id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.046 Rolnummer: A. 152257/IX-4545 Zaak: Arrest 137046 - - 08/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-22 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-07-04 14:37 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(
- en)DE Fiche Arrest nr 137.046 van 8 november 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.046 van 8 november 2004 in de zaak A. 152.257/IX-4545. In zake : het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van OVERIJSE, dat woonplaats kiest bij advocaat P. VANDEROSIEREN, kantoor houdende te OVERIJSE, Brusselsesteenweg 100 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Maatschappelijke Integratie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn -hierna : OCMW- van Overijse op 29 mei 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de gemachtigde ambtenaar van de minister van Maatschappelijke Integratie, meegedeeld met een brief van 30 maart 2004, naar luid waarvan “het OCMW van Overijse op grond van artikel 1, 1/, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, ten voorlopigen titel [wordt] aangewezen om een beslissing te nemen over de steunaanvraag van mevrouw Margaretha Verheyden, onverminderd eventuele latere administratieve of rechterlijke beslissingen met betrekking tot de territoriale bevoegdheid van de betrokken OCMW’s”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur B. THYS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; IX-4545-1/3 Gelet op de beschikking van 20 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 oktober 2004; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. VANDEROSIEREN, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van adjunct-adviseur E. TAVERNIER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. THYS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de beslissing waarvan de schorsing wordt gevraagd, genomen is op grond van artikel 15, vierde lid, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, ingevoegd bij de programmawet van 24 december 2002, welke bepaling als volgt luidt : “Onverminderd de definitieve tenlasteneming van de kosten van de dienstver- lening, bepaalt de minister tot wiens bevoegdheid de maatschappelijke integratie behoort, binnen vijf werkdagen, het centrum dat voorlopig moet tussenkomen wanneer twee of meerdere O.C.M.W.'s achten niet territoriaal bevoegd te zijn om een vraag te onderzoeken.”; Overwegende dat de definitieve tenlasteneming als volgt is geregeld in voornoemd artikel 15, tweede en derde lid : de andere geschillen dan die betreffende de verblijfplaats tussen OCMW’s van een zelfde provincie, worden beslist door de bestendige deputatie, met mogelijkheid van hoger beroep bij de Raad van State; wanneer het geschil gerezen is tussen OCMW’s van verscheidene provincies of waarin de Staat partij is, wordt het beslecht door de Raad van State na advies van de bestendige deputatie; dat volgens artikel 16, 3/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State deze uitspraak doet over “de beroepen als bedoeld in de artikelen 15 en 19 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn”; Overwegende dat het bestreden besluit dienvolgens moet worden opgevat als een voorbereidende handeling in het kader van de procedure tot IX-4545-2/3 beslechting van de tenlasteneming van de kosten van de dienstverlening, waarover de Raad van State uitspraak doet op grond van artikel 16, 3/, van zijn gecoördineerde wetten; dat artikel 17, § 1, van diezelfde wetten niet voorziet in de mogelijkheid van schorsing van beslissingen ter zake van geschillen waarover hij uitspraak doet op grond van artikel 16; dat derhalve de Raad van State niet bevoegd is om kennis te nemen van de onderhavige vordering, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht november 2000 en vier, door : de H. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, Mevr. S. VAN AELST, griffier. De griffier, De voorzitter, S. VAN AELST. J. DE BRABANDERE. IX-4545-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.046 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.460 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.