id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.420 Rolnummer: A. 155369/IX-4648 Zaak: Arrest 137420 - - 22/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-08 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-04 14:26 Fiche Arrest nr 137.420 van 22 november 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.420 van 22 november 2004 in de zaak A. 155.369/IX-
- In zake : Martine ROOS, die woonplaats kiest bij advocaat I. IMPENS, kantoor houdende te DENDERLEEUW, Steenweg 760 tegen :
- de Openbare Vereniging Ronse (OVERO), gevestigd te RONSE, Oscar Delghuststraat 62,
- de bestendige deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Martine ROOS op 6 september 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit genomen op 6 juli 2004 door de raad van bestuur van OVERO waardoor zij bij tuchtmaatregel met ingang van 1 juli 2004 van ambtswege wordt ontslagen, goedgekeurd bij besluit van 12 augustus 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen; Gezien het op dezelfde dag ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekster de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgemaakt door auditeur B. THYS, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; IX-4648-1/6 Gezien het verslag over de vordering tot schorsing opgemaakt door auditeur B. THYS; Gelet op de beschikkingen van 12 oktober 2004, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 oktober 2004; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. SALLET, die loco advocaat I. IMPENS verschijnt voor verzoekster, van advocaat K. HERMAN, die loco advocaten H. RIEDER en J. VERDONCK verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van adjunct van de directeur B. HEIRBRANT, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. THYS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Verzoekster is als vastbenoemd gebrevetteerd verpleegkundige in dienst van OVERO, een vereniging zoals bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn - hierna de OCMW-wet -, opgericht door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Ronse. 1.
- Verzoekster werkt halftijds en is tewerkgesteld in het rust- en verzorgingstehuis “De Linde” te Ronse. 1.
- Op 29 maart 2004 besluit de raad van bestuur van OVERO ten laste van verzoekster een tuchtprocedure in te leiden wegens verscheidene tekortkomingen in de uitoefening van haar functie, alsook haar bij hoogdringendheid IX-4648-2/6 preventief te schorsen, met inhouding van de helft van haar wedde, gedurende een periode van vier maanden, welke ingaat op 30 maart
- 1.
- De tuchtprocedure ten laste van verzoekster leidt tot het thans bestreden besluit van 6 juli 2004 van de raad van bestuur van OVERO, waarbij verzoekster met ingang van 1 juli 2004 bij tuchtmaatregel van ambtswege wordt ontslagen. 1.
- Met een aangetekende brief van 8 juli 2004 zenden de voorzitter en de secretaris van OVERO een afschrift van dit tuchtbesluit naar verzoekster. Zij vermelden dat het besluit met toepassing van artikel 53, § 1, van de OCMW-wet voor advies naar het college van burgemeester en schepenen van de stad Ronse wordt gezonden en voor goedkeuring naar de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen. Zij citeren voorts de bepalingen van artikel 53 van de OCMW-wet en vermelden ten slotte dat tegen het tuchtbesluit binnen een termijn van zestig dagen na de betekening ervan een beroep tot nietigverklaring, al dan niet vergezeld van een vordering tot schorsing, kan worden ingediend bij de Raad van State. 1.
- Op 2 augustus 2004 brengt het college van burgemeester en schepenen van Ronse een gunstig advies uit met betrekking tot de aan verzoekster opgelegde tuchtmaatregel. 1.
- Op 12 augustus 2004 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen haar goedkeuring aan het tuchtbesluit. 1.
- Met een aangetekende brief van 13 augustus 2004 zendt het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen een afschrift van het goedkeuringsbesluit van de bestendige deputatie naar verzoekster. Met betrekking tot de mogelijkheid voor verzoekster om tegen dit besluit beroep in stellen, vermeldt deze brief : “Wij vestigen uw aandacht op het feit dat U tegen onderhavig besluit per aangetekende brief een beroep tot nietigverklaring, al dan niet voorafgegaan door of vergezeld van een beroep tot schorsing, kan instellen bij de afdeling Administratie van de Raad van State, Aarlenstraat 92-104 te 1040 Brussel, binnen een termijn van zestig dagen die ingaat de dag waarop de beslissing werd betekend. IX-4648-3/6 Acht U evenwel uw subjectieve rechten geschonden door het besluit, dan dient U zich te wenden tot de gewone rechtbanken”. 1.
- Op 6 september 2004 stelt verzoekster het onderhavige beroep tot nietigverklaring, vergezeld van een vordering tot schorsing, bij de Raad van State in. 2.
- Overwegende dat krachtens artikel 53, § 1, van de OCMW-wet, een tuchtbesluit van de raad voor maatschappelijk welzijn houdende het ontslag van ambtswege van een statutair personeelslid van het openbaar centrum voor maat- schappelijk welzijn onderworpen is aan het advies van het college van burgemeester en schepenen en aan de goedkeuring van de bestendige deputatie; dat artikel 53, § 3, voor het betrokken personeelslid in de mogelijkheid voorziet om binnen vijftien dagen na de kennisgeving van het goedkeuringsbesluit van de bestendige deputatie tegen dat besluit beroep in te stellen bij “de Koning”, thans te lezen als “de Vlaamse Regering”; dat die laatste georganiseerde administratieve beroepsmogelijkheid door het betrokken personeelslid moet worden uitgeput alvorens het tegen het oorspronk- elijke tuchtbesluit een ontvankelijk beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State kan instellen; dat krachtens artikel 126, § 1, van de OCMW-wet het goedkeurings- toezicht van artikel 53, § 1 en § 3, ook van toepassing is op de verenigingen bedoeld in hoofdstuk XII van de OCMW-wet, zoals OVERO er een is; 2.
- Overwegende dat te dezen de bestendige deputatie van de provincieraad op 12 augustus 2004 aan het besluit van 6 juli 2004 van de raad van bestuur van OVERO, waarbij verzoekster bij tuchtmaatregel met ingang van 1 juli 2004 van ambtswege wordt ontslagen, haar goedkeuring heeft verleend; dat verzoekster echter de door artikel 53, § 3, van de OCMW-wet voorziene beroepsmo- gelijkheid bij de Vlaamse Regering tegen het goedkeuringsbesluit van de bestendige deputatie niet heeft uitgeput; dat het onderhavige beroep tot nietigverklaring derhalve kennelijk niet ontvankelijk is; 2.
- Overwegende dat, zelfs indien zou moeten worden aangenomen dat verzoekster, gelet op de foutieve vermelding van de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State en het ontbreken van enige vermelding omtrent de beroepsmogelijk- heid bij de Vlaamse Regering in de brief van 13 augustus 2004 van het provinciebe- stuur van Oost-Vlaanderen waarbij haar een afschrift van het goedkeuringsbesluit van de bestendige deputatie werd toegezonden, thans nog de mogelijkheid zou hebben om tegen het goedkeuringsbesluit van de bestendige deputatie beroep bij de Vlaamse Regering in te dienen, dan nog zulks niets afdoet aan de vaststelling dat het onderhavige beroep tot nietigverklaring voorbarig en dienvolgens kennelijk niet IX-4648-4/6 ontvankelijk is, en dient te worden verworpen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van het annulatieberoep, hetzelfde lot dient te ondergaan;
- Overwegende dat, gelet op het verzuim verzoekster correct in te lichten over de verplichting het voormeld voorafgaand beroep in te stellen alvorens de Raad van State te adiëren, het past dat de kosten ten laste worden gebracht van de Vlaamse Gemeenschap, namens wie de bestendige deputatie haar opdracht van toezichthoudende overheid heeft uitgeoefend;
- Overwegende dat, naar luid van artikel 70, § 1, derde lid, van het algemeen procedurereglement, wanneer een vordering tot schorsing en een verzoekschrift tot nietigverklaring aanhangig gemaakt worden bij de Raad van State, en wanneer de Raad van State krachtens artikel 93 van mening is dat de vordering kennelijk onontvankelijk is, het verzoekschrift tot nietigverklaring geen aanleiding geeft tot de kwijting van het recht; dat het derhalve past om aan verzoekster het bedrag van de op het verzoekschrift tot nietigverklaring gekleefde fiscale zegels terug te betalen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de Vlaamse Gemeenschap. IX-4648-5/6 Artikel
- Het recht van 175 euro, dat onverschuldigd gekweten werd, zal aan verzoekster worden terugbetaald. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig november 2000 en vier, door : de H J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, Mevr. S. VAN AELST, griffier. De griffier, De voorzitter, S. VAN AELST. J. DE BRABANDERE. IX-4648-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.420 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.