id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.166 Rolnummer: A. 50673/X-9159 Zaak: Arrest 137166 - - 09/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-09 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 13:49 Fiche Arrest nr 137.166 van 9 november 2004 - Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.166 van 9 november 2004 in de zaak A.50.673/X-
- In zake :
- Bart VERHAEGHE,
- Kaat CARRON, die woonplaats kiezen bij Advocaten E. VAN DER MUSSELE en Y. VANDEN BOSCH, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Justitiestraat 18A tegen :
- de gemeente ESSEN, die woonplaats kiest bij Advocaat J. DIERCKXSENS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Plantin en Moretuslei 12,
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- tussenkomende partij : Marleen STEVENS, die woonplaats kiest bij Advocaat A. PEETERS, kantoor houdende te 2920 KALMTHOUT, Vogelenzangstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, X e K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Bart VERHAEGHE en Kaat CARRON op 15 maart 1993 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 december 1992 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Essen waarbij aan Marleen STEVENS de bouwvergunning wordt verleend strekkende tot het oprichten van een konijnenfokkerij op een perceel gelegen te Essen, Bontstraat, kadastraal bekend Sectie D, nrs. 557 d-k, evenals van het eraan voorafgaand gunstig advies van 17 december 1992 van de gemachtigde ambtenaar; X-9159-1/4 Gelet op het arrest nr. 42.393 van 24 maart 1993 waarbij het verzoek tot tussenkomst van Marleen STEVENS in het administratief kort geding wordt ingewilligd en de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het arrest nr. 132.593 van 18 juni 2004 waarbij de debatten worden heropend en de zaak wordt vastgesteld op de openbare terechtzitting van 1 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat E. VAN DER MUSSELE, die verschijnt voor verzoekers, van Advocaat D. VERBEKE die, loco Advocaat Y. DIERCKXENS verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat Y. LOIX die, loco Advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van Auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat artikel 70, § 1, 2/, en § 3 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, zoals van toepassing op het ogenblik van het instellen van het beroep, luidde als volgt : "§
- Geven aanleiding tot de betaling van een recht van 4.000 frank : (...) 2/ de verzoekschriften die een beroep tot nietigverklaring inleiden tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden of tegen de administratieve beslissingen in betwiste zaken; (...) §
- Collectieve verzoekschriften geven aanleiding tot het betalen van zoveel malen het recht als er verzoekers zijn."; dat artikel 71, eerste lid, van hetzelfde besluit bepaalde : "De rechten bedoeld bij voorgaand artikel worden betaald door middel van plakzegels van het type zoals voorzien bij de heffing der zegelrechten. Deze plakzegels dienen in hun geheel op het origineel van het verzoekschrift aangebracht en onbruikbaar gemaakt zoals voorgeschreven bij artikel 13 van het X-9159-2/4 besluit van de Regent van 18 September 1947 betreffende de uitvoering van het Wetboek der zegelrechten."; Overwegende dat blijkt dat op het origineel van het verzoekschrift tot nietigverklaring van 15 maart 1993 geen fiscale zegels zijn aangebracht; dat bij arrest nr. 132.593 van 18 juni 2004 de debatten werden heropend teneinde aan de verzoekende partijen de mogelijkheid te geven het bewijs te leveren dat werd voldaan aan het krachtens voormeld artikel 70, § 1, tweede lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 opgelegde recht; Overwegende dat de raadsman van verzoekende partijen met een brief van 9 juli 2004 meedeelt in zijn afrekening en briefwisseling aan cliënten wel degelijk de vermelding te vinden dat zegels zijn aangerekend, dat hij echter niet in het bezit is van een copie van het gezegeld exemplaar van het verzoekschrift, dat hem door de griffie niet de, ingeval geen zegels werden geplakt gezonden brief werd toegestuurd waarin werd medegedeeld dat het verzoekschrift slechts op de rol kan worden gesteld indien men zich in regel stelt door op de griffie zegels te komen plakken en onbruikbaar te maken of door een los blad op te sturen met zegels die onbruikbaar zijn gemaakt om bij het verzoekschrift te voegen, dat verzoeker in deze aangelegenheid moet genieten van het vermoeden dat hij een ernstig bedoeld verzoekschrift toezond en vergetelheid mogelijk de oorzaak was van het niet zegelen ervan en dat een blad met tweemaal fiscale zegels aan het huidige tarief, onbruikbaar gemaakt en gedateerd, worden bijgevoegd; Overwegende dat verzoekende partijen niet het bewijs leveren dat werd voldaan aan het krachtens voormeld artikel 70, § 1, tweede lid, opgelegde zegelrecht; dat de door verzoekende partijen aangevoerde argumenten aan deze vaststelling geen afbreuk doen; dat geen wettelijke of reglementaire bepaling aan de griffie de verplichting oplegt om de verzoekende partijen te wijzen op de onregelmatigheid van een ingediend verzoekschrift; dat moet worden vastgesteld dat het verzoekschrift tot nietigverklaring niet op regelmatige wijze is ingediend, zodat de zaak van de rol dient te worden geschrapt, X-9159-3/4 BESLUIT: Artikel
- De zaak wordt van de rol geschrapt. Artikel
- Het ten onrechte betaalde zegelrecht ten belope van 350 euro dient te worden terugbetaald aan de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Artikel
- De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, dienen te worden terugbetaald aan de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen november 2004, door de Xe Kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9159-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.166 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.132.593 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.