id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.784 Rolnummer: A. 121129/XIV-10030 Zaak: Arrest 136784 - - 27/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-22 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 12:37 Fiche Arrest nr 136.784 van 27 oktober 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 136.784 van 27 oktober 2004 in de zaak A. 121.129/XIV-10.030 In zake : XXX, wonende te B., G.weg 249 bus 3 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 9 juli 1974 en van XXX nationaliteit, op 14 maart 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het bevel van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 februari 2002 tot terugbrenging van A., geboren op 2 augustus 1987, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op dezelfde dag; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 31 mei 2002 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelin- gen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST , op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 26 augustus 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 6 oktober 2004 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; XIV-10.030-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. MEULEMANS, die loco Advocaat K. VERSTREPEN verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat E. MATTERNE, die loco Advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST ; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verblijfssituatie van verzoeker werd op 18 juli 2001 geregulariseerd in het kader van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van sommige categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk. 1.
- De minderjarige broer van verzoeker, A., is het Rijk binnengekomen in de herfst van het jaar 2001, in het bezit van een toeristenvisum geldig gedurende dertig dagen. 1.
- Op 12 februari 2002 wordt aan verzoeker een bevel ter kennis gebracht van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken tot terugbrenging van zijn broer A., geboren op 2 augustus
- Dit is het thans bestreden bevel dat als volgt luidt: “(...) betrokkene niet-begeleide minderjarige is niet in het bezit van geldige verblijfsdocumenten. Het bezoekvisum van betrokkene is vervallen. (...).”.
- Overwegende dat verzoeker in een enig middel de schending aanvoert van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen; dat het bevel geen rekening houdt met het feit dat verzoeker sedert jaren de zorg voor zijn minderjarige broer op zich neemt; dat hun ouders in XXX daartoe niet in staat zijn omdat ze geen inkomsten hebben; dat de vader zwaar gehandicapt en de moeder volledig dement is; dat verzoeker zijn minderjarige broer nergens naartoe kan brengen; dat broer A. veertien jaar is en nog niet in staat om voor zichzelf te zorgen; dat hij op dit ogenblik practisch zeventien jaar is; Overwegende dat de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen tot doel heeft betrokkene een zodanig inzicht in de motieven van de beslissing te verschaffen, dat hij in staat is te weten of het zin heeft zich tegen die beslissing te verweren met de middelen die het recht hem verschaft; dat uit de verzoek- schriften blijkt dat verzoeker de motieven van het bestreden bevel kent, zodat het doel van de XIV-10.030-2/4 uitdrukkelijke motiveringsplicht in casu is bereikt; dat verzoeker bijgevolg de schending van de materiële motiveringsplicht aanvoert, zodat het middel vanuit dit oogpunt wordt onderzocht; Overwegende dat verzoeker geen stuk voorlegt om zijn beweringen over de toestand van zijn ouders in XXX te staven; dat verzoeker het motief van het bestreden bevel, met name dat het visum van zijn minderjarige broer is verstreken en hij dus niet in het bezit is van de nodige verblijfsdocumenten, niet weerlegt; dat het bevel derhalve steunt op terzake dienende, pertinente en afdoende motieven; dat het enig middel ongegrond is;
- Overwegende dat de verzoekende partij geen middel heeft aangevoerd dat tot de nietigverklaring van het bestreden bevel kan leiden; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XIV-10.030-3/4 Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig oktober tweeduizend en vier, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-10.030-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.784 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div