id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.114 Rolnummer: A. 152598/X-11928 Zaak: Arrest 137114 - - 09/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-19 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 13:37 Fiche Arrest nr 137.114 van 9 november 2004 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.114 van 9 november 2004 in de zaak A. 152.598/X-11.
- In zake : Ismail SARIAYDIN, wonende te 3630 MAASMECHELEN, Geeststraat 11 tegen : de gemeente MAASMECHELEN, die woonplaats kiest bij Advocaat G. CRAYBEX, kantoor houdende te 3630 MAASMECHELEN, Europaplein 13 Tussenkomende partij : Leyla DOGRUEL, wonende te 3630 MAASMECHELEN, Geeststraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ismail SARIAYDIN op 29 juni 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 13 februari 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Maasmechelen waarbij aan Leyla DOGRUEL de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het verbouwen van een woning op een perceel gelegen te Maasmechelen, Geeststraat 13, kadastraal bekend Sectie B, nr. 1155X; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 7 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; X-11.928-1/4 Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij, die verschijnt in persoon, en van Advocaat B. BEKKERS die, loco Advocaat G. CRAYBEX verschijnt voor de verwerende partij, en die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Leyla DOGRUEL met een verzoekschrift van 29 juni 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de tussenkomende partij een "memorie" na de nota van de verwerende partij heeft ingediend; dat dit stuk niet is voorzien in het toepasselijke procedurereglement en om die reden uit de debatten wordt geweerd; Overwegende dat de verwerende en de tussenkomende partijen de ontvankelijkheid van het beroep betwisten; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en uitspraak over deze excepties alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat wat de eerste voorwaarde betreft, de verzoekende partij in een enig middel uiteenzet wat volgt : "Schending van de artikelen 2 en 3 van de formele motiveringswet van 29 juli
- In hoofde van de verzoekende partij werden de bezwaren verworpen zonder een correcte motivering ervan aan hem kenbaar te maken en op te nemen in het X-11.928-2/4 vergunningsbesluit. Deze wijze van behandeling van de bouwaanvraag is strijdig met de motiveringsverplichting. Ook werd de wetgeving betreffende burenhinder met voeten getreden. Er werden namelijk werken vergund met als direct gevolg dat aanpalende eigenaars onherstelbaar nadeel ondervinden"; Overwegende dat artikel 11, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen, bepaalt dat de vergun- ningverlenende overheid zich uitspreekt over de ingediende bezwaren en opmerkingen; dat deze beslissing een voorbereidende handeling lijkt; dat de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen niet lijkt te vereisen dat in de akte waarin over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning wordt beslist, de motieven van de voorbereidende handelingen worden opgenomen en kenbaar gemaakt; dat het middel in zoverre het de schending aanvoert van de artikelen 2 en 3 van de voornoemde wet van 29 juli 1991 niet ernstig is; Overwegende dat wat de aangevoerde schending betreft van de "wetgeving betreffende burenhinder", op het eerste gezicht en onafgezien van de vraag of de uiteenzetting ter zake in het verzoekschrift wel kan worden aangemerkt als een (onderdeel van een) middel, de schending van de regelgeving inzake burenhinder niet tot de kennisneming van de Raad van State behoort; dat het middel in zoverre niet ontvankelijk lijkt; dat het enig middel niet ernstig is; Overwegende dat niet is voldaan aan de eerste door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Leyla DOGRUEL in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. X-11.928-3/4 Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen november 2004, door : de HH. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. G. DEBERSAQUES. X-11.928-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.114 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.389 ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.141.853 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.