← België

Arrest 137412 - - 22/11/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.412 Rolnummer: A. 152014/IX-4538 Zaak: Arrest 137412 - - 22/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-06 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 14:23 Fiche Arrest nr 137.412 van 22 november 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.412 van 22 november 2004 in de zaak A. 152.014/IX-

  1. In zake : Peter DEBEUCKELAERE, die woonplaats kiest bij advocaat A. FLIEGER, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 82 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Peter DEBEUCKELAERE op 24 mei 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het ministerieel besluit nr. 85.806 van 1 april 2004 waarbij hij door een schorsing bij ordemaatregel tijdelijk voor drie maanden uit zijn ambt ontheven wordt; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur S. DE TAEYE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 8 september 2004 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 11 oktober 2004; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-4538-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. MALUMGRÉ, die loco advocaat A. FLIEGER verschijnt voor verzoeker, en van majoor administrateur militair A. DE DECKER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  3. Verzoeker is sedert 21 december 1983 in dienst bij de Landmacht en wordt op 26 september 1989 opgenomen in het kader der beroepsofficieren. Op 26 september 2001 wordt hij benoemd tot de graad van kapitein-commandant. 1.
  4. Sedert 30 maart 2004 wordt in de pers meermaals melding gemaakt van "fraudepraktijken" binnen het leger waarbij meerdere militairen betrokken zouden zijn. 1.
  5. Bij schrijven van 31 maart 2004 deelt de onderzoeksrechter te Brussel, aan het Directoraat Generaal Human Resources, de naam van onder meer verzoeker mede als zijnde "inculpé et libéré après inculpation". 1.
  6. Bij ministerieel besluit nr. 85.806 van 1 april 2004 wordt verzoeker tijdelijk uit zijn ambt ontheven door een schorsing bij ordemaatregel voor een duur van drie maanden. Deze beslissing die in werking getreden is op 5 april 2004, bevat volgende motieven : "(...) Overwegende dat de ernstige ten laste gelegde feiten tegen betrokkene, het gerechtelijk onderzoek en de commentaren in de media (die spreken over fraude), ruimschoots de behoefte verantwoorden om een schorsing bij ordemaatregel op te leggen zonder dat betrokkene vooraf gehoord werd; Overwegende bovendien dat het horen van betrokkene overbodig is in de mate dat dit niets bijbrengt tot het verhelderen van het materiële feit aangetoond door het gerechtelijk onderzoek; Overwegende dat een gerechtelijk onderzoek tegen betrokkene werd ingeleid voor ernstige ten laste gelegde feiten die ruimschoots werden becommentarieerd IX-4538-2/5 in de media, derwijze dat de militairen en de ambtenaren van het Departement en zeker de personen waarmee hij samenwerkt, redelijkerwijze geacht worden kennis te hebben genomen van de ten laste gelegde feiten; Dat de aanwezigheid van betrokkene in de krijgsmacht de tucht in het gedrang brengt in zoverre dat het niet uit te sluiten valt dat de militairen en de ambtenaren waarmee hij geacht wordt samen te werken, dit met terughoudend- heid zullen doen wat begrijpelijk is en in voorkomend geval zelfs kunnen weigeren bevelen van betrokkene uit te voeren zolang de feiten hem worden verweten; Dat deze bedenkingen op zich reeds een schorsing bij ordemaatregel rechtvaardigen; Overwegende dat, zoals hierboven reeds werd vastgesteld, de ten laste gelegde feiten uitgebreid besproken werden in de pers; Dat men redelijkerwijze niet kan uitsluiten dat een aanzienlijk deel van de burgerbevolking niet zal begrijpen waarom betrokkene, ondanks de ten laste gelegde feiten, nog steeds aanwezig is in de schoot van Landsverdediging; Dat de aanwezigheid van betrokkene in de schoot van Landsverdediging daarom afbreuk doet aan de goede naam van Landsverdediging, zolang deze feiten hem ten laste gelegd worden; Dat deze bedenkingen op zich eveneens een schorsing bij ordemaatregel rechtvaardigen; Overwegende dat een strafrechtelijk onderzoek op zich kan volstaan om een voorlopige schorsing in het belang van de dienst te rechtvaardigen; Overwegende dat het gerechtelijk onderzoek lopende is en dat het moeilijk is de duur ervan vooraf te bepalen; Dat het bijgevolg logisch is om de maximale duur van de schorsing bij ordemaatregel op te leggen, zijnde drie maanden; Dat, in geval van noodzaak, de duur van de schorsing bij ordemaatregel door de Koning verlengd zal kunnen worden; (...)";
  7. Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
  8. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeker betoogt dat hij familiale en professionele verplichtingen heeft, dat, aangezien het gerechtelijk onderzoek meer dan een jaar zal duren, de voorlopige schorsing zal verlengd worden en hij al die tijd slechts 75% van zijn wedde zal ontvangen; dat hij ook stelt dat het voor hem ondraaglijk is dat hij zonder enig bewijs als een corrupt officier wordt bestempeld en dat de morele genoegdoening die een vernietigingsarrest hem in een min of meer verre toekomst zal bezorgen het onmiddellijk nadeel dat hij ondergaat niet zal goedmaken; dat hij besluit dat, zo een preventieve schorsing in beginsel geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel met zich brengt, dit in onderhavig IX-4538-3/5 geval wel het geval is aangezien zijn reputatie bezoedeld is doordat hij zonder enig intern onderzoek of verhoor en met miskenning van het vermoeden van onschuld uit zijn ambt verwijderd is terwijl de bestreden beslissing, wegens haar gebrekkige motivering, met een danig gebrek aangetast is dat zij voor onbestaande gehouden moet worden; 3.
  9. Overwegende dat de verwerende partij in haar nota met opmerkingen daar op antwoordt wat volgt: een financieel nadeel is altijd te herstellen en verzoeker voert geen gegeven aan waarom in zijn geval daarop een uitzondering gemaakt zou moeten worden; het aangevoerde moreel nadeel, dat niet onherstelbaar is, kan worden hersteld door een vernietigingsarrest en overigens verwart verzoeker in zijn uiteenzetting de ernstige middelen en het ernstig nadeel; verzoeker heeft onredelijk lang gewacht met het indienen van zijn vordering en ontkracht aldus zelf het ernstig karakter van zijn nadeel; 3.
  10. Overwegende dat de verwerende partij terecht erop wijst dat een financieel nadeel in beginsel hersteld kan worden na een vernietigingsarrest en dat verzoeker geen bijzondere gegevens voorlegt die aannemelijk maken dat in zijn concreet geval die principiële regel niet aangehouden kan worden; dat hij overigens zijn financieel nadeel eerder lijkt te koppelen aan de verlenging van zijn preventieve schorsing, hetgeen een beslissing is die hier niet ter discussie staat; Overwegende dat het bestreden besluit een voorlopige schorsing betreft die op geen enkele wijze uitspraak doet over een schuldig gedrag van verzoeker; dat verzoeker daar dan ook ten onrechte in leest dat hij als een corrupt officier wordt bestempeld en daardoor een moreel nadeel ondergaat; dat ook niet wordt ingezien waarom de afwezigheid van een intern onderzoek of de omstandig- heid dat verzoeker zich voor het treffen van de bestreden ordemaatregel niet heeft kunnen verdedigen zoals hij dat gewenst had, als een bijzondere omstandigheid zou kunnen worden gezien die het bestaan van een moreel nadeel zou bewijzen; dat de verwerende partij terecht erop wijst dat het aanvoeren van ernstige middelen en het bewijs van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel twee onderscheiden voorwaarden zijn waarvan de mogelijke schorsing van de tenuitvoerlegging door de Raad van State afhankelijk is; Overwegende dat verzoeker het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet aantoont; dat overigens, vóór alles, vastgesteld dient te IX-4538-4/5 worden dat een schorsing van de tenuitvoerlegging enkel voor de toekomst geldt; dat, aangezien het bestreden besluit inmiddels volledige uitvoering heeft gekregen, een schorsing aan verzoeker geen voordeel meer kan opleveren, BESLUIT: Artikel
  11. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  12. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig november 2000 en vier, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4538-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.412 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.640 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.