id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.090 Rolnummer: A. 78097/VII-16569 Zaak: Arrest 137090 - - 09/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-23 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 13:34 Fiche Arrest nr 137.090 van 9 november 2004 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.090 van 9 november 2004 in de zaak A. 78.097/VII-16.
- In zake : Christiane MOENS, die woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 33 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. tussenkomende partij : de v.z.w. LEEFKWALITEIT, die woonplaats kiest bij Advocaat C. SERVAIS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Frankrijklei
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Christiane MOENS op 1 april 1998 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "het besluit van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Antwerpen van 15 januari 1998 waarbij het beroep ingediend door de V.Z.W. LEEFKWALITEIT tegen het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van Wommelgem van 29 juli 1997, houdende vergunning aan mevrouw Christiane MOENS tot het exploiteren van een badinrichting met whirlpool en sauna te 2160 Wommelgem, Herentalsebaan 365, gegrond wordt verklaard"; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 16 juni 1998 van de v.z.w. LEEFKWALITEIT; Gelet op de beschikking van 22 juni 1998 die de tussenkomst van de v.z.w. LEEFKWALITEIT toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; VII-16.569-1/3 Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 1 juni 2004, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 10 juni 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen aan de Raad van State heeft meegedeeld geen voortzetting te vragen om de volgende redenen : "Inderdaad is het zo dat ingevolge de wijziging van de rubrieken in de bijlage van Vlarem I, een aantal inrichtingen thans als een klasse 3-inrichting worden beschouwd en niet meer als een klasse 2-inrichting. Mijn cliënte deed melding van de inrichting als klasse
- Er werd akte van genomen, zodat het thans een vergunde inrichting is. Om die reden heeft mijn cliënte geen actueel belang meer in onderhavige procedure en vragen wij geen voortzetting. Zij had dit belang echter wel bij aanvang van de procedure, zodat het gepast voorkomt dat de kosten van onderhavige procedure ten laste worden gelegd bij verwerende partij"; VII-16.569-2/3 Overwegende dat krachtens voornoemd artikel 21, zesde lid, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat evenwel, gelet op wat voorafgaat en mede gelet op het feit dat de vordering bij het indienen ervan niet kennelijk onontvankelijk of ongegrond was, kan worden ingegaan op verzoeksters vraag om de kosten ten laste te leggen van het Vlaamse Gewest, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen november tweeduizend en vier, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.569-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.090 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.