id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.417 Rolnummer: A. 150184/IX-4552 Zaak: Arrest 137417 - - 22/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-03 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-04 14:25 Fiche Arrest nr 137.417 van 22 november 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.417 van 22 november 2004 in de zaak A. 150.184/IX-
- In zake :
- Hubert SINGULE,
- Els KOEKELBERGH, die woonplaats kiezen bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te SINT-PIETERS-LEEUW (RUISBROEK), Kerkstraat 66 tegen :
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën,
- de Regie der Gebouwen, die woonplaats kiest bij advocaat J.F. WYNANT, kantoor houdende te LIEDEKERKE, Muilemstraat
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hubert SINGULE en Els KOEKELBERGH op 29 maart 2004 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van "het besluit van de minister van Financiën van 18 november 2003 tot beëindiging van de domeinconcessie van 16 november 1950", "en bij samenhang : het besluit van de Directeur-generaal der Gebouwen van 10 december 2003 tot beëindiging van de domeinconcessie van 16 november 1950" en "bij samenhang : het besluit van de Directeur-generaal der Gebouwen van 26 januari 2004 tot beëindiging van de domeinconcessie van 9 oktober 1951"; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partijen de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van dezelfde beslissingen; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; IX-4552-1/6 Gezien het verslag over de vordering tot schorsing opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikkingen van 14 september 2004, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 oktober 2004; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. GHYSELS, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat P. SOENS, die loco advocaat J.F. WYNANT verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Op 16 november 1950 verleent de Minister van Openbare Werken onder een aantal voorwaarden een toelating aan Robert PEETERS om op de St.Hubertusvijver te Tervuren kano*s te verhuren. 1.
- Op 9 oktober 1951 wordt hem blijkbaar ook de toelating gegeven om een steiger en een paviljoen op te richten aan de rand van de vijver. Deze werken werden uitgevoerd in
- 1.
- De voornoemde toelating wordt door Robert PEETERS overge- dragen aan Josée SMETS. IX-4552-2/6 Bij brief van 19 november 1969 wordt die overdracht goedgekeurd door het kantoor van Registratie en Domeinen van Overijse. Na het overlijden van Josée SMETS, is de toelating sinds 31 december 1975 overgegaan naar haar echtgenoot Hubert SINGULE. 1.
- In de nacht van 4 op 5 november 2000 is het paviljoen met de cafetaria volledig afgebrand. 1.
- Op 7 juli 2003 geeft het College van Burgemeester en Schepenen van Tervuren een voorwaardelijke vergunning voor het heropbouwen van de drankgelegenheid.
- Op 10 december 2003 betekent de Regie der Gebouwen aan verzoekers opzeg van de “concessie” in de volgende bewoordingen : “Op uw vraag om de in rand vermelde concessie te laten verder lopen na het afbranden van de cafetaria aan de De voor de Regie der Gebouwen bevoegde minister heeft op 18.11.2003 beslist de aan u verleende domeinconcessie te beëindigen en u te verzoeken het terrein in zijn oorspronkelijke toestand te herstellen. Hierbij beteken ik u de opzegging van deze domeinconcessie van 16 november 1950 waarbij u toelating werd verleend om kano*s te verhuren op de Sint-Hubertusvijver te Tervuren met onmiddellijke ingang en zonder enig recht op schadevergoeding in toepassing van punt 3) van het enig artikel van het besluit van het toenmalige ministerie van Openbare Werken waarbij de concessie werd toegestaan. Ik verzoek u dan ook het terrein tegen uiterlijk 28.02.2004 in zijn oorspronkelijke staat te herstellen en dit tegensprekelijk vast te stellen met een afgevaardigde van de Regie der Gebouwen. Daartoe kan u contact nemen met de Directie Vlaams-Brabant, t.a.v. de heer G. RAMELOO, Ingenieur-directeur, F.A.C., Philipssite 3A 5, te 3001 LEUVEN. De minister besliste evenwel dat de Regie der Gebouwen eerlang een oproep dient te publiceren aan het publiek om zich kandidaat te stellen voor het indienen van een bod voor : - de oprichting van een tijdelijke installatie aan deze vijver op kosten van de concessiehouder om er een cafetaria in onder te brengen; - de uitbating van deze cafetaria tegen vergoeding van een jaarlijkse cijns; - de uitbating van de vijver door de verhuur van niet-gemotoriseerde bootjes en/of waterfietsen, eveneens tegen vergoeding van een jaarlijkse cijns. Na vergelijking van de biedingen van de kandidaten zal de concessie vervolgens toegewezen worden aan de meestbiedende voor een eenmalige, niet verlengbare termijn van 20 jaar. Uiteraard staat het u vrij om u op dat ogenblik opnieuw kandidaat te stellen voor deze concessie.” IX-4552-3/6 1.
- Nadien volgt nog briefwisseling tussen de raadsman van verzoekers en de Regie der Gebouwen waarbij de bovenvermelde beslissing nog wordt gepreciseerd. Verzoekers bestempelen deze briefwisseling “bij samenhang” als bestreden beslissingen.
- Over de bevoegdheid van de Raad van State. 2.
- Overwegende dat de eerste verwerende partij in haar nota met opmerkingen aanvoert dat de Raad van State niet bevoegd is; dat zij hierbij stelt dat uit de aard van de tussen partijen bestaande contractuele relatie, alsmede op grond van enkele uitdrukkelijke bepalingen van de concessie zelf, die relatie op elk ogenblik kan worden beëindigd en dat het geschil “onbetwistbaar” een betwisting betreft omtrent de uitvoering van de concessieovereenkomst - en de subjectieve rechten die eruit voortvloeien; dat krachtens de artikelen 144 en 145 van de Grondwet de beslechting van zulkdanige betwisting buiten de bevoegd- heid van de Raad van State valt; 2.
- Overwegende dat de “toelating” van 16 november 1950 als volgt luidt : “Gezien het verzoekschrift dd 8.1l.50, waarmee de heer PEETERS Robert, de toelating aanvraagt om een dienst voor het verhuren van cano*s in te stellen op de St.Hubertus vijver te Tervuren. BESLUIT ENIG ARTIKEL. - De gevraagde toelating wordt toegestaan aan belang- hebbende mits volgende voorwaarden : l) Er mogen geen motorcano*s voortgedreven door benzine of mazout gebruikt. Enkel deze in beweging gebracht met pedalen of elektrische motor zijn toegelaten. 2) Deze toelating wordt slechts tijdelijk toegestaan en zonder erkenning van rechten ten voordele van belanghebbende. 3) Het Bestuur heeft altijd het recht, zonder dat belanghebbende op enige vergoeding aanspraak mag maken, het gebruik van de toelating tijdelijk op te heffen, al. de wijzigingen die het nuttig acht er bij te voegen, zelfs volledige afschaffing er van te bevelen en het terug tot hun oorspronkelijke staat brengen van de plaats te eisen. De werken die hieruit voortvloeien alsmede hun kosten zijn ten laste van belanghebbende, en deze moeten bij de eerste vordering worden uitge- voerd. 4) Zonder de toelating van het Departement van Openbare Werken mag belanghebbende geen enkele wijziging aanbrengen aan bestaande toestand. 5) De rechtverkrijgende is verantwoordelijk zowel ten opzichte van derden, en onder meer ten overstaan van de centrale tot bescherming van de riviervisvangst, als tegenover de Staat, voor het verlies, de schade, de IX-4552-4/6 ongevallen of beschadigingen, alsook voor de gevolgen van alle aard, welke voortspruiten uit het uitbaten en gebruik van bootjes. 6) Indien rechtverkrijgende de opgelegde voorwaarden niet vervult, kunnen tegen hem de nodige maatregelen, zelfs van ambtswege getroffen worden en de kosten die hieruit zouden voortspruiten zullen op de gewone wijze gevorderd worden. 7) Al de besluiten, vervat in deze toelating zijn verplichtend voor de vertegen- woordigers of opvolgers van rechtverkrijgende. 8) Het is de rechtverkrijgende verboden, zijn installaties aan een derde over te dragen. 9) Deze toelating wordt uitsluitend verleend met betrekking tot het Staats- domein en ontslaat de rechtverkrijgende van de plicht niet de andere toelatingen te bekomen die hij kan nodig hebben; ze wordt als nietig en ongeldig beschouwd, indien er binnen één jaar na de dagtekening er van nog geen gebruik gemaakt werd. 10) Indien de voorwaarden van deze toelating naderhand onvoldoende worden geoordeeld, moet de rechtverkrijgende zich aan al de andere voorwaarden die hem opgelegd worden onderwerpen, alsook aan de onderrichtingen welke hem door de agenten van het Bestuur gegeven worden. 11) In geval van onteigening tot algemeen nut, of uitvoering door de Stad, van werken, elke enige wijziging in de verleende machtiging, of zelfs de afschaffing der machtiging ten gevolge hebben, mag de rechtverkrijgende zich op de bijzondere voorwaarden, waaronder hij de verleende machtiging geniet, niet beroepen om enige vergoeding te eisen vanwege de vergunninggever. De rechtverkrijgende moet, zonder enige vergoeding, alle verzwaringen van lasten of bijkomende onkosten van gelijk welke aard dragen welke de wijziging of zelfs de afschaffing van de machtiging met betrekking tot de exploitatie van zijn nijverheid zou kunnen veroorzaken. Afschrift van deze beslissing zal worden gezonden aan de voornoemde Conducteur die er de uitvoering van zal verzekeren en er kennis van zal geven aan de verkrijger.”; 2.
- Overwegende dat niet betwist wordt dat de “Hubertusvijver” en de noodzakelijke aanhorigheden behoren tot het openbaar domein; dat goederen van het openbaar domein het voorwerp kunnen zijn van privatieve ingebruikneming, voor zover deze niet onverenigbaar zijn met de bestemming van die goederen; dat zulk een ingebruikneming onder meer kan resulteren uit een domeinconcessie, dat wil zeggen een concessie waarbij door middel van een overeenkomst de overheid een persoon het recht verleent om een gedeelte van het openbaar domein tijdelijk en op een wijze die het recht van anderen uitsluit, in gebruik te nemen en die om redenen ontleend aan het algemeen belang eenzijdig kan worden herroepen; dat dit uit de bewoor- dingen van de “toelating” van 16 november 1950 op afdoende wijze blijkt; dat doordat de rechtsvoorganger van verzoeker de in de toelating gestelde voorwaarden ondubbelzinnig heeft aanvaard een contractuele band is tot stand gekomen tussen hem en de overheid; dat blijkens het voorwerp van het geschil de overheid een einde wenst te stellen aan die contractuele relatie en zich hierbij beroept op punt 3 van de domeinconcessie; dat bijgevolg wanneer de overheid dat recht wenst uit te oefenen, IX-4552-5/6 zij dat recht ontleent aan het voormelde contract; dat het onderwerp van dit beroep dan ook de uitoefening van een contractueel recht is; dat onderhavig geschil dan ook kennelijk buiten de bevoegdheid van de Raad van State valt, BESLUIT: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig november 2000 en vier, door : de H L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. L. HELLIN. IX-4552-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.417 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.