id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.133 Rolnummer: A. 154098/XII-4202 Zaak: Arrest 137133 - - 09/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-22 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 13:43 Fiche Arrest nr 137.133 van 9 november 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.133 van 9 november 2004 in de zaak A. 154.098/XII-
- In zake : de GEMEENTE MEISE, die woonplaats kiest bij advocaat A. Van Den Bergh, kantoor houdende te Meise (Wolvertem), Berkenlaan 12 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Canadesen Hof, Bevrijdingslaan 4, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente Meise op 23 juli 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 26 mei 2004 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken tot definitieve vaststelling van haar begroting voor het jaar 2004; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 28 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 oktober 2004; XII-4202-1/6 Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Van Den Bergh, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat B. Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat op 8 mei 2003 het politiecollege van de politiezone Kapelle-op-den-Bos-Londerzeel-Meise aan het studiebureau Technum uit Hasselt de opdracht toewijst tot het maken van een studie over de beste locatie voor het nieuwe centrale politiehuis; dat de politieraad op 1 juli 2003 de locatie in de Reigerstraat 3 te Londerzeel als de beste aanduidt; dat verzoekster tegen de beslissing van 8 mei 2003 van het politiecollege bezwaar indient, met brieven van 10 juli 2003 en 23 september 2003, bij de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant en, met brieven van 17 december 2003 en 23 maart 2004, bij de minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken; Overwegende dat de politieraad van de politiezone Kapelle-op-den- Bos-Londerzeel-Meise op 13 november 2003 de politiebegroting voor 2004 vaststelt; dat daarin onder meer een post 330/712/51 is ingeschreven, met betrekking tot de aankoop van het gebouw op de site Reigerstraat en het ereloon van de ontwerper, eerste schijf, ten bedrage van 708.000, respectievelijk 50.000 euro, evenals een post 330/211/01, met betrekking tot intresten en lasten van de politiezone ten bedrage van 6.000 euro, en een dotatie van de gemeente Meise van 1.405.473 euro; dat de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant de begroting op 9 december 2003 goedkeurt; dat het college van burgemeester en schepenen op 15 december 2003 beslist tegen de artikelen 330/712/51 en 330/211/01 van de politiebegroting bezwaar in te XII-4202-2/6 dienen bij de gouverneur; dat de redenen hiervoor zijn dat het studiebureau Technum onwettig werd aangesteld en de gemeentefinanciën het project niet toelaten; Overwegende dat bij besluit van 17 december 2003 de gemeenteraad van Meise de gemeentebegroting voor 2004 vaststelt; dat hij in artikel 330 01/435-01 de politiedotatie voor 2004 bepaalt op 1.405.473 - 2.486 = 1.402.987 euro; dat, na schorsing van de tenuitvoerlegging van het artikel door de gouverneur bij beslissing van 2 maart 2004, de gemeenteraad op 25 maart 2004 beslist het begrotingsartikel niet aan te passen op grond van, onder andere, de overweging “dat de gemeentelijke dotatie slechts voor i 1.402.987,00 werd ingeschreven in de begroting 2004 omdat de gemeenteraad zich niet akkoord kon verklaren met de uitgaven voor de aankoop van het gebouw site Reigerstraat voor i 708.000,00 alsook voor de erelonen van de ontwerper 1e schijf voor i 50.000,00 en zodoende ook niet met de interesten voor het nieuw politiehuis die voor i 6.000,00 in de begroting van de politiezone werd ingeschreven en waarvan het aandeel voor Meise 41,43 % bedraagt zodat i 2.486,00 in mindering van de politiedotatie voor 2004 werd gebracht”; Overwegende dat finaal de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken op 26 mei 2004 artikel 330 01/435-01 van de begroting van verzoekster verhoogt tot 1.405.473 euro en de begroting definitief vaststelt met een geraamd algemeen begrotingsresultaat van 37.789,95 - 2.486 = 35.303,95 euro in de gewone dienst en 990.906,02 euro in de buitengewone dienst; dat hij motiveert dat de politiebegroting 2004 van de politiezone Kapelle-op-den-Bos-Londerzeel-Meise uitvoerbaar is geworden, zodat de gemeenteraad de in de politiebegroting opgenomen dotatie had moeten inschrijven, en dat de gemeente, door dat niet te doen, heeft nagelaten een gedeelte van de verplichte uitgaven, die krachtens de wet ten laste komen van de gemeente, in de begroting in te schrijven; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die XII-4202-3/6 de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, met betrekking tot de tweede voorwaarde, dat verzoekster uiteenzet dat de gemeentefinanciën niet de aankoop van een onroerend goed en de oprichting van een politiehuis toelaten, dat mag verwacht worden dat de totale kosten om en bij de 7 miljoen euro kunnen belopen, waarvan 41,43 % ten laste van de gemeente Meise, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing tot gevolg zal hebben dat de geplande oprichting van een rusthuis met een dienstencentrum en de oprichting van een administratief centrum niet uitgevoerd zullen kunnen worden, dat die projecten dringend noodzakelijk zijn omdat de bestaande gebouwen niet langer voldoen: “de gebouwen zijn oud, de brandbeveiliging is gebrekkig, overbevolking, grote onderhoudskosten, decentralisatie van verschillende diensten met een gebrekkige dienstverlening tot gevolg”, dat de gemeente, “met inbegrip van de volledige bevolking”, een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal ondervinden; Overwegende dat de verwerende partij in de nota onder meer repliceert dat het aangevoerde nadeel niet voortvloeit uit de bestreden beslissing, die slechts betrekking heeft op een zeer beperkt bedrag op de begroting van de gemeente, en dat de aangevoerde nadelen -“ttz de aankoop van een gebouw voor i 708.000,00 en de erelonen voor de ontwerper en de beweerde moeilijkheden voor de gemeente Meise om ten gevolge van deze kosten hun eigen projecten uit te voeren die prioritair zouden zijn”- betrekking hebben op andere beslissingen; Overwegende dat de bestreden beslissing er toe beperkt is het in de gemeentebegroting ingeschreven bedrag van de dotatie aan de politiezone te verhogen met welgeteld 2.486 euro, waarna overigens de begroting, zoals de provinciegouverneur in zijn schorsingsbesluit van 2 maart 2004 opmerkte, “toch nog positief afsluit”; dat het de verzoekster, met het oog op de schorsing van die beslissing, toekwam aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens aannemelijk te maken XII-4202-4/6 dat zij riskeert een ernstig en moeilijk herstelbaar nadeel te lijden ten gevolge van specifiek een meeruitgave in 2004 van 2.486 euro aan de politiezone; dat zij dat niet doet; dat zij een nadeel aanvoert dat wezenlijk verband houdt met de beslissing om een nieuw politiehuis op te richten en daartoe een gebouw te Londerzeel aan te kopen; dat die beslissing niet tot het voorwerp van de besproken vordering behoort; dat het, voorts, ongeloofwaardig is dat de luttele verhoging van de gewone dotatie voor 2004 aan de politiezone, waarover de vordering wél gaat, van aard kan zijn de oprichting van een rusthuis en een administratief centrum, twee projecten van elk meer dan 7.500.000 euro, te verhinderen en onmogelijk te maken; dat het alleszins door niets wordt gestaafd; dat, ten slotte, zelfs de zogenaamde dringende nood aan het rusthuis en het administratief centrum in de huidige stand van de procedure niet genoegzaam is aangetoond; dat meer dan een paar niet nader gedetailleerde en bewezen algemeen- heden, verzoekster ter zake niet aanbrengt; Overwegende dat niet aan de tweede grondvoorwaarde voor een schorsing is voldaan; dat deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-4202-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen november 2004, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4202-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.133 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.183.599 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.