← België

Arrest 136667 - - 26/10/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.667 Rolnummer: A. 156559/VII-32976 Zaak: Arrest 136667 - - 26/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-10-28 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-04 12:25 Fiche Arrest nr 136.667 van 26 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 136.667 van 26 oktober 2004 in de zaak A. 156.559/VII-32.

  1. In zake : de n.v. STERCOMPOST, die woonplaats kiest bij Advocaat M. D’HOORE, kantoor houdende te BRUGGE, Dirk Martensstraat 23 tegen : de burgemeester van de stad Roeselare, die woonplaats kiest bij Advocaat A. COPPENS, kantoor houdende te ROESELARE, Westlaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. STERCOMPOST op 16 oktober 2004 heeft ingediend om de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te vorderen van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van dhr. Burgemeester van de stad Roeselare gedateerd van 12.10.2004, waarvan kennis werd gegeven aan verzoekster op 13.10.2004, waarin verzoekster het bevel werd opgelegd tot onmiddellijke staking van aanvoer van of acceptatie van groenafval tot op het moment dat de voorwaarden vermeld in huidig afgeleverde en goedgekeurde vergunning terug nageleefd worden”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 18 oktober 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 oktober 2004; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. VANDENBERGHE die, loco Advocaat M. D’HOORE verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat A. COPPENS, die verschijnt voor de verwerende partij; VII-32.976-1/4 Gehoord het eensluidend advies van Auditeur G. DE BLEECKE- RE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : De verzoekende partij beschikt over een milieuvergunning voor het exploiteren van een inrichting gelegen te Roeselare, Graankaai 3, in een gebied voor milieubelastende industrie, omvattende onder meer een composteringscapaciteit van 29.000 ton en een opslagcapaciteit van 15.500 m³. De verzoekende partij had op 31 oktober 2001 een aanvraag tot verandering ingediend die er onder meer toe strekte de composteringscapaciteit van 29.000 ton op te trekken tot 50.000 ton op jaarbasis. Deze aanvraag heeft geleid tot een proefvergunning van 2 mei 2002 tot 2 mei 2003 met een composteringscapaciteit van 42.000 ton en een opslagcapaciteit van 90.000 m³. Deze proefvergunning werd met één jaar verlengd tot 2 mei
  4. Op 1 april 2004 heeft de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen evenwel de gevraagde verandering geweigerd, zodat van dan af de oorspronkelijke vergunningsvoorwaarden golden. Deze weigering werd blijkbaar niet aangevochten. Op 11 juni 2004 richt de Milieu-inspectie een brief aan de burgemeester van de stad Roeselare waarbij met verwijzing naar vastgestelde overtredingen van de milieuwetgeving voorgesteld wordt dat de burgemeester dwangmaatregelen neemt. Ingevolge dit schrijven neemt de burgemeester op 12 oktober 2004 de bestreden beslissing die ertoe strekt de verzoekende partij met onmiddellijke ingang te verbieden nog groenafval te laten aanvoeren en te accepteren “tot op het moment dat de voorwaarden vermeld in de huidig afgeleverde en goedgekeurde vergunning terug nageleefd worden”;
  5. Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten VII-32.976-2/4 beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
  6. Overwegende, wat de voorwaarde inzake het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat de verzoekende partij aanvoert dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel van financiële en bedrijfseconomische aard berokkent, aangezien de bestreden beslissing de stopzetting beveelt van de aanvoer en acceptatie van groenafval, terwijl dit voor de verzoekende partij juist de voornaamste bron van inkomsten is, dat immers, indien dit bevel wordt gehandhaafd, dit binnen een paar weken het faillissement van het bedrijf betekent, aangezien het slechts over zeer beperkte financiële reserves beschikt; dat de verzoekende partij daartoe verwijst naar het stuk 18 dat zij neerlegt, waaruit blijkt dat er voor de betalingen voorzien voor de maand december 2004 een tekort van 31.922 euro zal zijn; dat zij daaraan nog toevoegt dat het faillissement ook niet in het belang van de buurtbewoners en de stad Roeselare is, vermits de compostho- pen dan zullen blijven liggen en hinder zullen veroorzaken; 2.2.
  7. Overwegende, vooreerst, dat het nadeel dat de bestreden beslissing zou berokkenen aan buurtbewoners en aan de stad Roeselare geen persoonlijk nadeel in hoofde van de verzoekende partij uitmaakt; 2.2.
  8. Overwegende dat ingevolge de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 1 april 2004 de composterings- en opslagcapaciteit van de verzoekende partij drastisch wordt verminderd in die zin dat na weigering van de definitieve vergunning tot verandering van de composteringsinstallatie zoals op proef verleend, deze wordt teruggebracht tot de capaciteit verleend door de bestendige deputatie op 4 februari 1999, namelijk 29.000 ton composteringscapaciteit en 15.500 m³ opslagcapaciteit; dat de verzoeken- de partij de beslissing van de bestendige deputatie van 1 april 2004 niet heeft aangevochten; dat uit de door de verzoekende partij neergelegde stukken (16 en 17) blijkt dat voor de periode 2003 tot september 2004 ruim 77.000 ton groenafval werd aangevoerd en dat ruim 41.000 ton werd afgevoerd, hetgeen een saldo oplevert van ruim 35.000 ton; dat volgens de niet betwiste formule die in de bestreden beslissing wordt gehanteerd, met name dat 1 m³ overeenstemt met gemiddeld 0,35 ton, dit als resultaat geeft dat eind september 2004 ongeveer 100.000 m³ groenafval is opgeslagen, terwijl slechts een opslag van 15.500 m³ is vergund; dat dienvolgens ook zonder de bestreden beslissing de verzoekende partij geen groenafval meer kan laten VII-32.976-3/4 aanvoeren en accepteren zonder de vergunde opslagcapaciteit te overschrijden; dat dienvolgens de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing het door de verzoekende partij aangevoerde nadeel niet ongedaan kan maken; dat, meer, de verzoekende partij met haar vordering geen wettig belang nastreeft, vermits deze ertoe strekt de aanvoer van groenafval terug mogelijk te maken in strijd met de vergunde opslagcapaciteit; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verwerpen zonder dat de door de verwerende partij opgeworpen exceptie van onontvankelijkheid moet worden onderzocht, BESLUIT: Artikel
  9. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  10. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig oktober tweeduizend en vier, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-32.976-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.667 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.801 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.