← België

Arrest 136860 - - 28/10/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.860 Rolnummer: A. 150923/XII-4128 Zaak: Arrest 136860 - - 28/10/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-05 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-04 12:55 Fiche Arrest nr 136.860 van 28 oktober 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 136.860 van 28 oktober 2004 in de zaak A. 150.923/XII-

  1. In zake : de BVBA ATLANTIC GAMES, die woonplaats kiest bij advocaat P. Saeys, kantoor houdende te Aalst, Zwarte Zustersstraat 13 tegen : de GEMEENTE ERPE-MERE, die woonplaats kiest bij advocaat Ph. Ghysbrecht, kantoor houdende te Aalst, Léo de Bethunelaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Atlantic Games op 3 maart 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 30 december 2003 van de gemeenteraad van Erpe-Mere om geen convenant met haar te sluiten met betrekking tot de uitbating van een kansspelinrichting klasse II op het adres Leedsesteenweg 5 te Erpe-Mere; Gelet op het arrest nr. 133.280 van 29 juni 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoekster op 19 juli 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XII-4128-1/3 Gelet op de kennisgeving aan verzoekster, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekster niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van verzoekster een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 133.280 van 29 juni 2004 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; Overwegende dat verzoekster geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. XII-4128-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig oktober 2004, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4128-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.860 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.133.280 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.