id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.290 Rolnummer: A. 154737/XII-4231 Zaak: Arrest 137290 - - 18/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-24 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 14:06 Fiche Arrest nr 137.290 van 18 november 2004 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Verwerping dwangsom Verwerping voorlopige maatregelen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.290 van 18 november 2004 in de zaak A. 154.737/XII-
- In zake : de NV ASPIRAVI, die woonplaats kiest bij advocaat P. Flamey, kantoor houdende te 1050 Brussel, Aarlenstraat 25 tegen : het GEMEENTELIJK HAVENBEDRIJF ANTWERPEN, dat woonplaats kiest bij advocaten D. D'Hooghe en R. Heijse, kantoor houdende te 1060 Brussel, H. Wafelaertsstraat 47-
- tussenkomende partij : de NV VLEEMO, die woonplaats kiest bij advocaat B. Martens, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Aspiravi op 13 augustus 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : “
- de beslissing van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen van onbekende datum waarbij beslist werd de bedoelde domeinconcessie inzake de terreinen Hooge Maey onderhands toe te wijzen zonder enige vorm van marktbevraging. en, bij samenhang,
- de beslissing van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen van onbekende datum om de bedoelde domeinconcessie inzake de terreinen Hooge Maey onderhands toe te wijzen aan NV Vleemo”; XII-4231-1/5 Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift dat de NV Aspiravi heeft ingediend om de Raad van State te vragen “verbod op te leggen om de beslissing van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen van onbekende datum om de bedoelde domeinconcessie inzake de terreinen Hooge Maey onderhands toe te wijzen aan NV Vleemo te betekenen aan de NV Vleemo en dit onder verbeurte van een dwangsom van 250.000 euro ingeval van niet naleving van het opgelegde verbod”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien het op 3 september 2004 ingediende verzoekschrift waarbij de NV Vleemo vraagt in het administratief geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 7 oktober 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 oktober 2004; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaten P. Flamey en S. Knaepen, die verschijnen voor de verzoekende partij, van advocaat R. Heijse, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat A. Verlinden, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; XII-4231-2/5 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
- Overwegende dat de verwerende partij betoogt dat de verzoekende partij het bestaan van de bestreden beslissingen afleidt uit één zin uit een brief van 17 februari 2004 van de verwerende partij aan de tussenkomende partij, waarin is gesteld dat “voor de windmolens die voorzien zijn op deze terreinen zal een afzonderlijke concessieovereenkomst met Vleemo worden afgesloten zodat [deze] het recht zal hebben om te beschikken over deze percelen”; dat de verwerende partij daarbij aanmerkt dat de bestreden beslissingen evenwel onbestaande zijn aangezien er noch een beslissing is genomen om de bedoelde domein concessie “onderhands” toe te wijzen, noch om die concessie aan de tussenkomende partij toe te wijzen; dat de verzoekende partij ter terechtzitting zich bij deze vaststelling aansluit; dat dienvolgens de vordering tot schorsing zonder voorwerp is en zij om die reden moet worden verworpen; dat de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen onder verbeurte van een dwangsom dat lot deelt;
- Overwegende dat de verwerende partij in haar nota - klaarblijkelijk bij verschrijving noemt zij zichzelf aldaar “tussenkomende” partij,- de Raad van State “verzoekt” om “de verzoekende partij overeenkomstig artikel 37 R.v.St.-wet te veroordelen tot een billijke geldboete”, omdat deze laatste “op een lichtzinnige wijze een verzoekschrift tot schorsing van tenuitvoerlegging met verzoek tot toepassing van artikel 94 van het procedurereglement heeft ingediend”; XII-4231-3/5 Overwegende dat, mocht het al aan de partijen zijn om toepassing te vragen van dergelijke geldboete, de Raad van State in elk geval te dezen geen geldboete wegens kennelijk onrechtmatig beroep oplegt; dat immers niet blijkt om welke reden het voormelde artikel 37 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State ook toepasselijk zou zijn op een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging; dat uit het eerste lid van die bepaling lijkt voort te vloeien dat daartoe in elk geval een auditoraatsverslag is vereist, hetgeen met zich zou meebrengen dat de bedoelde boete niet in een procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid zou kunnen worden opgelegd omdat dergelijke procedure een dergelijk verslag niet kent; dat deze beperkende interpretatie tevens steun vindt in de parlementaire voorbereiding van het meervernoemde artikel 36 (verklaring van de Minister van Binnenlandse Zaken - Parl. St. Kamer 1999-2000, Doc. 50 - 0101/011, 12), BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de NV Vleemo in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing en de vordering tot het bevelen van een voorlopige maatregel onder verbeurte van een dwangsom worden verworpen. XII-4231-4/5 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien november 2004, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4231-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.290 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.038 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.