← België

Arrest 137067 - - 09/11/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.067 Rolnummer: A. 142934/XIV-17184 Zaak: Arrest 137067 - - 09/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-09 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-04 13:28 Fiche Arrest nr 137.067 van 9 november 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.067 van 9 november 2004 in de zaak A. 142.934/XIV-17.

  1. In zake : XXX, wonende teR., tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 11 september 1970 en van Iraanse nationaliteit, op 19 september 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 13 augustus 2003 tot bevestiging van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 2 oktober 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op 19 augustus 2003; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 30 oktober 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelin- gen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; XIV-17.184-1/3 Gelet op de beschikking van 8 juli 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 8 september 2004 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS; Gelet op de persoonlijke verschijning van de verzoekende partij; Gehoord de opmerkingen van Advocaat L. VANLEEUW, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van Adjunct-adviseur F. VEREEKEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  3. De verzoekende partij komt België binnen op 7 september 2000 en verklaart zich vluchteling op 8 september
  4. 1.
  5. Op 2 oktober 2000 neemt de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
  6. Op 13 augustus 2003 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing. 1.
  7. Op 26 november 2003 dient verzoeker een tweede asielaanvraag in.
  8. Overwegende dat uit de debatten blijkt dat verzoeker een tweede asielaanvraag indient op 26 november 2003; dat dit wordt bevestigd door de brief van 13 april 2004 uitgaande van het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; dat de inhoud van dit schrijven aan het tegensprekelijk debat wordt onderworpen ter openbare zitting van woensdag 8 september 2004; dat de Advocaat van verzoeker geen opmerkingen formuleert; XIV-17.184-2/3 Overwegende dat voornoemde brief van 13 april 2004 als volgt luidt: “(...) Op basis van de elementen uit uw dossier, meen ik dat een verder onderzoek van uw asielaanvraag noodzakelijk is. Bijgevolg wordt u voorlopig toegelaten tot verblijf in de hoedanigheid van kandidaat-vluchteling.”; Overwegende dat verzoeker niet langer getuigt van het rechtens vereiste actueel belang in verband met de huidige procedures, zodat de ingestelde vorderingen niet ontvankelijk zijn; dat deze exceptie van niet-ontvankelijkheid ambtshalve door de Raad van State wordt opgeworpen, BESLUIT: Artikel
  9. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen november tweeduizend en vier, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. R. VAN DEN EECKHOUT, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, R. VAN DEN EECKHOUT. D. MOONS. XIV-17.184-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.067 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.