← België

Arrest 137088 - - 09/11/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.088 Rolnummer: A. 76976/VII-16261 Zaak: Arrest 137088 - - 09/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-23 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 13:34 Fiche Arrest nr 137.088 van 9 november 2004 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.088 van 9 november 2004 in de zaak A. 76.976/VII-16.

  1. In zake : de n.v. DE VOS-KETS Betoncentrale, die woonplaats kiest bij Advocaat G. VAN GRIEKEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Vossendreef 4, bus 29 tegen :
  2. de gemeente RANST,
  3. de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. tussenkomende partij : Luc LECLERCQ, wonende te EMBLEM, Kesselsesteenweg
  4. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. DE VOS-KETS Betoncentrale op 30 december 1997 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "% het besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Antwerpen van 16 oktober 1997, houdende uitspraak in beroep met betrekking tot het beroepsschrift, ingediend tegen het besluit van 27 mei 1997 van het college van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Ranst, waarbij de vergunning werd geweigerd tot het exploiteren te Ranst van een betoncentrale; % het besluit van 27 mei 1997 van het college van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Ranst, waarbij de vergunning werd geweigerd tot het exploiteren te Ranst van een betoncentrale"; Gelet op het arrest nr. 73.536 van 7 mei 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 4 juni 1998 ingediend door de verzoekende partij; VII-16.261-1/3 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 27 oktober 1999 van Luc DECLERCQ; Gelet op de beschikking van 3 november 1999 die de tussenkomst van Luc DECLERCQ toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 16 maart 2004, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 18 maart 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; VII-16.261-2/3 Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzet- ting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in het administratief kort geding, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. De kosten van de tussenkomst in het annulatieberoep, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen november tweeduizend en vier, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.261-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.088 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.73.536 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.