id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.123 Rolnummer: A. 152614/X-11924 Zaak: Arrest 137123 - - 09/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-30 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 13:39 Fiche Arrest nr 137.123 van 9 november 2004 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.123 van 9 november 2004 in de zaak A. 152.614/X-11.
- In zake : de stad TIELT, die woonplaats kiest bij Advocaat P. BEKAERT, kantoor houdende te 8700 TIELT, Hoogstraat 34 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat Y. FRANÇOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
- Tussenkomende partij : n.v. ELECTRAWINDS, gevestigd te 8210 ZEDELGEM, Notenbosdreef
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de stad TIELT op 10 juni 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 15 april 2004 van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaren waarbij aan de n.v. ELECTRAWINDS en de n.v. ASPIRAVI de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het oprichten van twee windturbines op een perceel gelegen aan de Szamotulystraat te TIELT, kadastraal bekend Sectie E, nrs. 601c (deel), 609 en 571 a (deel); Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 2 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 september 2004; X-11.924-1/5 Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P. BEKAERT, die verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat Y. FRANÇOIS, die verschijnt voor de verwerende partij, en van bestuurder P. DESENDER, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de n.v. ELECTRAWINDS met een verzoek- schrift van 8 juli 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de verwerende partij de ontvankelijkheid van het beroep betwist; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen; dat een onderzoek van en uitspraak over deze exceptie alleen nodig is indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de X-11.924-2/5 aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat, wat de tweede door voornoemd artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, de verzoekende partij in de vordering tot schorsing doet gelden wat volgt : "De aanvragers zullen onmiddellijk van de stedenbouwkundige vergunning gebruik maken. Ze zullen dadelijk tot uitvoering van de werken en exploitatie overgaan. Zij zijn niet van plan de uitspraak van de Raad van State ten gronde af te wachten. De vernietiging van het bestreden besluit zonder voorafgaande schorsing kan niet volstaan om aan verzoekster genoegzaam herstel van het door het bestreden besluit teweeg gebrachte nadeel te waarborgen. Eenmaal gebouwd, en in werking gesteld zal de stillegging en afbraak onzeker zijn. Het gevaar en de hinder voor de omwonenden, bewoners van de stad, blijft bestaan zolang er geen vernietiging is. De schade veroorzaakt door hinder en gevaar die tot aan de vernietigingsbeslis- sing zullen bestaan is onherstelbaar en onomkeerbaar. Verzoeker de Stad moet zorg dragen voor de veiligheid van de omwonenden. De 156 bezwaren spreken voor zich. De exploitatie van het bedrijf is in casu zeer nadelig en staat haaks op de vereisten van (de) ruimtelijke ordening en veiligheid."; Overwegende dat de verzoekende partij zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar concrete en precieze gegevens dient aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat zij ondergaat of dreigt te ondergaan, hetgeen inhoudt dat zij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel blijkt; Overwegende dat bij het thans bestreden besluit de oprichting wordt vergund van twee windturbines met een maximale hoogte van 140 m, alsook bij elke turbine van een middenspanningscabine in een prefabbetonconstructie; dat X-11.924-3/5 deze turbines worden opgericht op percelen die overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 17 december 1979 vastgesteld gewestplan Roeselare-Tielt zijn gelegen in een regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter; dat wat het nadeel en de ernst ervan betreft, de verzoekende partij wel in algemene bewoordingen betoogt dat het nadeel "onherstelbaar en onomkeerbaar" is, doch dat ze evenwel in gebreke blijft enige concrete verduidelijking te geven omtrent het ingeroepen "gevaar en de hinder voor de omwonenden"; dat zij evenmin aan de hand van concrete gegevens uiteenzet op welke wijze haar "zorg (...) voor de veiligheid van de omwonenden" wordt miskend door de tenuitvoerlegging van de thans bestreden vergunning derwijze dat zulks in haar hoofde een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uitmaakt, noch waarom "de 156 bezwaren (...) voor zich (spreken)", noch waarom de omstandigheid dat de exploitatie in casu zeer nadelig is en haaks staat op de vereisten van "(de) ruimtelijke ordening en veiligheid", daargelaten de vraag overigens of dit laatste wel volgt uit de tenuitvoerlegging van het thans bestreden besluit; dat de uiteenzetting van de verzoekende partij geen concrete en precieze gegevens bevat waaruit blijkt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. ELECTRAWINDS in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-11.924-4/5 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen november 2004, door : de H. G. DEBERSAQUES, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. G. DEBERSAQUES. X-11.924-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.123 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.071 ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.912 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.