← België

Arrest 137295 - - 18/11/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.295 Rolnummer: A. 143151/XII-3971 Zaak: Arrest 137295 - - 18/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-29 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-04 14:07 Fiche Arrest nr 137.295 van 18 november 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.295 van 18 november 2004 in de zaak A. 143.151/XII-

  1. In zake : de NV Ch. DE WIT, die woonplaats kiest bij advocaat E. Pringuet, kantoor houdende te Gent, Kroonprinsstraat 1 tegen : het AUTONOOM GEMEENTELIJK HAVENBEDRIJF ANTWERPEN, dat woonplaats kiest bij advocaten D. D'Hooghe en R. Heijse, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, bus
  2. tussenkomende partij : de NV LEYSEN, die woonplaats kiest bij advocaat B. Martens, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Ch. DE Wit op 27 oktober 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de gunningsbeslissing van het Directiecomité van het Autonoom Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen van donderdag 9 oktober 2003 met betrekking tot nr. 030796 Bestek B 9061 -Het per schip verdelen van drinkwater aan de binnenvaart in de haven van Antwerpen-, waarin werd beslist om het verdelen van drinkwater in de Haven van Antwerpen te i gunnen aan de firma Leysen NV voor een bedrag van 369.000 , met als bijlage het gunningsverslag en de vergelijkingstabel, ter kennis gebracht aan verzoekster op 22 oktober 2003 en waarbij de offerte van verzoekster als onregelmatig werd aangemerkt - addendum nr. 1 bij het bestek B 9061 dd. 26 augustus 2003”; Gelet op het arrest nr. 125.126 van 6 november 2003 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de voormelde eerste bestreden beslissing wordt bevolen; XII-3971-1/3 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding van 8 december 2003 ingediend door de verwerende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 8 december 2003; Gelet op de beschikking van 13 januari 2004 die de tussenkomst van de NV Leysen toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de “toelichtende memorie” van de tussenkomende partij; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 13 mei 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 14 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 oktober 2004; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Flamey, die loco advocaat E. Pringuet verschijnt voor verzoekende partij, van advocaat R. Heijse, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat A. Verlinden, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het directiecomité bij beslissing van 17 november 2003 de bestreden gunningsbeslissing heeft ingetrokken en de opdracht heeft toegewezen aan de verzoekende partij; dat alle partijen in hun memories daaruit XII-3971-2/3 afleiden dat het beroep geen voorwerp meer heeft; dat te dezen dit standpunt, in zoverre het uitgaat van de verzoekende partij, als een afstand van geding kan - en teneinde over de vordering in al haar onderdelen uitspraak te kunnen doen - moet worden begrepen; dat het passend voorkomt de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Het ten onrechte door de verzoekende partij gekweten zegelrecht van 175 euro dient haar te worden terugbetaald. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien november 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3971-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.295 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.125.126 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.