat de feiten, die in het schorsingsarrest onderzocht zijn, niet vallen onder de bescherming van artikel 87 van het koninklijk besluit van 28 september 1984; dat de raadsvrouw van verzoeker ter terechtzitting vraagt die memorie uit de debatten te weren, aangezien de verwerende partij daarmee de regels van het tegensprekelijk debat miskent; dat de raadsman van de verwerende partij daar zijnerzijds op antwoordt dat het niet of niet tijdig indienen van een memorie van antwoord niet belet dat in een laatste memorie gereageerd kan worden op het auditoraatsverslag; Overwegende dat noch de gecoördineerde wetten op de Raad van State, noch het procedurereglement, de verwerende partij de mogelijkheid ontzeggen om een laatste memorie in te dienen wanneer zij nagelaten heeft een memorie van antwoord neer te leggen; dat die memorie om die reden niet onontvankelijk kan worden verklaard; Overwegende evenwel dat, daargelaten elementen die de openbare orde raken, geen rekening gehouden kan worden met argumenten die de verwerende partij reeds in een memorie van antwoord had kunnen aanvoeren, vermits de IX-3739-3/5 verzoekende partij daar niet schriftelijk heeft op kunnen antwoorden en het auditoraatsverslag zich daar evenmin over heeft kunnen uitspreken; dat aldus de uiteenzetting van de verwerende partij waarom het schorsingsarrest ten onrechte rekening gehouden heeft met artikel 87 van het koninklijk besluit van 28 september 1984, niet ontvankelijk bij de zaak kan worden betrokken;
  7. Overwegende, voor het overige, dat de Raad van State de in het schorsingsarrest opgenomen bespreking ten gronde volledig bijvalt, in die zin dat het toebedelen van voorbehouden schijfruimte aan de syndicaal afgevaardigden, teneinde op die wijze berichten te verspreiden impliceert dat, in beginsel althans, de berichten die daadwerkelijk worden verspreid worden geacht rechtstreeks verband te houden met de prerogatieven die de betrokkene uitoefent en dat het aan het bestuur toekomt het bewijs te leveren op welke punten de mededelingen niet tot de vakbondsactiviteit behoort; dat in dit geval niet zonder meer gesteld kan worden dat de elf berichten waaraan de verwerende partij aanstoot heeft genomen, geen verband vertonen met de vakbondsactiviteit van verzoeker, aangezien zij allen problemen behandelen die de dienst aanbelangen terwijl de correspondenten van verzoeker ook duidelijk wisten dat verzoeker syndicaal afgevaardigde was en dat hij in die hoedanigheid met hen in contact trad; dat niet ontkend kan worden dat verzoeker in de bekendgemaakte stukken ten overstaan van het hoofd van de instelling soms strikte en harde standpunten heeft ingenomen die niet altijd getuigen van veel terughoudendheid of respect, maar dat de verwerende partij te ver gaat wanneer zij daarin laster of kwetsende uitlatingen onderkent; dat het gegrond bevinden van het enig middel, in de mate dat het in het schorsingsarrest ernstig bevonden is, de oplossing van het geschil mogelijk maakt, IX-3739-4/5 BESLUIT: Artikel
  8. Vernietigd wordt het besluit van 11 februari 2003 van de directie- raad van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Rekem om Jacques DUQUE de tuchtstraf van het ontslag van ambtswege op te leggen. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig oktober 2000 en vier, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-3739-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.581 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.121.112 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.