id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.633 Rolnummer: A. 149157/XII-4107 Zaak: Arrest 137633 - - 25/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-01 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-04 14:48 Fiche Arrest nr 137.633 van 25 november 2004 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.633 van 25 november 2004 in de zaak A. 149.157/XII-
- In zake : Geert WIJNANTS, die woonplaats kiest bij advocaat R. Gielen, kantoor houdende te Kasterlee, Isschot 20 tegen : de STAD ANTWERPEN. ------------------------------------------------------------------------------------------------ --- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Geert Wijnants op 20 maart 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 20 januari 2004 houdende “weigering de offerte van verzoeker te weerhouden als de meest voordelige regelmatige of minstens als de laagst-biedende inzake de openbare aanbesteding van 13 november 2003 betreffende het vernieuwen van een elektrische installatie in de Stedelijke Basisschool te 2100- Deurne, A. Bevernagelei, 65, bestek: TL/03/7043”; Gelet op het arrest nr. 131.829 van 27 mei 2004 waarbij de vordering tot schadevergoeding en de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing worden verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoeker op 4 juni 2004; XII-4107-1/4 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij hij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoeker niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 131.829 van 27 mei 2004 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; dat het verzoeker op 4 juni 2004 ter kennis is gebracht; dat daarbij melding is gemaakt van genoemd artikel 17, §4ter, en aan verzoeker is meegedeeld dat hij over een termijn van dertig dagen beschikt om eventueel een verzoek tot voortzetting van de procedure in te dienen, welk verzoekschrift vergezeld moet zijn van Belgische fiscale zegels ten bedrage van 175 EUR; Overwegende dat verzoekers raadsman bij brief met datum 23 juni 2004 “conform art. 17, §4bis van de R.v.ST. wet” voor verzoeker meedeelt “te willen noteren dat hij als verzoeker de annulatieprocedure verder wil benaarstigen”; dat krachtens artikel 70, §1, tweede lid, van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling XII-4107-2/4 administratie van de Raad van State, het recht voor het indienen van een beroep tot nietigverklaring, wanneer de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, slechts verschuldigd is bij het instellen van een vordering tot voortzetting van de procedure en dit recht wordt gekweten door de persoon die de voortzetting van de procedure vraagt; dat op grond van artikel 71, eerste lid, b), het recht wordt gekweten door middel van fiscale zegels op het origineel van het verzoek tot voortzetting; dat de miskenning van die regel de regelmatigheid van het verzoek tot voortzetting aantast; dat te dezen de vereiste fiscale zegels niet werden bijgevoegd en evenmin aan de griffie werden toegezonden binnen de termijn van dertig dagen; dat het verzoek tot voortzetting derhalve niet regelmatig is; dat krachtens artikel 17, 4ter, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een vermoeden van afstand van geding geldt ten aanzien van verzoeker, die niet op regelmatige wijze de voortzetting van de procedure heeft gevraagd, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. XII-4107-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig november 2004, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4107-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.633 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.829 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.