← België

Arrest 137637 - - 25/11/2004

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.637 Rolnummer: A. 67113/XII-1665 Zaak: Arrest 137637 - - 25/11/2004 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-02 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-04 14:49 Fiche Arrest nr 137.637 van 25 november 2004 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 137.637 van 25 november 2004 in de zaak A. 67.113/XII-

  1. In zake : Noël WILLEMS, die woonplaats kiest bij advocaat advocaat K. Van Hoorebeke, kantoor houdende te Gent, Coupure rechts 162 tegen : de UNIVERSITEIT VAN GENT. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Noël Willems op 8 januari 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 15 september 1995 van de raad van bestuur van de Universiteit Gent, waarbij aan zijn kandidatuur voor bevordering tot hoofddocent bij de faculteit toegepaste wetenschappen geen gunstig gevolg wordt verleend; Gelet op het arrest nr. 59.758 van 22 mei 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikking van 19 november 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; XII-1665-1\4 Gelet op de beschikking van 10 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 oktober 2004; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Vanderputten, die loco advocaat P. Devers verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat verzoeker, vast benoemd docent aan de faculteit toegepaste wetenschappen van de Universiteit Gent, op 2 maart 1995 een aanvraag indient voor een vacature van hoofddocent; dat de beoordelingscommissie na een onderzoek van de zeven ingezonden kandidaturen “beslist [...] dat [verzoeker] niet in aanmerking komt voor bevordering tot hoofddocent” en adviseert vijf andere kandidaten te bevorderen; dat de faculteitsraad op 28 juni 1995 voorstelt om het advies van de beoordelingscommissie te volgen; dat de raad van bestuur van de verwerende partij op 15 september 1995 akte neemt van het advies van de beoordelingscommissie en het voorstel van de faculteitsraad en beslist de hem voorgestelde kandidaten in het betrokken ambt te bevorderen; Overwegende dat de verwerende partij, naar haar zeggen wegens “een loutere administratieve misslag”, geen memorie van antwoord heeft ingediend; dat zij in haar laatste memorie de ontvankelijkheid van het beroep betwist omwille van de wijze waarop verzoeker de zaak aanhangig heeft gemaakt; dat zij toelicht dat verzoeker door zich te beperken tot het aanvechten van de beslissing van zijn eigen niet-bevordering, de andere vijf in het kader van dezelfde bevorderingsprocedure besloten bevorderingen onverlet heeft gelaten; dat volgens haar het gevolg hiervan is dat het universiteitsbestuur onmogelijk tot een bevordering kan overgaan van verzoeker omdat de faculteit met betrekking tot de jaren 1994-1995 “zonder bijkomende beslissing, d.i. het aantal te begeven betrekkingen van hoofddocent, uitgedrukt in F.T.E., in de desbetreffende faculteit te verhogen”, over geen bijkomende formatieplaatsen beschikt; dat verwerende partij hieruit concludeert dat XII-1665-2\4 de gevraagde nietigverklaring aan verzoeker niet op een voldoende rechtstreekse wijze het voordeel kan verschaffen dat hij alsnog tot hoofddocent benoemd kan worden, wat “ingevolge de eigen keuze, c.q. beperking van verzoeker wat betreft het voorwerp van zijn beroep niet mogelijk is”; Overwegende dat tijdens de ingereedheidbrenging van de zaak voor de openbare terechtzitting in opdracht van de staatsraad-verslaggever aan de partijen om een actualisering van het dossier is gevraagd; dat bovendien bij verzoeker werd geïnformeerd naar zijn verdere belangstelling voor de afhandeling van de zaak en inzonderheid is geschreven : “De staatsraad-verslaggever merkt daarenboven op dat verwerende partij voor het eerst in haar laatste memorie (blz. 6-7) een ontvankelijkheidsexceptie opwerpt waarop u bijgevolg nog geen kans had om te repliceren. Voor een goed verloop van de debatten nodigt de staatsraad-verslaggever u uit uw eventuele bemerkingen daaromtrent schriftelijk aan de Raad mee te delen in het geval u de zaak nog verder afgehandeld wilt zien”; Overwegende dat verzoekers raadsman, na een herinneringsbrief vanwege de Raad, met schrijven van 19 juli 2004 alsnog aan de Raad antwoordt wat volgt : “Uw brieven van 8 juni en 12 juli 2004 ontving ik in goede orde. Ik kan u mededelen dat de heer Noël Willems op 01 oktober 2001 met vervroegd pensioen is gegaan. Omtrent de ontvankelijkheidsexceptie van de Universiteit Gent wens ik niet te repliceren.”; Overwegende dat van een verzoeker medewerking mag worden verlangd met de rechter en dat zijn houding het behoorlijk verloop van het proces, waartoe ook hij moet bijdragen, niet mag verstoren; dat te dezen verzoeker nalaat om, op vraag van de staatsraad-verslaggever, uitdrukkelijk te bevestigen dat hij nog verdere belangstelling heeft voor de afhandeling van zijn zaak; dat hij integendeel verklaart niet te willen repliceren op de ontvankelijkheidsexceptie; dat hem nochtans om een geschreven standpunt over de exceptie was gevraagd “in het geval [hij] de zaak nog verder afgehandeld wilt zien”; dat verzoeker verre van zijn belang te bevestigen, laat staan nog toe te lichten, het integendeel verder ondergraaft, door aan te geven dat hij met “vervroegd” pensioen is gegaan, wat er op wijst dat hij vrijwillig uit dienst is getreden; dat verzoeker niettemin nalaat om toe te lichten welk voordeel hij thans nog zou nastreven met zijn beroep; dat hij ook niet ter terechtzitting XII-1665-3\4 verschijnt of vertegenwoordigd is; dat de Raad van State op grond van al deze gegevens besluit dat het beroep niet langer ontvankelijk is wegens gemis aan actueel belang, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig november 2004, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1665-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.637 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1996:ARR.59.758 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.