id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.588 Rolnummer: A. 157444/XII-5509 Zaak: Arrest 137588 - - 24/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-11-29 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-04 14:39 Fiche Arrest nr 137.588 van 24 november 2004 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.588 van 24 november 2004 in de zaak A. 157.444/IX-
- In zake : Luc ASSELMAN, die woonplaats kiest bij advocaat M. VANDEVELDE, kantoor houdende te MERCHTEM, Langensteenweg 53 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering. tussenkomende partij : Paul CRAEYE, wonende te MERCHTEM, Groenstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Luc ASSELMAN op 15 november 2004 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 22 oktober 2004 van de beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur, waarbij het beroep van Paul CRAEYE tegen de weigering van 30 september 2004 van de secretaris van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (hierna : OCMW) van Merchtem om voornoemde een afschrift te verlenen van het verslag van de preventieadviseur, opgesteld naar aanleiding van diens klacht in het kader van de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, ontvankelijk en gegrond wordt bevonden; Gelet op de beschikking van 16 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 november 2004, om 11.00 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter J. DE BRABANDERE; IX-4695-1/5 Gehoord de opmerkingen van verzoeker, van advocaat M. VANDEVELDE, die eveneens verschijnt voor verzoeker, en van de tussenkomende partij; Gehoord het, behoudens wat de kosten betreft, eensluidend advies van auditeur B. THYS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat Paul CRAEYE ter terechtzitting vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat uit wat hierna volgt blijkt dat hij een evident belang heeft bij het behoud van de bestreden beslissing en op zijn vraag dan ook moet worden ingegaan;
- Overwegende dat Paul CRAEYE, ontvanger van het OCMW van Merchtem, huidige tussenkomende partij, begin 2004 in het kader van de bescher- ming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, een klacht indient tegen de huidige verzoeker, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van Merchtem; dat de preventieadviseur een verslag van haar onderzoek en bevindingen opstelt, dat vertrouwelijk wordt toegezonden aan de secretaris van het OCMW te Merchtem; dat het verzoek van Paul CRAEYE om een kopie van het verslag van de preventieadviseur te krijgen op 30 september 2004 geweigerd wordt door de secretaris, nadat deze de huidige verzoeker daaromtrent heeft geraadpleegd; dat Paul CRAEYE tegen die weigering een beroep instelt bij de beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur, welke op 22 oktober 2004 het beroep gegrond verklaart en besluit dat het verslag van de preventieadviseur openbaar dient te worden gemaakt door er een afschrift van te verstrekken; dat dit de bestreden rechtshandeling is;
- Overwegende dat luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de IX-4695-2/5 aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoer- legging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 4.
- Overwegende dat verzoeker wat de uiterst dringende noodzakelijk- heid betreft uiteenzet dat de algemene termijnregeling inzake schorsing in casu te lang zou uitvallen om een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te voorkomen, wijl in de betekening van de bestreden beslissing het OCMW van Merchtem wordt aangemaand om er uiterlijk tegen 15 november 2004 uitvoering aan te geven, zoals is voorge- schreven door artikel 24, § 3, eerste lid, van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur; 4.
- Overwegende dat de verzoeker zelf aangeeft dat de bestreden beslissing aan het OCMW van Merchtem ter kennis werd gebracht op maandag 25 oktober 2004, blijkens de aankomststempel ontvangen op 27 oktober 2004; dat het onwaarschijnlijk voorkomt dat hij, als voorzitter van de raad voor maatschappe- lijk welzijn, niet op dezelfde of de volgende dag daarvan persoonlijk kennis zou hebben gehad; dat hij wat dat betreft het houdt bij de vage bewering dat hij er "nadien" kennis van heeft genomen; dat verzoeker niettemin gewacht heeft tot maandag 15 november 2004 om, louter bij ter post aangetekende zending, bij de Raad van State de onderhavige vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid in te stellen, die aldaar ingekomen is op 16 november 2004, hoewel hij diende te weten dat de bestreden beslissing ten laatste op 15 november 2004 zou worden uitgevoerd; dat verzoeker in een zaak welke intrinsiek als uiterst dringend kon worden beschouwd dan ook niet met de nodige diligentie heeft gehandeld, zodat hij zich niet meer op de uiterst dringende noodzakelijkheid kan beroepen; 4.
- Overwegende dat bovendien moet worden vastgesteld dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat verzoeker vreest te ondergaan, en dat hij in eerste instantie ziet in het feit dat het verslag van de preventieadviseur openbaar wordt gemaakt doordat een afschrift ervan aan Paul CRAEYE wordt verstrekt, intussen gerealiseerd is; dat een schorsing van de bestreden rechtshandeling zulks niet meer kan verhelpen; dat, immers, de secretaris van het OCMW van Merchtem op 10 november 2004, dat is vooraleer de onderhavige vordering werd ingesteld, ter uitvoering van de bestreden beslissing aan Paul CRAEYE het gevraagde afschrift van het verslag van de preventieadviseur heeft bezorgd; dat hierdoor eveneens wordt aangetoond dat verzoeker het aan zichzelf te wijten heeft indien hij door de IX-4695-3/5 onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden handeling een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat;
- Overwegende dat de verwerende partij, ofschoon behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting is verschenen en geen administratief dossier heeft neergelegd; dat het daarom past de kosten van de tussenkomst ten laste van de verwerende partij te brengen, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Paul CRAEYE in het administra- tief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de Vlaamse Gemeenschap. IX-4695-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig november 2000 en vier, door : de H. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, Mevr. S. VAN AELST, griffier. De griffier, De voorzitter, S. VAN AELST. J. DE BRABANDERE. IX-4695-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.588 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.067 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.