← België

Arrest 137188 - - 10/11/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.188 Rolnummer: A. 117639/VII-25947 Zaak: Arrest 137188 - - 10/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-01 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-04 13:54 Fiche Arrest nr 137.188 van 10 november 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 137.188 van 10 november 2004 in de zaak A. 117.639/VII-25.947 In zake :

  1. XXX,
  2. XXX, die woonplaats kiezen bij advocaat L. LUYTENS, kantoor houdende te 1060 BRUSSEL, Berckmansstraat 89 de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX en XXX, van Joegoslavische nationaliteit, op 1 maart 2002 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 17 januari 2002 tot onontvankelijkverklaring van een aanvraag om machtiging tot voorlopig verblijf, aan de verzoekende partijen betekend op 1 februari 2002; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partijen op dezelfde dag hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 11 maart 2002 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 20 september 2004 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 20 oktober 2004; VII-25.947-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. LUYTENS, die verschijnt voor de verzoekende partijen en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag de toepassing voorstelt van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat uit het dossier en de processtukken blijkt dat de zaak zonder verdere voorafgaande maatregelen, in een verkorte procedure, kan worden behandeld zoals voorzien door dit artikel;
  3. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  4. De verzoekende partijen kwamen België binnen op 6 juni 1999 en verklaarden zich op 7 juni 1999 vluchteling. 1.
  5. Op 2 mei 2000 nam de minister van Binnenlandse Zaken de beslissingen tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
  6. Op 22 november 2000 bevestigde de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissingen. Het beroep tot nietigverklaring tegen deze beslissingen werd door de Raad van State op 13 februari 2002 verworpen bij arrest nr. 103.
  7. 1.
  8. Op 20 juli 2001 dienden de verzoekende partijen een aanvraag in om machtiging tot voorlopig verblijf op basis van artikel 9, 3/ van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. 1.
  9. Op 17 januari 2002 verklaarde de minister van Binnenlandse Zaken deze aanvraag onontvankelijk. De motivering van deze beslissing luidt als volgt: "(...) VII-25.947-2/5 Er werden geen uitzonderlijke omstandigheden aangehaald waarom de betrokkenen de aanvraag om machtiging tot verblijf niet kunnen indienen via de gewone procedure namelijk via de diplomatieke of consulaire post bevoegd voor de verblijfplaats of de plaats van oponthoud in het buitenland. De problemen in hun land hebben reeds het voorwerp uitgemaakt van een diepgaand onderzoek in het kader van de asielaanvraag. Deze aanvraag werd op 22/11/2000 door het Commissariaat afgewezen en de volgende dag ter kennis gebracht. Hoger genoemde problemen kunnen derhalve niet meer worden aanvaard als buitengewone omstandigheden om de aanvraag in toepassing van art. 9 van de wet in België in te dienen. Het feit dat mijnheer een cursus Nederlands en VDAB-opleiding gevolgd heeft, zijn vrouw een cursus volgt voor nieuwkomers, dat hun kinderen schoollopen en goede contacten hebben met kennissen en buren, is op zich niet uitzonderlijk. Tevens blijkt uit het onderzoek van onze controledokter dat het medisch probleem van mevrouw en haar zoontje hen niet verhinderd om terug te keren naar hun land van herkomst. Bijgevolg dienen betrokkene dringend het Belgisch grondgebied te verlaten. Gelieve betrokkenen mee te delen dat de onderhavige beslissing vatbaar is voor een beroep tot nietigverklaring en een verzoek tot schorsing bij de Raad van State, overeenkomstig de artikelen 14 en 17 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12.01.
  10. Dit beroep en dit verzoek dienen ingediend te worden binnen de dertig dagen na kennisgeving van de beslissing. Het verzoek tot schorsing dient ingediend bij afzonderlijke akte en ten laatste met het annulatieverzoek. Het beroep tot annulatie en het verzoek tot schorsing dienen gedateerd, getekend door de verzoeker of een advocaat, bij aangetekend schrijven aan de heer Eerste Voorzitter van de Raad van State, Wetenschapstraat 33, 1040 Brussel, overgemaakt te worden. Het indienen van een beroep tot nietigverklaring, noch van een beroep tot schorsing heeft de schorsing van de onderhavige beslissing tot gevolg. Tevens dient hen een afschrift van deze brief overhandigd te worden nadat zij voor kennisname heeft getekend. Een afschrift dient aan mijn diensten te worden teruggestuurd. Gelieve te gepasten tijde ter plaatse na te gaan of betrokkene nog in uw gemeente verblijft en mij onmiddellijk schriftelijk in kennis te stellen van het resultaat van uw bevindingen. (...).". Dit is de bestreden beslissing.
  11. Overwegende dat in een enig middel de schending wordt ingeroepen van artikel 9, derde lid van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), van de artikelen 1 tot 4 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en van de beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald van het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel, doordat de minister van Binnenlandse Zaken louter heeft verwezen naar de afgewezen asielaanvraag om aan te nemen dat er geen buitengewone omstandigheden waren en zijn appreciatiebevoegdheid heeft miskend door stereotiep en onzorgvuldig te oordelen en doordat artikel 9, derde lid van de Vreemdelingenwet niet vereist dat men verhinderd zou zijn, maar slechts dat er omstandigheden zijn die terugkeren bijzonder moeilijk maken; dat daarnaast nog de schending van artikel 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (E.V.R.M.) wordt aangevoerd omdat het beroep tegen de afgewezen asielaanvraag nog hangende was op het ogenblik dat de minister zijn besluit nam waardoor impliciet een werkdadig beroep wordt ontzegd aan de verzoekende partijen; VII-25.947-3/5 Overwegende dat artikel 13 E.V.R.M. enkel dienstig kan worden ingeroepen in samenhang met de schending van een ander door het E.V.R.M. beschermd recht; dat dit in casu niet het geval is; dat dit onderdeel van het middel niet tot nietigverklaring kan leiden; Overwegende dat de bestreden beslissing de aanvraag afwijst, omdat de feiten die de verzoekende partijen inroepen, geen buitengewone omstandigheden vormen die het indienen van een aanvraag in België kunnen rechtvaardigen; dat ook de integratiepogingen en het medisch probleem van de tweede verzoekende partij en haar zoon in ogenschouw worden genomen; Overwegende dat de buitengewone omstandigheden, die het voor de vreemdeling zouden onmogelijk maken om de verblijfsmachtiging bij de Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger in het buitenland aan te vragen, niet mogen worden verward met de argumenten ten gronde die worden ingeroepen om de verblijfsmachtiging te bekomen; dat de verzoekende partijen niet bewijzen dat in hunnen hoofde dergelijke buitengewone omstandigheden bestaan; dat de overweging van de bestreden beslissing dat de door de verzoekende partijen aangehaalde argumenten reeds bij de behandeling van hun asielaanvraag diepgaand onderzocht werden en niet weerhouden, niet onwettig is; dat de overweging dat de medische toestand, die de tweede verzoekende partij en haar zoon niet verhindert terug te keren naar hun land van herkomst, hen evenmin belet hun aanvraag bij de diplomatieke dienst of consulaire overheid in hun land van herkomst in te dienen niet onredelijk is;
  12. Overwegende dat de verzoekende partijen geen gegrond middel tot nietigverklaring hebben aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, als accessorium van het beroep tot nietigverklaring, samen met dit beroep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  13. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  14. VII-25.947-4/5 De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien november tweeduizend en vier, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. L. SCHWEIGER, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, L. SCHWEIGER. E. BREWAEYS. VII-25.947-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.188 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.